Artikel 25-overleg: samen vooruit in een intensieve periode

CMC en SG in gesprek over inhoud, samenwerking en de opgaven voor Defensie

Op 4 februari jl. vond het tweejaarlijkse Artikel 25-overleg plaats tussen de Secretaris-Generaal (SG) en de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Dit overleg is een vast en belangrijk onderdeel van de overlegstructuur binnen Defensie. In het Artikel 25-overleg wordt niet alleen teruggekeken op de inhoudelijke opgaven en resultaten van het afgelopen jaar, maar wordt ook stilgestaan bij de samenwerking tussen bestuurder en medezeggenschap. Daarnaast wordt gezamenlijk vooruitgekeken: welke ontwikkelingen komen op Defensie af en wat vraagt dat van de organisatie én van de medezeggenschap?

Tijdens het overleg werd teruggekeken op een intensief jaar waarin op meerdere dossiers tegelijkertijd stappen zijn gezet. Zo is onder andere gewerkt aan de herziening van de SG-aanwijzingen en kwamen onderwerpen als de BRD, het zorgaanbiederschap, leefstijlcoaches en de arbeidsmarkttoelage aan bod. Zowel SG als CMC constateerden dat daarin gaandeweg een gezamenlijke koers is ontstaan, met meer samenhang en duidelijkheid. Daarnaast werd gesproken over de ingrijpende veranderingen waar Defensie voor staat, onder meer op het gebied van personeel, vastgoed, veiligheid en industrie, en wat dit vraagt van de organisatie en de samenwerking tussen bestuur en medezeggenschap.

Samenwerking: gegroeid en bewuster ingericht

Ook vanuit de CMC werd positief teruggeblikt op de samenwerking. In het afgelopen jaar zijn onder meer een convenant en een faciliteitenregeling gesloten en is de betrokkenheid van de CMC bij verschillende overleggen toegenomen. Dit heeft bijgedragen aan meer overzicht en betere ‘situational awareness’: de CMC heeft scherper zicht op wat er speelt en kan ontwikkelingen beter duiden in relatie tot signalen van de werkvloer. Daarnaast werd stilgestaan bij het 15-jarig lustrum van de CMC. Het jubileum onderstreepte de toegevoegde waarde van medezeggenschap op alle lagen van de organisatie, juist in een fase waarin Defensie sneller moet kunnen handelen en anders moet organiseren.

Urgentie en versnelling: draagvlak als randvoorwaarde

De SG benadrukte daarbij dat de toenemende urgentie en noodzaak tot versnellen vraagt om een manier van werken waarin samenwerking en draagvlak centraal staan.

Secretaris-Generaal Maarten Schurink: “De urgentie en de noodzaak tot versnellen nemen toe. Dat vraagt om vertrouwen, gedeelde verantwoordelijkheid en draagvlak. Die versnelling kun je niet over de organisatie uitrollen; die moet door de organisatie worden gedragen. Juist daarom is het belangrijk om de medezeggenschap te betrekken en signalen van de werkvloer mee te nemen.”

Tegelijkertijd werd duidelijk dat verdere versterking van de rol van de medezeggenschap nodig blijft. Met name de vraag waar en wanneer de CMC aan tafel zit en op welk niveau dat het meeste effect heeft, vraagt aandacht.

Voorzitter CMC, Dorine Bakker: “Onze opgave is om scherp te blijven op waar medezeggenschap het verschil kan maken. Door bewuste keuzes te maken in de dossiers waarop wij inzetten, vanuit onze verantwoordelijkheid voor bedrijfsvoering, veiligheid, gezondheid en welzijn van het personeel, kunnen we eerder bijdragen aan besluiten en beter recht doen aan wat er op de werkvloer leeft.”

Vooruitblik: planmatig werken

Voor de komende periode is afgesproken om planmatiger te werken: met een duidelijke jaarplanning, thematische werkgroepen en meer helderheid over het verloop van adviestrajecten. Voor de organisatie betekent dit dat beter zichtbaar wordt waar de CMC op inzet, waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en hoe medezeggenschap wordt ingevuld.

