Hervorming van aanwijzingen moet Defensie soepeler en efficiënter maken

Om de wendbaarheid en flexibiliteit binnen het ministerie van Defensie te vergroten, wordt de huidige interne regelgeving (aanwijzingen) herzien en daar waar nodig opgeruimd. De focus ligt op het herschrijven van de SG-001, ‘de moeder’ van alle aanwijzingen binnen Defensie. Aansluitend worden alle overige SG-, maar ook aanwijzingen van de Hoofddirecteur Personeel (HDP) en het Directoraat –Generaal Beleid (DGB), onder de loep genomen met als doel de organisatie soepeler te laten werken.

Kolonel Martine Verhulst, trekker van dit project vertelt: “We beginnen met een overkoepelende systeemaanpak waarbij ‘de bedoeling’ van de aan te passen aanwijzing en de urgentie die nodig is om ons klaar te maken voor hoofdtaak 1 centraal staat. Het klinkt logisch om na te denken vanuit de bedoeling van een aanwijzing, maar we zien in veel huidige aanwijzingen dat ‘het waarom’ niet altijd helder is. Daarnaast loopt het hoe en het wat soms door elkaar, en dat kan voor verwarring zorgen. We hebben een team samengesteld dat zich per aanwijzing gaat buigen over de bedoeling, het kader en de doorvertaling naar de uitvoering. Ook willen we aanwijzingen die niet meer relevant zijn opruimen. Denk bijvoorbeeld aan de 1,5 meter-regels die zijn opgesteld tijdens de coronaperiode.”

In samenwerking met de gehele organisatie

Een van de belangrijkste doelen van het project is om de hervorming van aanwijzingen niet alleen een ‘Haags feestje’ te laten zijn. Met Defensieonderdelen wordt gesproken om te ontdekken waar versterking op kan treden. Op lokaal niveau zullen ongetwijfeld soortgelijke initiatieven plaats vinden. Het is mooi als je dat van elkaar weet. Veel aanwijzingen bevatten een gelaagdheid die via achterliggende voorschriften en instructies door de gehele organisatie sijpelt. Hiervoor dient oog te zijn als je interne regelgeving opruimt of herziet. Als onderdeel van het hervormingsproces wordt er een pilot gestart om met vijf tot tien verschillende aanwijzingen te experimenteren. Het doel van de pilot is om de aanwijzingen aan te laten sluiten bij het gedachtegoed zoals beschreven in het BBD. Hier wordt kritisch gekeken naar ‘toegevoegde waarde, noodzaak, eenvoud en uitvoerbaarheid’ om ruimte te kunnen geven aan de uitvoering (het ‘wat’ vanuit de bedoeling van de regelgeving; niet het ‘hoe’). De uitkomsten van deze pilot leiden tot ‘lessons learned’ die als input kunnen gelden voor de herziening van de SG-001.

Het belang van communicatie en gedrag

Naast het herzien van de aanwijzingen is er ook aandacht voor gedragsverandering. “Dit onderwerp heeft natuurlijk ook een sterk veranderingsproces in zich. Wij kunnen vanuit het projectteam wel zeggen: we doen dit niet meer, maar het gedrag van mensen en de gedachten erachter moeten daar ook in mee kunnen komen. Een organisatie veranderen en soepeler maken doe je niet door regels te veranderen, maar juist door gedrag,” aldus Martine Verhulst. Het projectteam werkt om die reden ook nauw samen met het DCO (Directoraat Communicatie en Organisatie) om de urgentie van de verandering en het waarom te communiceren. Zo gaat het ook echt leven in de organisatie.

Martine vervolgt: “Defensie staat van oudsher bekend als een ‘blauwe’ organisatie, een term die refereert aan onze hiërarchische manier van werken, ontstaan vanuit een periode van grote krimp binnen Defensie. En hoewel structuur en regels essentieel zijn voor een organisatie als de onze, kan een teveel aan interne regelgeving juist belemmerend of zelf verlammend werken. Bovendien zit het creativiteit in de weg. Dat kan niet nu hoofdtaak 1 de toetssteen is voor al ons denken en handelen.”

