Met ingang van 9 december 2025 is Dorine Bakker MSc benoemd tot voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie (CMC). Zij volgt daarmee kolonel-arts Michiel Bussink MSc MBA op, die de afgelopen twee jaar het CMC voorzitterschap heeft ingevuld.
Dorine is al langere tijd actief op alle lagen van medezeggenschap binnen Defensie. Zij combineerde dit met haar functie als Hoofd Onderwijs & Vorming bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). Vanuit haar achtergrond, onder meer als universitair docent Organisatiekunde & Management brengt zij een brede blik op organisatieontwikkeling, leiderschap en medewerkersbetrokkenheid mee.
“Het is een eer om op dit niveau onze mensen te mogen vertegenwoordigen.”
Dorine Bakker
Dorine staat bekend om haar verbindende stijl. Zij wil zorgen dat de stem van de mensen bij Defensie op álle niveaus gehoord blijft worden én dat medezeggenschap zichtbaar blijft bijdragen aan de slagkracht van Defensie. “Het is een eer om op dit niveau onze mensen te mogen vertegenwoordigen. Een sterke krijgsmacht vraagt om betrokkenheid, goede samenwerking en ruimte voor het perspectief van de medewerker. Daar wil ik mij met volle energie voor inzetten.”
Michiel Bussink blijft als lid actief binnen de CMC, waarmee hij ook voldoende tijd kan besteden aan het behouden van zijn registratie als medisch specialist anesthesioloog-intensivist. De CMC is blij dat zijn 8 jaar bestuurlijke CMC-ervaring voor de CMC behouden blijft. Door tevens aan te blijven als voorzitter van de CMC-werkgroep Gezondheid Defensie is bovendien de continuïteit en kennis op het gebied van Defensiebrede gezondheid en gezondheidszorg gewaarborgd.
De CMC spreekt haar grote waardering uit voor de inzet van Michiel in een complexe periode waarin Defensie volop in ontwikkeling is. Onder zijn voorzitterschap heeft de CMC – middels o.a. het tekenen van het convenant tussen de Secretaris-generaal en de CMC – de stevige basis voor centrale medezeggenschap uitgebouwd. Dit met behoud van aandacht voor veiligheid, gezondheid en welzijn van de mensen bij Defensie.
Met de komst van Dorine als voorzitter wordt het Dagelijks Bestuur van de CMC opnieuw samengesteld. Zo zal Richard van Toor de rol van plaatsvervangend voorzitter innemen. Hij vervangt daarmee Timo Ligthart die deze rol ad interim over had genomen van Jeffrey de Freitas, die in oktober afscheid nam van de CMC. Jan van Dam blijft de secretaris. Gerard de Graaff wordt de nieuwe plaatsvervangend secretaris. Hij neemt het stokje over van Johan Bruinsma die als lid bij de CMC betrokken blijft. De CMC bedankt ook hen voor hun jarenlange inzet binnen het dagelijks bestuur van de CMC.
Foto van Dorine Bakker en Michiel Bussink door: Peter Roek – ORnet
Centrale medezeggenschap bij het ministerie van Defensie bestaat 15 jaar, en dat vierden we op 30 oktober met een lustrumcongres in het Nationaal Militair Museum Soesterberg. Onder leiding van dagvoorzitter CMC-lid Dorine Bakker en in aanwezigheid van Staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman, Generaal Onno Eichelsheim, Commandant der Strijdkrachten, Secretaris-generaal Maarten Schurink, Luitenant-generaal Jan-Willem Maas, Commandant DOSCO, Tessa Huisman – de Kort, directeur Personeelsbeleid en Management, Michiel Bussink, voorzitter van de CMC, en de vele andere bij medezeggenschap betrokken deelnemers werd het een dag vol reflectie, verbinding en inspiratie.
Het lustrumcongres was hét moment waar beleidsmakers, medezeggenschappers en leidinggevenden bijeen kwamen om te leren, inspireren en verbinden. Er werd gekeken naar medezeggenschap binnen de defensieorganisatie onder het thema ‘Medezeggenschap in een veranderende wereld.’ Een zeer belangrijk thema, passend bij de huidige tijd, waarin de nadruk steeds meer ligt op hoofdtaak 1. En dat zag je zeker terug in de waardevolle inbreng en betrokkenheid van alle aanwezigen.
