Programmadirectie Industrie & Innovatie (PDII): bouwen én leveren

Nieuwe programmadirecteur Maarten Smidts praat CMC bij over impact op organisatie en keten.

Tijdens de CMC vergadering van 27-8-25 gaf programmadirecteur Maarten Smidts een toelichting op de stand van zaken rond de tijdelijke werkorganisatie Industrie en Innovatie (PDII). De PDII verbindt de uitvoering en doorontwikkeling van de Defensiestrategie Sterk Slim Samen met Industrie & Innovatie. “De strategie wordt niet alleen vormgegeven,” lichtte Smidts toe, “maar ook direct uitgevoerd. We bouwen een nieuwe directie en voeren tegelijk de strategie uit. Bouwen terwijl de winkel open is.”

Een veelzijdige achtergrond

Smidts startte in mei van dit jaar als programmadirecteur. Hij werkte aan verschillende interim opdrachten via de Algemene Bestuursdienst en combineert in zijn profiel ervaring met veiligheid én economie. Eerder werkte hij twaalf jaar bij het ministerie van Justitie en Veiligheid aan de aanpak van georganiseerde misdaad, waarna hij overstapte naar het ministerie van Economische Zaken, waar hij als plv. directeur Ondernemingsklimaat en directeur industriebeleid in het DG Bedrijfsleven en Innovatie werkte.

“Mijn cv is een combinatie van een economisch – en een veiligheidsprofiel,” licht Smidts toe. “Juist in deze functie komen die twee werelden mooi samen.” Die opgedane ervaring helpt hem bij de omslag waar Defensie nu voor staat: “Ik heb bij Justitie bij de aanpak van de georganiseerde misdaad meegemaakt hoe snel de werkelijkheid kan veranderen. Wat jarenlang niet gezien werd, bleek ineens onhoudbaar, er moesten drastische maatregelen genomen worden. Binnen Defensie zie ik dezelfde dynamiek. Twintig jaar lang is veel uitgekleed of wegbezuinigd. Wat ooit werkte in tijden van vrede, volstaat niet meer. Nu moeten we schakelen. In onze manier van denken en handelen.”

Van strategie naar ketenaanpak

De oorlog in Oekraïne, toenemende afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers en kwetsbare productieketens maken duidelijk dat Nederland meer moet investeren in eigen kennis, innovatie en productiecapaciteit. Om voorbereid te zijn op de uitdagingen van vandaag én morgen, moet Defensie slimmer en sneller gaan werken.

De nieuwe strategie richt zich op drie pijlers: Sterk Slim Samen. Sterk staat voor een bredere en robuustere defensie-industrie in Nederland, zodat het fundament staat. Slim richt zich op het opbouwen en behouden van technologische autonomie. En Samen staat voor intensieve samenwerking met ketenpartners en kennisinstellingen. Smidts benadrukt dat samenwerking met hen cruciaal is: “We zijn een middelgroot land. Alleen red je het niet. Maar als we niets in huis hebben, neemt niemand de telefoon op als het ertoe doet. Dát is de reden voor deze strategie.”

Tijdelijke werkorganisatie: bouwen én leveren

Om de strategie tot uitvoering te brengen, is een tijdelijke werkorganisatie ingericht waarin de afdelingen Kennis & Innovatie en de Taskforce Productiezekerheid zijn samengebracht. Op dit moment werken er zo’n veertig mensen, inclusief de zogenoemde liaisons met andere directies. Die schaal is bewust compact gehouden. Slagkracht staat voorop, niet omvang. Werk dat elders beter past, wordt daar belegd. Een belangrijk uitgangspunt in deze fase is rust en duidelijkheid voor medewerkers. Er worden geen onomkeerbare rechtspositionele besluiten genomen.

Smidts: “We willen een stevige basis bouwen, maar wel met zorgvuldigheid. Tempo is belangrijk, maar niet ten koste van legitimiteit en draagvlak.” De liaisons spelen een sleutelrol in het verbinden van beleid en uitvoering. Zij vertegenwoordigen hun eigen directie binnen de werkorganisatie en helpen overlap en versnippering te voorkomen. Er zijn nog geen formele mandaten of processen vastgelegd. De komende periode wordt geëvalueerd of en hoe de liaisonrol structureel moet worden geborgd. “We willen voorkomen dat iemand tussen twee directies in komt te hangen,” zegt Smidts. “Het moet een brugfunctie zijn, geen spagaat.”

Fasering en besluitmomenten

De inrichting en doorontwikkeling van de PDII is opgedeeld in vier fasen. De eerste fase, in juni en juli, stond in het teken van het samenbrengen van de bestaande capaciteit en het opzetten van basisprocessen zoals planning en control, financiën en huisvesting. In de tweede fase, die tot en met september/oktober loopt, ligt de focus op professionalisering en aanscherping. Programma’s worden verder gestructureerd, managementinformatie en rapportages worden verfijnd en prioriteiten vastgesteld. Tegelijkertijd worden lopende dossiers geïnventariseerd en wordt het werkveld van de PDII duidelijk afgebakend.

Vanaf augustus verschuift de aandacht naar samenwerking en leveren. De interne samenwerking binnen Defensie wordt versterkt, en er wordt intensiever samengewerkt met externe partners zoals kennisinstellingen, bedrijven en andere departementen.

In oktober en november volgt de evaluatie van de tijdelijke werkorganisatie. Die evaluatie wordt gekoppeld aan het bredere governanceonderzoek naar de samenwerking tussen Defensie en het ministerie van Economische zaken. Op basis daarvan wordt besloten of de PDII een permanente directie binnen Defensie wordt, of dat zij verdergaat als projectdirectie met een interdepartementaal karakter.

Legitimiteit, betrokkenheid en samenwerking

Tijdens de bijeenkomst wees de CMC op het belang van duidelijke afstemming tussen de verschillende overlegstructuren. De MC-DGB is vooral betrokken bij personele en organisatorische zaken, terwijl de CMC kijkt naar de bredere impact, legitimiteit en output. Daarom gaat de nieuwe werkorganisatie met een vast point of contact vanuit de CMC werken, zodat er periodieke terugkoppeling en overleg kan plaatsvinden. Zo blijft de CMC op de hoogte en kan tijdig advies of input worden geleverd.

Vooruitblik

De komende maanden staan in het teken van leren en leveren. In november wordt geëvalueerd waar de PDII staat en hoe de tijdelijke werkorganisatie zich verder moet ontwikkelen. “De tijd is er niet naar om achterover te leunen. Maar met alleen tempo kom je er niet. We willen vaart maken mét structuur, betrokkenheid en helderheid.”