Planning hervorming aanwijzingen

De eerste grove schets voor de aangepaste SG-001 wordt vóór de zomervakantie verwacht, met een bredere uitrol gepland voor het einde van het derde kwartaal van 2024. Het doel is om eind 2024 een nieuwe SG-001 klaar te hebben, zodat de overige aanwijzingen hier in 2025 in lijn mee kunnen worden gebracht. De huidige SG-001, de basis van alle aanwijzingen, vervalt op 1 januari 2026. Voor die datum moeten alle aanwijzingen zijn herzien.

Een afvaardiging van de CMC sluit aan in het projectteam van Kolonel Verhulst.

Smeermiddel WD-40 als metafoor op weg naar een soepel Defensie

‘Doen jullie mee om van Defensie een sterke, slimme en soepele organisatie te maken?’ Met die vraag eindigde Maarten Schurink Secretaris-Generaal zijn reflectie op zijn eerste 4 maanden binnen Defensie. De presentatie aan de CMC eind februari was de laatste in de ronde die Schurink langs de verschillende krijgsmacht- en bedrijfsonderdelen maakte om zijn intent voor de toekomst van het ministerie van Defensie toe te lichten.

Den Haag, 05-10-2022 Maarten Schurink, secretaris-generaal BZK FotoMartijn Beekman / BZK

“Als symbool voor mijn intent gebruik ik WD-40; een smeermiddel dat ooit werd ingezet om Atlasrakketten roestvrij te maken. Inmiddels is het blauwe busje in ieder huishouden te vinden om, zoals op het etiket staat, ‘piepen en kraken te voorkomen, los te maken wat vast zit en stroef lopende delen weer gangbaar te maken.’ Dat is naar mijn mening precies wat we nodig hebben om beter te kunnen acteren op wat er in de wereld om ons heen gebeurt en om daar beter op te sturen.”

“Ik zou er naar toe willen dat medewerkers meer eigen verantwoordelijkheid durven nemen en de ruimte voelen om zelf meer achter het stuur te gaan zitten.”

Maarten Schurink, Secretaris-Generaal

Van controle naar vertrouwen

Volgens Maarten Schurink Secretaris-Generaal zit de krijgsmacht op allerlei fronten vast. “We denken in krimp – niet in groei. In de decennia waarin we moesten krimpen, was dat ook logisch. Maar wat in krimp werkt, werkt niet in groei. Zo opereren wij nog vanuit strikte regels en een risicoregelreflex. Ik zou er naar toe willen dat medewerkers meer eigen verantwoordelijkheid durven nemen. En de ruimte voelen om zelf meer achter het stuur te kunnen gaan zitten en te handelen naar de bedoeling achter het beleid.”

Doet de CMC ook mee?

“Dat is een vraag waar wij uiteraard geen nee tegen zeggen,” aldus CMC-Voorzitter Michiel Bussink, “maar realiseer je dat de geschetste vernieuwingen het nodige vragen van de organisatie. Het werken vanuit ruimte, eigen regie en groei zijn fundamenteel anders dan de manier waarop wij gewend zijn. We hebben immers hele generaties laten opgroeien met krimp; ook mentaal. Het vergt een gedrags- en cultuurverandering om dat eruit te halen.”

“Ik schets daarbij nadrukkelijk alleen contouren om ruimte te geven aan eigen regie en initiatief. We doen het samen!”

Maarten Schurink, Secretaris-Generaal

Maarten Schurink Secretaris-Generaal: “Geef het goede voorbeeld. Waar lukt het wel om ruimte te pakken en vanuit de intent te werken. Ik heb met deze reflectie een eerste aanzet gegeven van de richting die ik op wil. Ik schets daarbij nadrukkelijk alleen contouren om ruimte te geven aan eigen regie en initiatief. We doen het samen!”

Kwartiermakers gezocht

Om de verdere professionalisering van de medezeggenschap binnen Defensie te ondersteunen is de Centrale Medezeggenschapcommissie Defensie (CMC) momenteel bezig met de oprichting van een Centraal Bureau Medezeggenschap Defensie.