Door de dag heen, tijdens panelgesprekken en de workshops, werd benadrukt hoe belangrijk het is dat zeggenschap en medezeggenschap elkaar écht vinden. Want in een organisatie die sneller moet bewegen, is vertrouwen het anker. Medezeggenschap blijft de spiegel, het klankbord en de gezamenlijke kracht op de werkvloer. Zoals Gijs Tuinman het verwoord: “Juist nu Defensie volop in beweging is, is die professionele medezeggenschap onmisbaar. We kunnen niet zonder die kritische blik en betrokkenheid van onze mensen. In de groei naar een slimme, sterke krijgsmacht helpt het ons scherp te blijven op de inhoud en keuzes te maken die passen bij de toekomst.”
Werkgeluk als motor voor een aantrekkelijke Defensieorganisatie
Lucas Swennen, HappinessBureau, liet in zijn inspirerende keynote ‘Werkgeluk als motor voor een aantrekkelijke Defensieorganisatie’ zien hoe werkgeluk bijdraagt aan duurzame inzetbaarheid, eigenaarschap en wendbaarheid. “Even aandacht hebben voor iets, doet ongelofelijk veel,” aldus Swennen. “Hoe laat je die waardering zien? Door aandacht te geven aan elkaar, goed werk te erkennen, écht te luisteren, feedforward te geven, goede gesprekken te voeren en iedereen zichzelf te laten zijn.” Zijn boodschap: werkgeluk is geen luxe, maar een voorwaarde voor een gezonde en aantrekkelijke organisatie. En medezeggenschap kan daarin een krachtige partner zijn.
Medezeggenschap en hoofdtaak 1
Nu de nadruk steeds meer ligt op hoofdtaak 1, kon dit onderwerp van gesprek zeker niet ontbreken.
Onder leiding van Dorine Bakker gingen CDS Onno Eichelsheim, luitenant-generaal DOSCO Jan-Willem Maas en CMC-voorzitter Michiel Bussink op het podium met elkaar in gesprek over de rol van medezeggenschap binnen de versnelling richting hoofdtaak 1.
Tijdens de dialoog over medezeggenschap en hoofdtaak 1 benadrukte Generaal Eichelsheim dat medezeggenschap een onmisbare factor is binnen een modern Defensie: “De basis is goed, maar we willen het gesprek met de medezeggenschap verder verbeteren. Dat kan alleen door vertrouwen in elkaar te hebben, eerlijk te zijn en muren te doorbreken als dat nodig is.”
Luitenant-generaal Maas riep op tot ambitie en lef, en om successen van medezeggenschap te delen: “Trek die grote broek aan, houd ambitie en blijf pushen. (…) Laten we structureel samen communiceren over onze gedeelde successen, binnen én buiten Defensie.” En CMC-Voorzitter Bussink vulde aan: “Behoud wat goed is, bestendig dat en optimaliseer het.” De gezamenlijke conclusie: medezeggenschap en zeggenschap kunnen alleen succesvol zijn als ze elkaar blijven opzoeken, juist in een organisatie in transitie.
In gesprek over de toekomst van medezeggenschap
In het tweede plenaire gesprek keken Secretaris-generaal Maarten Schurink, Staatssecretaris Gijs Tuinman, Tessa Huisman-de Kort en Michiel Bussink vooruit. Er werd deze dag 15 jaar centrale medezeggenschap gevierd, maar net zo belangrijk is het om na te denken over medezeggenschap in de toekomst. Hoe moeten de komende 15 jaar medezeggenschap bij Defensie eruit zien?
Tuinman benadrukte het belang van leiderschap en luisteren: “De mensen maken het verschil. En dat verschil maken we sámen – bestuurders, commandanten én medezeggenschap.”
Schurink sloot af met een scherpe observatie: “Als commandanten medewerkers niet direct betrekken, kan medezeggenschap dat nooit meer compenseren.”
“We moeten blijven investeren in een professioneel georganiseerde medezeggenschap, op alle lagen van Defensie. Die professionaliteit en gelijkwaardigheid zijn de basis om samen te kunnen schakelen als het echt nodig is.” voegde Huisman-de Kort toe.
Het gesprek tussen Schurink, Tuinman, Huisman – de Kort en Bussink zorgde voor interessante vragen en inzichten vanuit de zaal en op het podium. En de deelnemers waren het over een ding zeker eens: dat professionaliteit, transparantie en vertrouwen de sleutelwoorden blijven voor de komende jaren.