Het Artikel 25-overleg onderstreept daarmee het gezamenlijke belang: werken aan een wendbare organisatie, met een medezeggenschap die tijdig, inhoudelijk en herkenbaar betrokken is.

Dorine Bakker nieuwe voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie (CMC)

Met ingang van 9 december 2025 is Dorine Bakker MSc benoemd tot voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie (CMC). Zij volgt daarmee kolonel-arts Michiel Bussink MSc MBA op, die de afgelopen twee jaar het CMC voorzitterschap heeft ingevuld.

Dorine is al langere tijd actief op alle lagen van medezeggenschap binnen Defensie. Zij combineerde dit met haar functie als Hoofd Onderwijs & Vorming bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). Vanuit haar achtergrond, onder meer als universitair docent Organisatiekunde & Management brengt zij een brede blik op organisatieontwikkeling, leiderschap en medewerkersbetrokkenheid mee.

Het is een eer om op dit niveau onze mensen te mogen vertegenwoordigen.”

Dorine Bakker

Dorine staat bekend om haar verbindende stijl. Zij wil zorgen dat de stem van de mensen bij Defensie op álle niveaus gehoord blijft worden én dat medezeggenschap zichtbaar blijft bijdragen aan de slagkracht van Defensie. “Het is een eer om op dit niveau onze mensen te mogen vertegenwoordigen. Een sterke krijgsmacht vraagt om betrokkenheid, goede samenwerking en ruimte voor het perspectief van de medewerker. Daar wil ik mij met volle energie voor inzetten.”

Michiel Bussink blijft als lid actief binnen de CMC, waarmee hij ook voldoende tijd kan besteden aan het behouden van zijn registratie als medisch specialist anesthesioloog-intensivist. De CMC is blij dat zijn 8 jaar bestuurlijke CMC-ervaring voor de CMC behouden blijft. Door tevens aan te blijven als voorzitter van de CMC-werkgroep Gezondheid Defensie is bovendien de continuïteit en kennis op het gebied van Defensiebrede gezondheid en gezondheidszorg gewaarborgd.

De CMC spreekt haar grote waardering uit voor de inzet van Michiel in een complexe periode waarin Defensie volop in ontwikkeling is. Onder zijn voorzitterschap heeft de CMC – middels o.a. het tekenen van het convenant tussen de Secretaris-generaal en de CMC – de stevige basis voor centrale medezeggenschap uitgebouwd. Dit met behoud van aandacht voor veiligheid, gezondheid en welzijn van de mensen bij Defensie.

Met de komst van Dorine als voorzitter wordt het Dagelijks Bestuur van de CMC opnieuw samengesteld. Zo zal Richard van Toor de rol van plaatsvervangend voorzitter innemen. Hij vervangt daarmee Timo Ligthart die deze rol ad interim over had genomen van Jeffrey de Freitas, die in oktober afscheid nam van de CMC. Jan van Dam blijft de secretaris. Gerard de Graaff wordt de nieuwe plaatsvervangend secretaris. Hij neemt het stokje over van Johan Bruinsma die als lid bij de CMC betrokken blijft. De CMC bedankt ook hen voor hun jarenlange inzet binnen het dagelijks bestuur van de CMC.

Foto van Dorine Bakker en Michiel Bussink door: Peter Roek – ORnet

Jeffrey de Freitas neemt afscheid van de CMC

Dinsdag 14 oktober nam vicevoorzitter Jeffrey de Freitas tijdens de overlegvergadering afscheid van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Daarmee sluit hij een periode af waarin hij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) vertegenwoordigde en uitgroeide tot een inhoudelijk sterke en verbindende kracht binnen de commissie.

Tijdens de vergadering stond Secretaris-Generaal Maarten Schurink stil bij Jeffrey’s jarenlange inzet voor de medezeggenschap en zijn kenmerkende manier van werken: zorgvuldig, analytisch en altijd gericht op samenwerking.