Het Centraal Bureau Medezeggenschap Defensie zal de centrale regie en coördinatie op het gebied van o.a. expertise, facilitering, communicatie en medezeggenschapsopleidingen op zich gaan nemen.

Heb jij een warm hart voor Defensie en de mensen die er werken? Ben je geïnteresseerd in en bekend met medezeggenschap en haar medezeggenschapsleden? En zou je een belangrijke rol willen spelen om het nieuwe Bureau verder vorm te gaan geven?

Houd onze website https://www.cmc-defensie.nl/ in de gaten. Binnenkort worden er 2 functies voor Kwartiermaker gepubliceerd.

Michiel Bussink nieuwe voorzitter Centrale Medezeggenschapscommissie

Op 10 januari 2024 is kolonel-arts Michiel Bussink MSc MBA unaniem verkozen tot nieuwe voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Hij neemt daarmee het stokje over van Majoor Dennis Oldenburg die het voorzitterschap tussen mei 2020 en december 2023 invulde. Bussink, die ruim 25 jaar werkzaam is als arts – waarvan 16 jaar als medisch specialist Anesthesioloog-Intensivist – binnen het Ministerie van Defensie, heeft zijn loopbaan binnen de Krijgsmacht zo goed als altijd gecombineerd met zitting in verschillende medezeggenschapsgremia, waarvan de laatste 6 jaar als plaatsvervangend voorzitter van de CMC.

1 + 1 = 3

Michiel ziet het als een eer het voorzitterschap van de CMC in te mogen gaan vullen. “Als CMC hebben wij Defensiebrede ‘méde-zeggenschap’ over o.a. Veiligheid, Gezondheid, Welzijn & Bedrijfsvoering. Mijn drijfveer als kersverse voorzitter is om, waar mogelijk, middels synergie ofwel ‘1 +1 = 3’ deze beleidsterreinen in het belang van de Defensiemedewerker en daarmee van de Defensieorganisatie (nog) beter te maken.”

Zelfde kant van het touw

Michiel wil zich daarbij inzetten om de positionering van de CMC Defensiebreed verder te bekrachtigen en medezeggenschap op alle overlegniveaus zo goed mogelijk te (laten) faciliteren. “Aangesloten worden en blijven op daar waar de besluiten binnen de Krijgsmacht voorbereid en genomen worden. Daarnaast is en blijft de CMC natúúrlijk gesprekspartner van de Defensietop waarbij de CMC en de SG een strategisch partnerschap vormen. Werken vanuit de gezamenlijke bedoeling, elkaar versterken en elkaar vroegtijdig op de hoogte brengen, daar streef ik naar. We hoeven het daarbij niet altijd eens te zijn met elkaar, als we maar aan dezelfde kant van het touw trekken”, aldus Michiel.

Mutaties Dagelijks Bestuur CMC

De overstap van Michiel betekende dat de plaatsvervangend voorzitter ook opnieuw gekozen moest worden. LTZ 2 OC Jeffrey de Freitas, voorheen secretaris, is verkozen tot nieuwe plaatsvervangend voorzitter van de CMC. SMJR (TD) Timo Ligthart, voorheen plaatsvervangend secretaris, schuift door naar de rol van secretaris. Jovanka van de Pol BBA, is benoemd als nieuwe plaatsvervangend secretaris. Met haar benoeming bestaat het Dagelijks Bestuur van de CMC uit 3 militairen en 1 ‘burger’ en is het DB CMC een evenwichtiger afspiegeling van de Defensieorganisatie.

Inspectie Militaire Gezondheidszorg: onafhankelijk en toch in verbinding

De onafhankelijke Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG) houdt toezicht op de kwaliteit van de militaire gezondheidszorg in Nederland en tijdens operationele inzet. De IMG onderzoekt personen en instellingen binnen de militaire gezondheidszorg. Daarnaast wordt, voor de gezondheidsbescherming van militairen, toezicht gehouden op de stralingsbescherming nucleaire veiligheid en voedselveiligheid bij Defensie. De inspectie onderzoekt of Defensie als werkgever voldoende de zorg voor gezondheid van haar medewerkers borgt. De CMC kreeg een update van de IMG werkzaamheden.