Volop ruimte voor verbinding, ontmoeting en verdieping
Tijdens het lustrumcongres was er volop gelegenheid voor ontmoeting bij de stands van vakbonden, SBI Formaat, ASD en in het museum. Het gesprek over partnerschap, vertrouwen en invloed ging daar tijdens de lunch informeel verder. Daarna werd in workshops dieper ingegaan op drie actuele thema’s: Participatie, Medezeggenschap & hoofdtaak 1, en Beleid. Dat leverde veel praktische inzichten op en liet op verschillende manieren zien wat samenwerking tussen beleid, uitvoering en medezeggenschap cruciaal maakt om tot gedragen besluiten te komen.
Participatiemodel ABN AMRO
Paul Zellenrath en Jeanne van der Linden vertelden hoe hun model collega’s actief betrekt bij adviestrajecten. Het leidde bij ABN AMRO tot meer betrokkenheid en diversiteit in de medezeggenschap.
Medezeggenschap & hoofdtaak 1
Jeffrey de Freitas en Dirk-Jan Goedee verkenden hoe snelheid en zorgvuldigheid hand in hand kunnen gaan in besluitvorming.
Samen beleid maken met het Beleidsatelier
Elianne Koch, David-Paul Boender, Melanie van Schaik en Alana Hofstede lieten deelnemers ervaren hoe beleid wordt ontwikkeld en hoe medezeggenschap daar vroegtijdig invloed op kan uitoefenen.
Medezeggenschap als essentieel onderdeel van een goed functionerende krijgsmacht
De viering van 15 jaar centrale medezeggenschap was een mooie gelegenheid om met zeggenschap en medezeggenschap samen stil te staan bij het belang van medezeggenschap bij Defensie. Een goed functionerende krijgsmacht valt of staat met betrokkenheid en vertegenwoordiging van medewerkers. Dagvoorzitter Dorine Bakker: “Medezeggenschap is geen formele bijzaak, maar een essentieel onderdeel van goed bestuur.”
Dank aan Staatssecretaris Gijs Tuinman, Secretaris-generaal Maarten Schurink, Generaal Onno Eichelsheim, Commandant der Strijdkrachten, Luitenant-generaal Jan-Willem Maas, Commandant DOSCO en Tessa Huisman-de Kort, Directeur Personeelsbeleid en Management, voor hun openheid, reflectie en betrokkenheid. Hun gezamenlijke boodschap was helder: “De vorm moet de functie volgen: minder papier, meer oplossingen – en medezeggenschap hoort daar vanzelfsprekend bij.”
Defensie zet de komende jaren een grote stap in de vernieuwing van het HR-IT-landschap. Het gaat niet om een simpele IT-klus, maar om een integrale verandering van processen, systemen en samenwerking. Programmadirecteur Linda de Looper lichtte tijdens het CMC-overleg op 25 september 2025 toe wat er op hoofdlijnen gaat gebeuren, waarom dat nodig is en wat dit voor onze collega’s betekent.
Volgens De Looper zijn er vier belangrijke motieven om nu te starten. Allereerst gaat het om digitale weerbaarheid: een deel van de huidige systemen voldoet niet meer aan de beveiligingseisen van vandaag en brengt risico’s met zich mee. Daarnaast is toekomstbestendigheid essentieel; Defensie wil veilig in de cloud kunnen werken, met goede voorzieningen zodat systemen ook bij storingen of uitval kunnen blijven draaien. Ook het leggen van een stevig datagrondslag is noodzakelijk, want pas als de basis op orde is, kunnen we verantwoord meer doen met analytics en kunstmatige intelligentie. Tot slot vraagt de samenwerking met NAVO-partners en maatschappelijke organisaties om eenvoudiger en veiliger gegevensdeling. Dat betekent minder ingewikkelde koppelingen en duidelijke afspraken over hoe systemen met elkaar communiceren, zodat gegevensuitwisseling eenvoudig, veilig en betrouwbaar verloopt.
Aanpak
Om deze doelen te bereiken kiest Defensie voor standaardisatie. SAP SuccessFactors wordt leidend voor HR-processen. Het uitgangspunt is om best-practice processen te volgen en maatwerk zoveel mogelijk te vermijden. “Alleen wanneer een proces echt niet past, wordt gezocht naar een alternatief volgens het principe “comply or explain”, aldus De Looper.