“Jeffrey, jij staat bekend als iemand die mensen weet te verbinden en complexe vraagstukken weet terug te brengen tot de essentie. Je zoekt liever naar gezamenlijke oplossingen dan naar procedures, maar zorgt er vervolgens wel voor dat dingen zorgvuldig en volgens de regels verlopen,” aldus Schurink.

Jeffrey begon zijn loopbaan bij Defensie in 2002, direct na zijn officiersopleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. Na verschillende functies binnen de Koninklijke Marine combineerde hij zijn operationele ervaring met een groeiende interesse voor medezeggenschap. Wat begon als interesse in hoe besluitvorming binnen Defensie tot stand komt, groeide uit tot de overtuiging dat medezeggenschap juist een drijvende kracht achter goed beleid kan zijn.

“Het vermogen om knelpunten in beleid te herkennen en bespreekbaar te maken is de toegevoegde waarde van medezeggenschap,” zei Jeffrey daar eerder over. “Ik zie medezeggenschap als partner in compliance. Samen werken aan integrale oplossingen en cultuurverandering.”

Schurink vervolgde: “Jeffrey heeft zich de afgelopen jaren onderscheiden door zijn scherpe blik en verbindende houding. Hij brengt rust, structuur en analytische diepgang in elk gesprek. Hij kijkt verder dan het hier en nu, stelt vragen die ertoe doen en weet mensen bij elkaar te brengen, juist ook als belangen botsen. Daarmee heeft hij de medezeggenschap binnen Defensie versterkt en verder geprofessionaliseerd. Daarvoor wil ik hem van harte bedanken.”

Jeffrey blijft binnen Defensie actief in een andere rol bij de Hoofddirectie personeel.

Arbeidsmarkttoelage naar één duidelijk en eerlijk toetsingskader

Tijdens het CMC-overleg op 25 september 2025 gaf Esther Poldner-de Vries een toelichting op de arbeidsmarkttoelage (AMT). Doel is te komen tot één objectief toetsingskader waarmee Defensie schaarste zowel op de arbeidsmarkt als binnen Defensie (bij defensiespecifieke functies) eenduidig en controleerbaar kan vertalen naar een passende toelage. Dit sluit aan bij de bredere lijn dat arbeidsvoorwaarden centraal met bonden worden afgesproken en zorgvuldig moeten worden onderbouwd.

Het toetsingskader bestaat uit vier stappen. Eerst wordt vastgesteld of er sprake is van schaarste, vervolgens wordt dit geplaatst in het juiste arbeidsmarktdomein. Daarna wordt bekeken welke maatregelen al zijn ingezet, zoals werving, opleiding of mobiliteit. Tot slot wordt bepaald wat de impact is op de operationele gereedheid.

In het model worden per stap meetbare variabelen gebruikt die samen tot een totaalscore leiden. Afhankelijk van die score valt een functie of functiegroep in Arbeidsmarkttoelagecategorie 1 t/m 4 met een bijbehorend percentage. De hoogte en het toetsingskader staan nog ter discussie met de defensieonderdelen én sociale partners. Het kader wordt dus beproefd en aangescherpt.

Streven naar eenduidige criteria en rechtsgelijkheid

De CMC heeft eerder zorgen geuit over oneigenlijke of ongelijkmatige inzet van instrumenten zoals categorale bindingspremies. Het streven is nu om eenduidige criteria te hanteren en rechtsgelijkheid te borgen, zodat vergelijkbare functies vergelijkbaar worden behandeld en interne concurrentie wordt voorkomen.

Testen van het toetsingskader

Met defensieonderdelen wordt het toetsingskader nu getoetst: werkt de puntentelling zoals bedoeld, zijn de variabelen duidelijk genoeg en komt de uitkomst overeen met het geschatte schaarsteniveau? Esther Poldner-de Vries: “Het toetsingskader is nog niet klaar. Juist daarom testen we nu met de defensieonderdelen: om samen scherp te krijgen wat werkt, wat rechtvaardig is en wat we eenduidig centraal moeten vastleggen.”