Twee keer per jaar sluiten brigade-generaal-arts Manon Molenaar, inspecteur Militaire Gezondheidszorg, en Liesbeth de Stoppelaar, strategisch adviseur Inspectie Militaire Gezondheidszorg, aan om de CMC een update te geven van haar werkzaamheden. We lichten hieronder de vier domeinen uit waar de IMG toezicht op houdt: Reguliere Militaire Gezondheidszorg, Operationele Militaire Gezondheidszorg, Voedselveiligheid en Opmars gezondheidsinnovaties.

Reguliere Militaire Gezondheidszorg

“Binnen het domein Reguliere Militaire Gezondheidszorg houden we ons nu vooral bezig met het Eerstelijns Gezondheidsbedrijf. Wij zijn gestart met een systeemonderzoek en onderzoek naar de bereikbaarheid en beschikbaarheid van onze eerstelijns gezondheidszorg. Overeenkomstig de civiele landelijke gezondheidszorginspectie zijn bereik- en beschikbaarheid vanwege de krapte op de arbeidsmarkt ook binnen Defensie belangrijke aandachtsgebieden. Zo is er een enorm tekort aan bedrijfsartsen en baliepersoneel. We hebben verschillende gezondheidscentra van de Krijgsmacht onderzocht om de problematiek voor Defensie in kaart te brengen en gaan hierover binnenkort met de commandant EGB (Eerstelijns Gezondheidszorgbedrijf) in gesprek.”

Operationele Militaire Gezondheidszorg

Op het operationele domein heeft de IMG ervaring opgedaan met het uitvoeren van een ‘lean and mean’ onderzoek naar aanleiding van een oefening van het Commando Landstrijdkrachten in Afrika. “Het was heel duidelijk dat de normen rond planning van de geneeskundige ondersteuning bij deze inzet niet gehaald konden worden. Wij hebben onderzoek gedaan naar hoe die processen gelopen zijn en onze bevindingen en analyses na het opstellen van het concept rapport direct al gedeeld en getoetst. Deze aanpak is voor de toezichtswereld vrij uniek. Toch hebben we hiervoor gekozen omdat je zo blinde vlekken snel kunt afvangen en direct draagvlak kunt creëren voor de aanbevelingen. Zo haal je de leerwinst, voordat het onderzoeksrapport definitief op papier staat. Alleen dan wel gedragen en sneller. Wij blijven als IMG uiteraard onafhankelijk en op deze manier toch beter in verbinding.”

Voedselveiligheid

Binnen het domein voedselveiligheid gaan twee nieuwe IMG-medewerkers komende periode de verdere samenwerking met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vormgeven. Op het gebied van governance sluit de IMG binnen de organisatie onder meer aan bij de regiegroep Voedselveiligheid.

Opmars gezondheidsinnovaties

Binnen het domein Gezondheidsbescherming besteedt de IMG aandacht aan de opmars van de ontwikkelingen rond het proactief bezig zijn met gezondheid en gezondheidsinnovaties. “Er zijn steeds meer initiatieven op dit gebied binnen de Krijgsmacht. Goede, maar ook risicovolle. Denk aan coaching op het gebied van een gezonde leefstijl of brainspotting therapie voor het verwerken van trauma’s. De IMG heeft er aandacht voor hoe Defensie deze initiatieven in goede banen leidt. Wat zijn hiervoor de geldende randvoorwaarden? En hoe borgt Defensie de veiligheid ervan voor de medewerker en de organisatie.

Heb jij een vraag of wil je een melding doen over de kwaliteit van de militaire gezondheidszorg? Telefoon: (0889) 56 63 22, E-mail: img@mindef.nl

Een breder perspectief door medezeggenschap

Jovanka van de Pol wilde eigenlijk militair worden. Door een ernstige knieblessure kon die ambitie niet worden waargemaakt. Wél geeft Jovanka invulling aan een mooie carrière binnen Defensie op het snijvlak van Human resources en medezeggenschap.