Komende maand wordt een testomgeving ingericht waarin collega’s kennis kunnen maken met de standaardprocessen van SAP, op basis van dummy-data. In de maanden daarna volgen procesdesignsessies, waarin HR-Vernieuwing en de verschillende Defensieonderdelen samen bekijken welke processen passen, welke configuraties nodig zijn en welke aanvullingen vereist zijn. Vanaf het tweede kwartaal 2026 worden processen verder getest in een publieke SAP-testomgeving, wederom met dummy-data. Zo kan stap voor stap worden geleerd en bijgestuurd. Daarbij geldt dat uitzonderingen zo veel mogelijk worden voorkomen. Waar specifieke defensie-regelingen niet volledig door SAP ondersteund worden, wordt gezocht naar een simpele en werkbare oplossing.
Besluiten en planning
De komende twee jaar worden gebruikt om het programma te leren en te testen.Volgend jaar medio oktober vraagt De Looper de Bestuursraad om een besluit te nemen over het vervolg van de transitie, inclusief opdracht en middelen voor de implementatiefase. De planning is afgestemd op de realisatie van de soevereine technische cloud binnen Defensie. Pas wanneer die beschikbaar is, kan een daadwerkelijke productie-overstap plaatsvinden. Die overgang wordt gefaseerd uitgevoerd, op basis van de lessen die uit de testtrajecten naar voren komen. De kwaliteit en regie van het programma worden geborgd via een strakke aansturing. De grootste uitdaging blijft capaciteit. Waar mogelijk worden extra mensen ingehuurd, al geldt dat cruciale kennis vaak bij defensiemedewerkers zelf zit.
Voor collega’s betekent dit dat zij in de komende periode mogelijk worden gevraagd om deel te nemen aan ontwerp- of testsessies. Daarin wordt samen bekeken hoe processen eenvoudiger en veiliger kunnen worden ingericht. Gaandeweg zal meer eenduidigheid in werkwijzen merkbaar zijn: minder varianten, meer standaard. Omdat uitgebreid testen voorafgaat aan elke overstap, verandert er pas iets in de praktijk wanneer de randvoorwaarden op orde zijn.
Samenwerken en leren
De Looper benadrukte dat openheid en samenwerking cruciaal zijn. Zo bezocht zij onlangs Technisch Beheer JVC in Maasland om in gesprek te gaan met een groep collega’s. Daarbij werd gedeeld wat er al bekend is, maar ook benadrukt wat nog niet vaststaat. Want nog niet alles ligt vast. Oplossingen voor specifieke regelingen of uitzonderingen komen pas uit de procesdesignsessies. Ook de precieze migratievolgorde per onderdeel moet nog worden vastgesteld en de uiteindelijke doorlooptijden hangen af van de beschikbaarheid van de soevereine cloud en capaciteit.
De CMC blijft nauw betrokken bij de voortgang en blijft vragen stellen over uitvoerbaarheid en werkdruk. Zo zorgen we ervoor dat de transitie werkbaar en beheersbaar blijft.
Heb je vragen, suggesties of behoefte aan meer uitleg in bijvoorbeeld je team, afdeling of overleg over het programma HR-IT Transitie, dan komt HR-IT Transitie graag langs. Laat dit dan even weten aan een van de HR-IT Transitie teamleden of mail je verzoek naar HRITTransitie@mindef.nl. Op maandag, woensdag en vaak donderdag is het team van HR-IT Transitie te vinden op de PKC (H3.26/32) en wekelijks (wisselende dagen) ook op de KHK (K2/3B118 (bij POM IT)).
Tijdens het CMC-overleg op 25 september 2025 gaf Esther Poldner-de Vries een toelichting op de arbeidsmarkttoelage (AMT). Doel is te komen tot één objectief toetsingskader waarmee Defensie schaarste zowel op de arbeidsmarkt als binnen Defensie (bij defensiespecifieke functies) eenduidig en controleerbaar kan vertalen naar een passende toelage. Dit sluit aan bij de bredere lijn dat arbeidsvoorwaarden centraal met bonden worden afgesproken en zorgvuldig moeten worden onderbouwd.
Het toetsingskader bestaat uit vier stappen. Eerst wordt vastgesteld of er sprake is van schaarste, vervolgens wordt dit geplaatst in het juiste arbeidsmarktdomein. Daarna wordt bekeken welke maatregelen al zijn ingezet, zoals werving, opleiding of mobiliteit. Tot slot wordt bepaald wat de impact is op de operationele gereedheid.