Esther richt zich op 2027 voor daadwerkelijke toepassing. Tot die tijd wordt er verder getest, aangescherpt en afgestemd met de defensieonderdelen en sociale partners. De CMC blijft aangehaakt, met focus op rechtsgelijkheid en uitvoerbaarheid. “We willen voorkomen dat oude problemen in een nieuw jasje terugkomen.” Aldus de CMC.

CMC viert 15 jarig lustrum

De Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie (CMC) viert op donderdag 30 oktober haar 15-jarig bestaan met een lustrumcongres in het Nationaal Militair Museum in Soest.

Onder leiding van dagvoorzitter CMC-lid Dorine Bakker en in aanwezigheid van Staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman, Generaal Onno Eichelsheim, Commandant der Strijdkrachten, Secretaris-generaal Maarten Schurink, Tessa Huisman – de Kort, directeur Personeelsbeleid en Management, en CMC Voorzitter Michiel Bussink brengen we beleidsmakers, medezeggenschappers en leidinggevenden samen om te leren, inspireren en verbinden.

Medezeggenschap in een veranderende wereld

Aan de hand van het thema: “Medezeggenschap in een veranderende wereld” blikken we terug op de afgelopen 15 jaar en kijken we vooruit. Hoe geef je medezeggenschap vorm in een moderne krijgsmacht? Welke rol speelt zij in relatie tot hoofdtaak 1? Hoe creëer je draagvlak en betrokkenheid voor medezeggenschap bij medewerkers? En hoe organiseer je een optimale samenwerking tussen leiderschap en medezeggenschapsorgaan op de diverse niveaus in de toekomst?

Al meer dan 15 jaar medezeggenschap bij Defensie

Al meer dan vijftien jaar zet de CMC zich Defensiebreed in als gesprekspartner en belangenbehartiger van medewerkers én organisatie. Medezeggenschap is binnen Defensie van grote waarde: een sterke krijgsmacht vraagt om betrokkenheid, inspraak en een constructieve dialoog. Zeker nu!

We leven in een wereld die snel verandert en Defensie beweegt daarin mee. In de transitie naar een slimme, sterke krijgsmacht en een soepele organisatie, die klaar is voor hoofdtaak 1, is professionele medezeggenschap belangrijker dan ooit. Als wettelijke – en bovenal nátuurlijke – volwaardige gesprekspartner draagt de medezeggenschap bij aan de missie van Defensie – scherp op de inhoud, verbindend in de samenwerking – beschermen wat ons dierbaar is.

Praktische informatie

Het CMC Lustrum event is op uitnodiging. Stuur voor vragen of opmerkingen een e-mail aan cmc@mindef.nl.

Datum en locatie
Donderdag 30 oktober
Het Nationaal Militair Museum
Verlengde Paltzerweg 1, Soest

Samen sneller vooruit

Woensdag jl. vond het tweejaarlijkse Artikel 25-overleg plaats tussen de Secretaris-Generaal (SG) en de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Tijdens dit overleg wordt teruggekeken op de samenwerking én de behaalde resultaten van het afgelopen half jaar en wordt gezamenlijk vooruit gekeken naar de plannen en uitdagingen voor de komende periode.

Wat duidelijk werd: de rol van de medezeggenschap is de afgelopen periode verder verdiept en die betrokkenheid is essentieel, zeker gezien de opgaven waar Defensie voor staat. De afgelopen periode heeft Defensie grote stappen gezet richting versterking van de militaire slagkracht. En zoals SG Maarten Schurink het verwoordde: “De urgentie is alleen maar toegenomen. De tijd van geleidelijkheid is voorbij – het is tijd voor de volgende versnelling en een volledige focus op militaire paraatheid. Mochten onze militairen ingezet worden dan moeten we tegen elkaar kunnen zeggen dat we er echt alles aan hebben gedaan om ze gereed te stellen. En daar hebben we iedereen voor nodig.”