“Ruim twintig jaar geleden kwam ik binnen bij de Krijgsmacht via een tijdelijke baan bij onze cateraar Paresto. Toen zich na een paar maanden een kans voordeed om als HR-adviseur bij Paresto te beginnen, greep ik die met beide handen aan. Zo kon ik mijn hbo-diploma HRM-Management gaan verzilveren.”

Eenmaal in vaste dienst maakte Jovanka de stap naar het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie (DCIOD), dat voor collega’s zorgt die in het buitenland werken voor het Ministerie van Defensie. “Ik was verantwoordelijk voor de P&O–zaken van onze collega’s in Zuid-Europa; een mooie periode waarin ik veel landen als Spanje, Frankrijk, België, Portugal en Italië heb mogen bezoeken en de nodige uren heb doorgebracht op Schiphol.”

Verreikende ambities

Eenmaal moeder van 3 jonge kinderen, kon Jovanka de vele dienstreizen niet meer combineren met het gezinsleven en stapte in 2014 over naar de Marechausseestaf als PO- adviseur. Dat was inmiddels haar derde PO-adviseursfunctie, weliswaar binnen een ander defensieonderdeel, maar de inhoud van de job bleef hetzelfde en de ambities van Jovanka reikten verder.

In de daaropvolgende functie bij de Hoofd Directie Personeel (HDP) maakte Jovanka kennis met strategie en beleid. “Ik was o.a. overlegcoördinator CMC van Erik Akerboom, de toenmalige Secretaris – Generaal (SG) van het Ministerie van Defensie. Hoewel ik het interessant vond om meer met beleid en strategie te mogen doen en aan de andere kant van de tafel te mogen zitten als adviseur van de SG, zocht ik na een paar jaar toch weer naar een HR-functie.” Jovanka ging terug naar het stafbureau van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) en was daar o.a. verantwoordelijk voor het Management en Developmentprogramma van de stafadjudanten. Daarnaast was zij voorzitter van de Medezeggenschapscommissie binnen de Staf van de KMAR.

Belangrijkste dossier: HR-Vernieuwing

“Ik combineerde een gezin met een pittige functie èn medezeggenschap. Dat was best een uitdagende combinatie. Sinds begin 2022 ben ik volledig vrijgesteld voor de medezeggenschap binnen de MC van Staf-KMar, de DMC van de KMAR en de CMC – dat geeft iets meer lucht.’’

Van alle dossiers waar de CMC zich mee bezighoudt heeft Jovanka de meeste affiniteit met HR. “Human resource management blijft toch het vakgebied waar ik de meeste kennis en ervaring in heb opgedaan. Ook de masteropleiding die ik nu volg op het gebied van HR-management kan ik mooi toetsen aan misschien wel het belangrijkste CMC-dossier van dit moment: HR- Vernieuwing.”

Jovanka benadrukt de belangrijke rol van medezeggenschap bij het vormgeven van HR-beleid, vooral in een tijd waarin het werven van nieuwe mensen en het behouden van goede mensen van cruciaal belang is. “Personeel is ons belangrijkste ‘middel’ als Krijgsmacht; onze key-asset. Wat gebeurt er als we niet kunnen leveren? Welke impact heeft onderbezetting op de veiligheid van onze collega’s en ons land? Het kiezen voor een baan bij de Krijgsmacht heeft nu een andere connotatie dan 20 jaar geleden. Ik vind het belangrijk dat daar vanuit de CMC oog voor is en ruimte krijgt binnen het nieuwe HR-beleid van Defensie. “

Niet fancy – wel razend interessant

“Mijn werk voor de medezeggenschap schuurt dicht tegen mijn vakgebied HR aan. Ik vind het razend interessant om in deze job de andere kant van personeelsbeleid te leren kennen. Voor mijzelf, omdat ik mee mag denken en praten over topics die de hele organisatie raken, maar ook eervol om als vertegenwoordiger van mijn collega’s op te mogen treden. Medezeggenschap is misschien niet ʽfancy’, maar ik hoop dat mijn enthousiasme aanstekelijk kan werken zodat meer collega’s zien dat het niet alleen een belangrijke, maar ook een heel leuke en leerzame kant heeft. Doordat we als CMC bij veel overleg fora betrokken zijn, weten we wat er organisatie breed speelt en kijken we over de schutting van de afzonderlijke krijgsmachtonderdelen heen. Dat maakt ons inhoudelijk een goede gesprekspartner die het verschil kan maken voor personeel en organisatie op het vlak van veiligheid, welzijn en bedrijfsvoering. Kortom: waardevol en super interessant!