In het model worden per stap meetbare variabelen gebruikt die samen tot een totaalscore leiden. Afhankelijk van die score valt een functie of functiegroep in Arbeidsmarkttoelagecategorie 1 t/m 4 met een bijbehorend percentage. De hoogte en het toetsingskader staan nog ter discussie met de defensieonderdelen én sociale partners. Het kader wordt dus beproefd en aangescherpt.
Streven naar eenduidige criteria en rechtsgelijkheid
De CMC heeft eerder zorgen geuit over oneigenlijke of ongelijkmatige inzet van instrumenten zoals categorale bindingspremies. Het streven is nu om eenduidige criteria te hanteren en rechtsgelijkheid te borgen, zodat vergelijkbare functies vergelijkbaar worden behandeld en interne concurrentie wordt voorkomen.
Testen van het toetsingskader
Met defensieonderdelen wordt het toetsingskader nu getoetst: werkt de puntentelling zoals bedoeld, zijn de variabelen duidelijk genoeg en komt de uitkomst overeen met het geschatte schaarsteniveau? Esther Poldner-de Vries: “Het toetsingskader is nog niet klaar. Juist daarom testen we nu met de defensieonderdelen: om samen scherp te krijgen wat werkt, wat rechtvaardig is en wat we eenduidig centraal moeten vastleggen.”
Esther richt zich op 2027 voor daadwerkelijke toepassing. Tot die tijd wordt er verder getest, aangescherpt en afgestemd met de defensieonderdelen en sociale partners. De CMC blijft aangehaakt, met focus op rechtsgelijkheid en uitvoerbaarheid. “We willen voorkomen dat oude problemen in een nieuw jasje terugkomen.” Aldus de CMC.
Open, eerlijk en praktisch: zo typeert Ed Onink zichzelf én de manier waarop hij naar medezeggenschap kijkt. “Geef elkaar vertrouwen, leg uit waarom je iets wilt en praat met elkaar. Dan kom je verder dan met mailen over en weer.” Sinds 1 september is Ed vrijgesteld voor de medezeggenschap: hij is plaatsvervangend voorzitter van de DMC (AMC) en lid van de CMC. Zijn drijfveer: onrecht aankaarten en samenwerken aan betere besluiten voor de defensieorganisatie en haar mensen.
Ed begon in 1987 bij de Landmacht als dienstplichtige, maar vond al snel zijn plek bij de Luchtmacht. Daar werkte hij eerst bij de lichte vliegtuigen en helikopters en groeide hij door tot crew chief, een functie waarin hij meevloog op bijzondere missies, zoals vluchten voor het Koninklijk Huis en uitzendingen naar Irak en Cambodja. Later stapte hij over naar de C-130 Hercules, waar hij begon als monteur en instructeur en inmiddels al ruim tien jaar werkt als flight engineer. “Het is een super mooie baan. Ik heb de tijd van mijn leven,” vertelt Ed. “Als jochie stond ik al bij het hek van Vliegveld Valkenburg. Zonder er bewust op te sturen, ben ik toch in de cockpit beland.
“Het is een super mooie baan. Ik heb de tijd van mijn leven.”
Medezeggenschap als verbinder
Twintig jaar geleden schoof Ed voor het eerst aan in een overlegorgaan van de medezeggenschap, niet omdat het moest, maar omdat hij vond dat het beter kon. Wat hem drijft, is samenwerking: zorgen dat alle betrokkenen elkaar begrijpen, en samenwerking aan de voorkant van beleid. Samen met HR en de commandant organiseerde hij vaste overlegmomenten, waarbij alles met elkaar besproken kan worden. “Niet om op schoot bij de commandant te zitten, maar om te begrijpen wat er achter een voorstel zit en samen tot betere besluiten te komen.”
Niet altijd polderen
Polderen is niet heilig, vindt Ed. “Poldercompromissen worden vaak draken van constructies. Soms moet je gewoon eerlijk zijn over de punten die je wilt maken. Soms wint de één, soms de ander, maar maak het besluit wél logisch en uitvoerbaar.
Medezeggenschap draait om mensen en samenwerking. We zitten hier niet voor onszelf.