De komende periode zal de gehele organisatie zich nog meer moeten focussen op de versnelling, die vrijwel elk domein binnen Defensie raakt. De CDS doet dat door verscheidene maatregelen ter versnelling door te voeren en binnen de bestuursraad gaat men nog steviger sturen op de randvoorwaarden voor de strategische versnelling.

Enkele kernpunten: 

• Het versneld aanschaffen van systemen, middelen en voorraden;

• Meer ruimte, mandaat en budget voor commandanten;

• Versimpeling van inkoop- en financiële processen;

• Directe partnerschappen met de industrie;

• En het creëren van meer wettelijke ruimte voor Defensie.

Michiel Bussink, voorzitter CMC: “De rol van medezeggenschap, vooral ook die ‘aan de voorkant’, is belangrijk bij deze ingrijpende keuzes. Vooral ook om de signalen vanaf de werkvloer op te kunnen pakken en mee te nemen in het overleg. Het kunnen versnellen vergt dat we samen blijven sturen op kwaliteit, draagvlak en uitvoerbaarheid. Daarnaast vraagt het ook iets wezenlijks van de organisatiecultuur: vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid. Deze strategische versnelling is niet iets dat je over de organisatie uitrolt. Het moet door de organisatie worden gedragen – en dat betekent: met de organisatie, dus met de medezeggenschap.”

Statement CMC bij Dagorder CDS

In de Dagorder onderstreept de Commandant der Strijdkrachten (CDS) nogmaals de omvang van de opgave waar Defensie voor staat. Met militaire paraatheid als absolute prioriteit moeten er ingrijpende keuzes worden gemaakt en moet Defensie op alle vlakken overschakelen naar de volgende versnelling.

CDS Onno Eichelsheim

Zo wordt er meer budget vrijgemaakt voor het versneld aankopen van materieel, gaat er vaker direct worden aanbesteed, worden de voorraden sneller aangevuld, zijn er gesprekken met de bonden over de noodzakelijke groei, wordt er gewerkt aan wettelijke ruimte en gaat Defensie versnellen op vastgoed en infra.

Zeker in tijden van grote verandering is het van groot belang dat de besluiten zorgvuldig worden genomen en draagvlak genieten binnen de organisatie. Mindset is een van de belangrijkste randvoorwaarden voor het doen slagen van alle veranderingen.

Medezeggenschap speelt daarin – naast een wettelijke rol – vooral ook een verbindende rol: door signalen van de werkvloer op te vangen, de dialoog te voeren en samen te zoeken naar werkbare oplossingen. De Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC) adviseert hierbij op strategische thema’s en draagt zo bij aan een toekomstbestendige, weerbare organisatie.

De CMC blijft zich inzetten voor duidelijke afspraken, goed overleg en een cultuur waarin versnellen én zorgvuldigheid in besluitvorming hand in hand gaan. Want alleen als we samen koers houden, komen we sneller vooruit.

Kennismaking met IGK, Vice-admiraal Boots: bruggen bouwen in onzekere tijden

Op 19 februari 2025 bracht een afvaardiging van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC) een bezoek aan de nieuwe Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK), Vice-admiraal Boudewijn Boots. Dit kennismakingsgesprek was een mooie gelegenheid om in te gaan op de belangrijkste aandachtspunten voor de komende periode. Boots, die eerder Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten was, neemt de functie over van LTGENMARNS Frank van Sprang in een tijd waarin Defensie onder toenemende druk staat. Thema’s zoals personeelsbeleid, sociale veiligheid en operationele gereedheid spelen daarbij een cruciale rol.

Wennen aan een nieuwe rol en dynamiek

Vice-admiraal Boots zal de komende drie jaar de functie van IGK vervullen en is zich bewust van de onafhankelijke aard van zijn rol. “Ik opereer naast de lijn, niet erbinnen. Mijn taak is niet naleving, maar beleving,” lichtte hij toe. Mede daarom wil hij graag regelmatig met de CMC in gesprek gaan. “Als IGK wil ik over up-to-date informatie uit alle lagen van de organisatie beschikken en context kunnen bieden. Daarbij wil ik niet in herhaling vallen met mijn bevindingen. Wat zijn daarbij de echte ‘so what’s’ voor de organisatie en wees zorgvuldig met wat je naar buiten brengt. Niet alleen richting beleidsmakers, maar vooral ook richting medewerkers en militairen; daar kan de CMC mogelijk bij helpen.”