Verbeter de positie van vertrouwenspersonen binnen de Krijgsmacht

“Het is bijzonder dat we in een hiërarchische organisatie als Defensie een stelsel van vertrouwenspersonen hebben. Vertrouwenspersonen houden zich bezig met gevoelige onderwerpen en omgangsvormen waar mensen op de werkvloer mee geconfronteerd kunnen worden,” aldus Plaatsvervangend Secretaris-Generaal (PSG) mr. Marc Gazenbeek tijdens de CMC-vergadering van 6 december jl.

Gezien de toenemende aandacht voor een veilige werkomgeving, heeft Defensie in 2021 besloten onderzoek door Nyenrode te laten uitvoeren naar het stelsel vertrouwenspersonen. De hoofdvraag hierbij was: Doen de vertrouwenspersonen de goede dingen? En doen zij dit goed?

Uit de conclusies en aanbevelingen, gebaseerd op 135 interviews, blijkt dat de vertrouwenspersonen zeker de goede dingen doen, en dat bijstelling, fine-tuning en her-focus van het werkgebied, taken en rollen wel nodig zijn om de krijgsmacht goed te kunnen blijven bedienen met het stelsel vertrouwenspersonen.

Tevens dient aan de vertrouwenspersonen voldoende houvast te worden geboden om hun functie goed uit te kunnen voeren. Wat mogen zij qua ondersteuning vanuit Defensie verwachten? Hoe communiceer je helder en eenduidig over hun rol en taken? En hoe rust je de staande organisatie vervolgens toe om op een goede manier aandacht te besteden aan ongewenst gedrag en sociale veiligheid? 

De antwoorden op deze vragen worden opgepakt door een projectgroep die handen en voeten moet gaan geven aan de uitkomsten van het Nyenrode-rapport. De CMC wordt, in tegenstelling tot het verrichte onderzoek, hier nadrukkelijk wel in betrokken.

Deskundigen gezocht voor CMC Werkgroep Gezondheidszorg

Heb jij expertise op het gebied van de gezondheidszorg? Wil je vanuit jouw deskundigheid bijdragen aan CMC adviezen omtrent aangelegenheden die de gezondheidszorg binnen Defensie betreffen? Dan nodigt de CMC (Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie) je van harte uit om de Werkgroep Gezondheidszorg te versterken.

De Werkgroep Gezondheidszorg ondersteunt en adviseert de CMC in haar werkzaamheden. De werkgroep stelt conceptadviezen op over gezondheidszorg gerelateerde onderwerpen die op het overlegniveau van de CMC liggen, en ondersteunt met haar deskundigheid de CMC in het overleg met de Secretaris-Generaal van Defensie.

De werkgroep komt gemiddeld eens per twee maanden bijeen voor overleg, en is ingesteld voor onbepaalde tijd. De tijd die wordt besteed aan actieve deelname aan de werkgroepbijeenkomsten en aan werkzaamheden in het kader van de werkgroep betreft werktijd (artikel 20 lid 1 BMD). Tevens krijgen leden van de werkgroep de gelegenheid scholing en vorming te ontvangen die in verband met de vervulling van de taak nodig worden geacht (artikel 20 lid 2 BMD).

Meld je aan voor de Werkgroep Gezondheidszorg

Heb je interesse om met jouw kennis en kunde bij te dragen aan het behartigen van de Defensiebrede belangen op het gebied van de gezondheidszorg? Neem dan voor eind januari 2024 contact op met de CMC via cmc@mindef.nl.