Wees duidelijk, luister goed en gun elkaar ook iets. Medezeggenschap draait om mensen en samenwerking. We zitten hier niet voor onszelf. Als je ergens iets van vindt, help dan ook mee om het te verbeteren. Spreek uit wat je nodig hebt, plan het gesprek en geef elkaar het voordeel van de twijfel.”
Medezeggenschap loont
Ed is ervan overtuigd dat medezeggenschap niet alleen goed is voor de organisatie, maar ook voor je eigen ontwikkeling. “Je leert kijken naar de organisatie als geheel, vanuit een breder perspectief. Je leert luisteren, je leert je beter verwoorden en je bouwt een groot netwerk op dat je verder helpt in je carrière. Dat geeft je ook de kans om door te groeien. Je hoeft het niet te doen, maar kom erbij en kijk wat medezeggenschap je kan brengen.”
Contact met Ed of heb je een vraag aan de CMC? Mail via cmc@mindef.nl
Nieuwe programmadirecteur Maarten Smidts praat CMC bij over impact op organisatie en keten.
Tijdens de CMC vergadering van 27-8-25 gaf programmadirecteur Maarten Smidts een toelichting op de stand van zaken rond de tijdelijke werkorganisatie Industrie en Innovatie (PDII). De PDII verbindt de uitvoering en doorontwikkeling van de Defensiestrategie Sterk Slim Samen met Industrie & Innovatie. “De strategie wordt niet alleen vormgegeven,” lichtte Smidts toe, “maar ook direct uitgevoerd. We bouwen een nieuwe directie en voeren tegelijk de strategie uit. Bouwen terwijl de winkel open is.”
Een veelzijdige achtergrond
Smidts startte in mei van dit jaar als programmadirecteur. Hij werkte aan verschillende interim opdrachten via de Algemene Bestuursdienst en combineert in zijn profiel ervaring met veiligheid én economie. Eerder werkte hij twaalf jaar bij het ministerie van Justitie en Veiligheid aan de aanpak van georganiseerde misdaad, waarna hij overstapte naar het ministerie van Economische Zaken, waar hij als plv. directeur Ondernemingsklimaat en directeur industriebeleid in het DG Bedrijfsleven en Innovatie werkte.
“Mijn cv is een combinatie van een economisch – en een veiligheidsprofiel,” licht Smidts toe. “Juist in deze functie komen die twee werelden mooi samen.” Die opgedane ervaring helpt hem bij de omslag waar Defensie nu voor staat: “Ik heb bij Justitie bij de aanpak van de georganiseerde misdaad meegemaakt hoe snel de werkelijkheid kan veranderen. Wat jarenlang niet gezien werd, bleek ineens onhoudbaar, er moesten drastische maatregelen genomen worden. Binnen Defensie zie ik dezelfde dynamiek. Twintig jaar lang is veel uitgekleed of wegbezuinigd. Wat ooit werkte in tijden van vrede, volstaat niet meer. Nu moeten we schakelen. In onze manier van denken en handelen.”
Van strategie naar ketenaanpak
De oorlog in Oekraïne, toenemende afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers en kwetsbare productieketens maken duidelijk dat Nederland meer moet investeren in eigen kennis, innovatie en productiecapaciteit. Om voorbereid te zijn op de uitdagingen van vandaag én morgen, moet Defensie slimmer en sneller gaan werken.
De nieuwe strategie richt zich op drie pijlers: Sterk Slim Samen. Sterk staat voor een bredere en robuustere defensie-industrie in Nederland, zodat het fundament staat. Slim richt zich op het opbouwen en behouden van technologische autonomie. En Samen staat voor intensieve samenwerking met ketenpartners en kennisinstellingen. Smidts benadrukt dat samenwerking met hen cruciaal is: “We zijn een middelgroot land. Alleen red je het niet. Maar als we niets in huis hebben, neemt niemand de telefoon op als het ertoe doet. Dát is de reden voor deze strategie.”
Tijdelijke werkorganisatie: bouwen én leveren
Om de strategie tot uitvoering te brengen, is een tijdelijke werkorganisatie ingericht waarin de afdelingen Kennis & Innovatie en de Taskforce Productiezekerheid zijn samengebracht. Op dit moment werken er zo’n veertig mensen, inclusief de zogenoemde liaisons met andere directies. Die schaal is bewust compact gehouden. Slagkracht staat voorop, niet omvang. Werk dat elders beter past, wordt daar belegd. Een belangrijk uitgangspunt in deze fase is rust en duidelijkheid voor medewerkers. Er worden geen onomkeerbare rechtspositionele besluiten genomen.