Uit het Hilversumse bos

Zijn nieuwe functie vereist een frisse blik op de manier waarop de IGK kan bijdragen aan Defensie. Daarom is Boots momenteel bezig met een kennismakingsronde langs de verschillende krijgsmachtonderdelen. “Waar kan ik bruggen slaan? Hoe kunnen we beter samenwerken? Misschien moet er wel een IGK-bureautje in Den Haag komen, zodat ik van tijd tot tijd even uit het Hilversumse bos, waar de IGK nu gevestigd is, stap.” Deze gedachte heeft overeenkomsten met de wens van de CMC voor een ‘Bureau Ondersteuning Medezeggenschap’, dat versnippering binnen de het medezeggenschapslandschap moet tegengaan. Een belangrijke stap in die richting is het convenant dat binnenkort wordt getekend tussen de CMC, de Secretaris-Generaal en P-HDP. Dit convenant moet zorgen voor betere ondersteuning en borging van de medezeggenschap binnen Defensie. “Beide bureaus zouden kunnen bijdragen aan een betere verbinding en ondersteuning,” aldus Boots.

Focus op Hoofdtaak 1 en veteranen

Een van de speerpunten van Boots is de invulling van Hoofdtaak 1 door Defensie en de effecten daarvan. Door de geopolitieke veranderingen die elkaar in rap tempo opvolgen gaat er verwachtbaar steeds meer geld naar defensie. “Wij moeten beter gereed zijn voor Hoofdtaak 1, en dat is ultimo gereed zijn voor oorlog op ons eigen en NAVO’s grondgebied. Die focus doet wat met de Defensiemedewerkers en zeker ook met hun achterban. Daarom wil ik meer insteken op de mentale component die hierbij nodig is. Wat vragen we van onze mensen en wat doet dat met hen.” Een ander speerpunt is dat we daarbij volgens Boots kunnen leren van onze veteranen, die veerkracht tonen in uitdagende situaties. Zijn recente bezoek aan de Invictus Games maakte opnieuw duidelijk hoe groot de mentale kracht van deze groep is. “De veerkracht van onze veteranen is van enorme meerwaarde voor Defensie. Ze verdienen erkenning en waardering, zeker in deze tijden. Misschien moeten we juist hun ervaringen gebruiken als inspiratie en positieve bijdrage voor hoe we onze mensen mentaal sterk houden.”

Weerbaarheid in een veranderende wereld

Tijdens het gesprek reflecteerde Boots op de veranderende tijden en de impact daarvan op Defensie. “We moeten ons realiseren dat 80 jaar vrede en welvaart ons heeft ingedut. Het scenario van een crisis, of erger nog, een conflict op basis van artikel 5 uit het NAVO-verdrag, is lange tijd niet aan de orde geweest. Hoe maken we die omslag, zonder te vervallen in paniek?” Hij noemde het Zweedse model als inspiratiebron voor het personeelstekort: “Stap voor stap toewerken naar een organisatie die mentaal en fysiek voorbereid is op elke situatie.”

De CMC benadrukte dat de druk op ‘het systeem’ inmiddels zo groot is dat er scheurtjes dreigen te ontstaan. “We moeten opletten dat we door te veel pushen nu geen grote risico’s lopen aan de voorkant van een eventueel conflict, vooral als het gaat om integriteit en behoud van personeel. Anderzijds is het ook fijn om te merken dat er een groeiende groep jongeren nu juist wel kiest voor een carrière binnen de Krijgsmacht vanwege de maatschappelijke relevantie en urgentie.”

Daarnaast kwamen andere belangrijke thema’s aan bod, zoals de rol van Defensie als uitvoeringsorganisatie, de samenwerking met vakbonden en het belang van medezeggenschap binnen kleinere organisatieonderdelen. “Ook zij hebben recht op een stem,” aldus de CMC.