Personele Gereedheid draait om Boeien, Binden en Inspireren

Door de verslechterde veiligheidssituatie is het nodig dat de inzetbaarheid, en dus ook de gereedheid, van onze eenheden fors verbetert gaat worden. Het kunnen beschikken over voldoende en gemotiveerd gekwalificeerd personeel is een voorwaarde voor Defensie om haar hoofdtaken goed uit te kunnen voeren. Maar, hoe zorg je ervoor dat je binnen deze krappe arbeidsmarkt goede mensen binnenhaalt en je bestaande mensen zolang mogelijk kunt behouden? Sous-Chef Personele Gereedheid Paul v.d. Touw praatte de CMC bij aan de hand van drie pijlers van de uitvoeringsagenda: Boeien – Binden – Inspireren.

“In 2023 hebben we ongeveer 3600 nieuwe militairen aangesteld – exclusief de reservisten, de dienjaar militairen en de burgers. Ik verwacht dat we in totaal zo’n 5.700 nieuwe mensen hebben aangesteld. In een krappe markt als deze is dat zeker geen sinecure. Om het instroomproces een verdere push te geven, willen we komende periode in de keten en met de Krijgsmachtraad doorpraten over mogelijke vernieuwingen in onze recruitment aanpak.”

Groene vinkjes aantikken

Paul doelt hiermee op het vraag-gestuurd rekruteren, waarbij vacatures opengesteld worden aan de hand van functieprofielen. “Als een sollicitant niet voldoet aan een functieprofiel op WerkenBijDefensie.nl komt er een einde aan het proces; dat is zonde, want het is goed mogelijk dat deze persoon voor andere functies wel in aanmerking zou kunnen komen. Wij willen onze systemen achter de website daarop aanpassen. Daarnaast willen we nadrukkelijker de mogelijkheid bieden om open sollicitaties te sturen.

Referral recruitment

“Wat ‘onconventioneler’, is het experimenteren met referral recruitment”, vervolgt Paul. “Hiermee doen we een beroep op onze eigen mensen om kandidaten uit hun eigen sociale omgeving aan te dragen. Komt deze kandidaat vervolgens door tot een aanstellingsgesprek, dan staat daar een financiële vergoeding tegenover.” Alle ins en outs zijn nog niet rond, maar deze ‘member-gets-member’ aanpak is een bewezen effectieve manier om te rekruteren.

Verwacht effect BBI-maatregelen

Voor wat betreft het behouden van onze mensen, verwijst Paul naar het zojuist afgesloten onderhandelingsresultaat voor 2024, waar naast een loonsverhoging van 7% ook een eenmalige uitkering van 1500 bruto is toegekend. En de BBI-Maatregelen (Boeien, Binden en Inspireren) die uitstroom moeten verlagen, instroom verhogen en Defensie een zichtbaarder onderdeel van de maatschappij moeten laten worden.

“Ik denk dat het effect van de vaste aanstelling van manschappen en korporaals op behoud groot zal zijn. Nu zie je dat mensen gaan voorschakelen op het aflopen van hun tijdelijke aanstelling. Op het moment dat die tijdelijkheid niet aan de orde is zullen medewerkers hun vertrek uitstellen. Ook het vroegtijdig interveniëren bij medewerkers die uitdiensttredingsintenties vertonen kan helpen om off-boarden te voorkomen. Ik verwacht dat we medio 2024 de effecten van deze maatregelen gaan zien.”

Bindingspremie

Als laatste instrument om mensen te behouden voor de Krijgsmacht stipt Paul de veelbesproken bindingspremies aan. De bindingspremie kan voor de duur van één tot maximaal vijf jaar toegekend worden aan medewerkers die behoren tot een aangewezen categorie schaars personeel. De CMC beschouwt het beleid rond bindingspremies als beperkt effectief en is geen voorstander van dit instrument. “Door de criteria per onderdeel/eenheid en de beoordelingsvrijheid vanuit de leidinggevenden, zijn de huidige bindingspremiemaatregelen multi-interpretabel en werken ze willekeur, ongelijkheid en onwenselijke onderlinge concurrentie in de hand. Dit komt de aanvankelijke doelstelling van de premies, boeien en binden aan de Krijgsmacht, niet ten goede”, aldus de CMC.