Smidts: “We willen een stevige basis bouwen, maar wel met zorgvuldigheid. Tempo is belangrijk, maar niet ten koste van legitimiteit en draagvlak.” De liaisons spelen een sleutelrol in het verbinden van beleid en uitvoering. Zij vertegenwoordigen hun eigen directie binnen de werkorganisatie en helpen overlap en versnippering te voorkomen. Er zijn nog geen formele mandaten of processen vastgelegd. De komende periode wordt geëvalueerd of en hoe de liaisonrol structureel moet worden geborgd. “We willen voorkomen dat iemand tussen twee directies in komt te hangen,” zegt Smidts. “Het moet een brugfunctie zijn, geen spagaat.”
Fasering en besluitmomenten
De inrichting en doorontwikkeling van de PDII is opgedeeld in vier fasen. De eerste fase, in juni en juli, stond in het teken van het samenbrengen van de bestaande capaciteit en het opzetten van basisprocessen zoals planning en control, financiën en huisvesting. In de tweede fase, die tot en met september/oktober loopt, ligt de focus op professionalisering en aanscherping. Programma’s worden verder gestructureerd, managementinformatie en rapportages worden verfijnd en prioriteiten vastgesteld. Tegelijkertijd worden lopende dossiers geïnventariseerd en wordt het werkveld van de PDII duidelijk afgebakend.
Vanaf augustus verschuift de aandacht naar samenwerking en leveren. De interne samenwerking binnen Defensie wordt versterkt, en er wordt intensiever samengewerkt met externe partners zoals kennisinstellingen, bedrijven en andere departementen.
In oktober en november volgt de evaluatie van de tijdelijke werkorganisatie. Die evaluatie wordt gekoppeld aan het bredere governanceonderzoek naar de samenwerking tussen Defensie en het ministerie van Economische zaken. Op basis daarvan wordt besloten of de PDII een permanente directie binnen Defensie wordt, of dat zij verdergaat als projectdirectie met een interdepartementaal karakter.
Legitimiteit, betrokkenheid en samenwerking
Tijdens de bijeenkomst wees de CMC op het belang van duidelijke afstemming tussen de verschillende overlegstructuren. De MC-DGB is vooral betrokken bij personele en organisatorische zaken, terwijl de CMC kijkt naar de bredere impact, legitimiteit en output. Daarom gaat de nieuwe werkorganisatie met een vast point of contact vanuit de CMC werken, zodat er periodieke terugkoppeling en overleg kan plaatsvinden. Zo blijft de CMC op de hoogte en kan tijdig advies of input worden geleverd.
Vooruitblik
De komende maanden staan in het teken van leren en leveren. In november wordt geëvalueerd waar de PDII staat en hoe de tijdelijke werkorganisatie zich verder moet ontwikkelen. “De tijd is er niet naar om achterover te leunen. Maar met alleen tempo kom je er niet. We willen vaart maken mét structuur, betrokkenheid en helderheid.”
Jan van Dam is sinds 2005 werkzaam bij Defensie als militair muzikant. Vanuit zijn positie binnen de militaire muziek weet hij als geen ander hoe belangrijk het is dat ook de kleinere en specialistische onderdelen van Defensie een stem hebben. Sinds februari 2025 is Van Dam lid van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC).
“Een organisatie maak je samen – of je nu soldaat bent of muzikant”
Jan van Dam begon zijn Defensiecarrière als 25-jarige muzikant bij een van de beroepsorkesten van de Landmacht, na een eerdere loopbaan in de post. “Ik heb geen standaard loopbaanpad gevolgd, maar ongeacht de keuze die ik maakte, is muziek altijd mijn kompas gebleven.” Wat begon als een tijdelijke functie, groeide uit tot een jarenlange carrière.
Meer dan ceremonie
“Als muzikant in de krijgsmacht heb je een unieke rol. We verzorgen ceremoniële optredens, begeleiden herdenkingen en laten Defensie op een andere manier zien aan de maatschappij. Denk aan Prinsjesdag, de Vierdaagse van Nijmegen, herdenkingen op de Grebbeberg, maar ook schoolprojecten. Als orkesten zetten wij ons actief in om jongeren enthousiast te maken voor muziek én voor Defensie. “We zijn misschien niet altijd zichtbaar als krijgsmacht, maar we zijn wel hoorbaar. Muziek is vaak de eerste kennismaking van burgers met Defensie. Dat is iets wat je niet moet onderschatten.”