Een veelzijdige en veelkleurige organisatie

Na een inhoudelijk en open gesprek sloot Vice-admiraal Boots af met een eerste reflectie op zijn nieuwe rol: “Dit gesprek bevestigt voor mij opnieuw hoe veelkleurig Defensie is. Er werken zoveel verschillende type mensen, er spelen zoveel verschillende thema’s, belangen en perspectieven. Als IGK wil ik een verbindende rol spelen en zorgen dat besluiten breed gedragen worden, met oog voor welzijn van onze militairen en burgers.”

Zet je in voor Defensiebrede VKAM belangen

Werk jij bij Defensie en voel jij je betrokken bij de Defensiebrede belangen op het gebied van (sociale) veiligheid, kwaliteit, arbo en milieu (VKAM)? Neem dan deel aan de CMC Werkgroep VKAM en draag met jouw deskundigheid bij aan het behartigen van die belangen.

De Werkgroep VKAM is opgericht om de CMC te ondersteunen en adviseren in haar werkzaamheden bij de bij Defensie voorgenomen maatregelen op het gebied van (sociale) veiligheid, kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu. Wanneer de onderwerpen op dit gebied op het overlegniveau van de CMC liggen, voert de werkgroep vooroverleg met de beleidsverantwoordelijke, stelt de werkgroep conceptadviezen op en ondersteunt de werkgroep met haar deskundigheid de CMC in het overleg met de secretaris-generaal van Defensie.

Onderwerpen op tafel van de Werkgroep VKAM

De onderwerpen veiligheid, kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu zijn van groot belang voor het personeel van het Ministerie van Defensie. Onderstaand een aantal voorwerpen die bijvoorbeeld in 2023 behandeld zijn door de Werkgroep VKAM: 

● ATW overschrijdingen;
● Sociale veiligheid;
● Defensiebrede verklaring Veiligheid & Milieu;
● Reservisten zorgvraag;
● Ministeriële Publicatie 40-21, deel II m.b.t. de opslag gevaarlijke stoffen te velde;
● Evaluatie SG-aanwijzing 007 ‘Veiligheid, Gezondheid en Milieu bij Defensie’;
● Veiligheidsdashboard;
● Aanwijzing IRM;
● Aanwijzing Risicobeheersing Blootstelling aan Elektromagnetische Velden bij Defensie.

Praktische informatie over Werkgroep VKAM

Wat kun je verwachten als je deelneemt aan de werkgroep VKAM? Een aantal praktische zaken op een rij:

● De werkgroep is ingesteld voor onbepaalde tijd;
● De werkgroep komt gemiddeld een keer per 6 weken bijeen voor overleg;
● De werkgroep bestaat uit deskundigen vanuit de zeven defensieonderdelen, en per defensieonderdeel hebben twee deskundigen zitting in de werkgroep;
● Tijd besteed aan actieve deelname aan de werkgroepbijeenkomsten en werkzaamheden in het kader van de werkgroep betreft werktijd;
● Leden van de werkgroep krijgen de gelegenheid scholing en vorming te ontvangen die in verband met de vervulling van de taak nodig worden geacht.

Meld je aan

Voel jij je betrokken bij de Defensiebrede belangen op het gebied van (sociale) veiligheid, kwaliteit, arbo en milieu? En heb je interesse om vanuit jouw kennis en kunde bij te dragen aan de Werkgroep VKAM? Meld je dan aan voor de werkgroep door een e-mail te sturen naar cmc@mindef.nl.

Het kan zijn dat meer mensen zich aanmelden voor de werkgroep dan er posities beschikbaar zijn. In dat geval selecteert de CMC de kandidaten voor de werkgroep.