De CMC is bezig met het voorbereiden van een nota om deze kwestie met de SG te bespreken. Onze insteek is om centraal uniform beleid en criteria op te stellen voor de bindingspremies, zodat er een helder, transparant en rechtvaardig systeem ontstaat.

Transitieprogramma Vastgoed uit de startblokken

Om te komen tot een toekomstbestendige en betaalbare Defensie-vastgoedportefeuille is een duurzame transitie noodzakelijk, hiertoe is in 2022 het programma ‘Concentreren, Verduurzamen en Vernieuwen’ (CVV) opgezet. Directeur Transformatieprogramma Vastgoed Defensiestaf, brigadegeneraal Ard Goedhart, praatte de CMC bij over de status van het CVV programma. Goedhart, die thuis ook volop aan het verbouwen is, ziet de parallellen tussen het programma en zijn eigen verbouwing; zij het uiteraard op zeer kleine schaal.

“Verbouwen vergt een zeer strakke planning en ordening”, begint Goedhart. “Zo ook bij een complex programma als het CVV dat de komende 15 jaar inzet op het doorvoeren van een efficiencyslag en het revitaliseren van bijna 400 Defensieobjecten in Nederland en het Caribisch gebied.” Het CVV programma is ontstaan omdat het huidige Defensievastgoed versnipperd, verouderd en niet duurzaam is. “Daar komt bij dat we tot nog toe jaarlijks ongeveer 150 miljoen extra aan het onderhoud van het huidige vastgoed en storingen moeten besteden. Door de onderhoudsachterstanden zullen die kosten alleen maar toenemen.”

Moderne en veilige werk- en leefomgeving op de juiste plek

“2,5 jaar geleden is het urgentiebesef gekomen dat het jaarlijks investeren in het onderhoud en storingen van ons vastgoed inderdaad ‘not the way to go’ was. Er moest een andere routing gekozen worden, waarbij we zo efficiënt mogelijk met onze locaties omgaan. Hoe richt je je vastgoed in waarbij de eenheden en de operationele inzetbaarheid centraal staan en je tevens een moderne en veilige werk- en leefomgeving op de juiste plek kunt bieden, met oog voor het privéleven van de medewerkers? Dat is de kern van het CVV programma. Daarnaast hebben we bewuster de verduurzaming van het vastgoed meegenomen in onze plannen waarbij wij zelf ook financieel de trekker zijn. Dat maakt het voor planningsdoeleinden ook gemakkelijk om een en ander in de 15-jarige looptijd van het programma weg te zetten.”

Toetsstenen projecten

De toetsstenen van het programma zijn de vier doelstellingen: verhogen operationele inzetbaarheid van de Krijgsmacht, het willen zijn van een aantrekkelijk werkgever, verduurzaming van vastgoed en het vastgoed financieel op orde brengen. Tevens is van alle projecten, verdeeld over vier werkpakketten, opgeschreven wat daarvan de bedoeling is, ook voor wat betreft de eenheden. “Dat is het startpunt dat we gebruiken om elke beslissing te kunnen onderbouwen en het ankerpunt om de voortgang van de projecten te toetsen.”

“Grote complexe projecten hebben te maken met het vaststellen van ruimtelijke ordening procedures. Daarnaast vergen ze extra personele capaciteit om deze projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen. Dat kost tijd en werkt soms frustrerend. Door deze complexe projecten af te kunnen wisselen met projectjes waar we wel snel meters kunnen maken en vlaggetjes kunnen plaatsen, zorgen we ervoor dat de energie en spirit in het programma hoog blijft.”

Op de vraag over hoe de organisatie geïnformeerd gaat worden over het programma, zegt Goedhart het volgende: “Communicatie en engagement is erg belangrijk in de fase waarin het CVV programma nu is aangekomen. Zeker nu we net uit de startblokken zijn, willen we dat kunnen gaan uitventen. Uiteraard informeren we getrapt: eerst onze eigen mensen, dan het parlement en dan de regio.” We gaan nu los!