Nieuwe Wet op de Defensiegereedheid: Defensiegereedheid als vitaal publiek belang voor onze veiligheid

Om Nederland en haar bondgenoten te kunnen verdedigen tegen toenemende geopolitieke dreigingen, cyberaanvallen en grensoverschrijdende spanningen, werkt het Ministerie van Defensie momenteel met man en macht aan de ontwikkeling van de nieuwe Wet op de Defensiegereedheid. Deze wet moet juridische, organisatorische en beleidsmatige belemmeringen wegnemen die de gereedheid voor hoofdtaak 1 kunnen beperken. Tijdens de CMC-vergadering op 15 januari lichtten Djenna Stevens, Hoofd Wet- en Regelgeving en Ben Kokx, Procesbegeleider, het proces rond de totstandkoming van de nieuwe wet toe.

Kokx: “De veiligheidssituatie in de wereld verslechtert in een snel tempo. Conflicten zoals de oorlog in Oekraïne, toenemende grensoverschrijdende spanningen en bedreigingen via drones en cyberaanvallen, maken duidelijk dat onze Krijgsmacht voorbereid moet zijn op verschillende scenario’s.

Volgens Stevens maakt de huidige regelgeving het echter lastig om snel en adequaat hierin te kunnen handelen: “Complexe wetgeving, beperkte personele capaciteit en een ontoereikende infrastructuur remmen onze slagkracht. Met de nieuwe wet krijgen we de juridische en praktisch ruimte om te doen wat nodig is om Nederland veilig te houden.”

Defensiegereedheid als vitaal publiek belang

De nieuwe wet is opgebouwd rond drie kernpunten voor operationele gereedheid:

Opleiden, trainen en oefenen: meer ruimte en mogelijkheden om onze mensen optimaal voor te bereiden.

Informatiepositie versterken: toegang tot strategische informatie en een volledig omgevingsbeeld.

Bewaken en beveiligen: versterkte bescherming van militaire objecten en middelen.

Deze drie punten dragen bij aan het positioneren van Defensie als vitaal publiek belang. Met andere woorden: onder bepaalde omstandigheden zou bij bijvoorbeeld de bouw van kazernes of het gebruik van nieuwe straaljagers, Defensie boven andere maatschappelijke belangen, zoals milieunormen of geluidsoverlast, moeten kunnen worden gesteld.

Om dit mogelijk te maken, moeten knelpunten rond leefomgeving, informatieomgeving, inkoop en personeel waar mogelijk worden opgelost. Dit is vooral complex wanneer Europese wetgeving een rol speelt. Zo belemmert de Europese stikstofwetgeving mogelijke operaties van Defensie. Daarnaast stuiten Defensie-activiteiten binnen Nederland op beperkingen door regelgeving zoals bijvoorbeeld de Arbeidstijdenwet en complexe vergunningsprocedures. In dit kader benadrukte de CMC het groeiende belang van reservisten. De inzet van deze flexibele schil van Defensie is afhankelijk van de steun en flexibiliteit van werkgevers en de Nederlandse samenleving.

No surprises

De nieuwe wet biedt kansen om slagkracht voor onze Krijgsmacht te realiseren, maar vraagt ook om zorgvuldige afstemming met andere departementen en instanties. “Binnen Defensie werken we nauw samen met medezeggenschapsorganen en vakcentrales om de impact op onze mensen zorgvuldig te borgen. Extern zoeken we afstemming met Ministeries, toezichthouders en andere stakeholders om een zo’n breed mogelijk draagvlak te creëren,” aldus Stevens. “Wij willen niemand overvallen met deze nieuwe wet en de impact ervan; no surprises. Want ondanks de snelheid waarmee de wet wordt ontwikkeld, wil ik benadrukken dat er ruimte voor inspraak blijft: “We willen alle betrokkenen, inclusief de CMC, tijdig informeren en betrekken. Het is van groot belang dat deze wet breed wordt gedragen!“

Het Ministerie streeft ernaar om per 1 februari een conceptversie van de wet gereed te hebben. Dit concept wordt vervolgens uitgebreid besproken met interne en externe stakeholders, waarna verdere afstemming in de ministerraad en de Tweede Kamer volgt. De CMC blijft betrokken bij de voortgang.