Voor Van Dam is Defensie veel meer dan de beelden die hij als burger ooit had. “Als je binnenkomt als muzikant, zie je langzaamaan wat de organisatie echt doet: rampenbestrijding, uitzendingen, veteranenzorg, en alles wat er komt kijken bij het terugkeren van collega’s met trauma’s. De krijgsmacht is een complexe organisatie met een menselijke kern. Dat besef groeit pas als je er onderdeel van bent.”
Van ‘tikkie, jij bent hem’ tot voorzitter MC
De eerste stappen van Van Dam in de medezeggenschap waren min of meer toevallig. “Er was niemand anders, maar toen ik eenmaal begon, ontdekte ik hoe belangrijk het is dat ook kleinere eenheden vertegenwoordigd zijn.” Van Dam groeide door van lid tot voorzitter van de MC OG-CLAS en vertegenwoordigde daarin uiteenlopende eenheden: van militaire muziekeenheden tot de Dienst Geografie en de Bureau Individuele Uitzendingen. De diversiteit van OG-CLAS maakt de medezeggenschap uitdagend, maar ook bijzonder waardevol. “Onze eenheden variëren van 20 tot 80 mensen. Die kleinschaligheid maakt dat de cohesie sterk is. Mensen kennen elkaar, en je weet snel wat er speelt. Daardoor kun je echt het verschil maken.” Binnen de MC wordt gewerkt met kiesdistricten, zodat elke eenheid een stem heeft en inhoudelijk goed vertegenwoordigd is. “Gaat het over geografie? Dan vertrouw ik op de inhoudelijke expertise van die vertegenwoordiger. Zo bouw je vertrouwen op en neem je elkaar serieus.”
Reorganisatie, kennisdeling en verbinden
Een van zijn mooiste momenten in de medezeggenschap is het reorganisatiedossier van de militaire muziek. “Het duurde eindeloos. Uiteindelijk hebben we gezegd: het moet nu anders. We hebben Defensie, de bonden en de medezeggenschap aan één tafel gekregen. Binnen twee uur hadden we een doorbraak. Dat was echt teamwork.”
Het is één van de redenen waarom Jan van Dam graag een rol speelt op centraal niveau: “De CMC kan dingen losmaken die anders muurvast zitten. Ook op CMC-niveau wil Van Dam zich blijven inzetten voor verbinding. “Ik ben geen specialist in personeelsbeleid of materieel, maar ik ben wel een snelle leerling en weet mensen bij elkaar te brengen. Die verbindende rol is wat ik binnen de CMC wil vervullen. De organisatie verandert snel. Daar moet de medezeggenschap in mee – niet als rem, maar als partner. Medezeggenschap is geen ver-van-je-bed-show . Het gaat over jouw werk, jouw omstandigheden. We moeten die brug blijven slaan – in duidelijke taal en met hart voor de defensieorganisatie en haar mensen.”
Een andere blik
Dat hij als muzikant bij Defensie werkt, maakt dat Van Dam soms anders kijkt naar de organisatie dan collega’s met een meer operationele achtergrond. “Mijn wereld draait om samenwerking, timing en luisteren. Dat zijn ook de kernkwaliteiten die je nodig hebt in medezeggenschap. Ik denk dat ik daardoor soms anders reageer of naar oplossingen kijk. Niet altijd in standaardprocedures, maar vanuit het geheel. Dat is ook mijn kracht.” Van Dam is zich bewust van de unieke positie die hij inneemt als muzikant binnen de CMC. “Ik denk dat ik de enige beroepsmuzikant ben die ooit op dit niveau in de medezeggenschap heeft meegedraaid. Dat is bijzonder. En het bewijst ook dat Defensie meer is dan alleen gevechtskracht.”
Medezeggenschap bij Defensie werkt nét iets anders dan bij andere organisaties. In een interview met OR net vertelden CMC voorzitter Michiel Bussink MD MSc MBA en CMC-lid Dorine Bakker over het Besluit Medezeggenschap Defensie (BMD), waarin de afspraken rondom medezeggenschap bij Defensie zijn vastgelegd.
Wat zijn de grootste verschillen? Het BMD is strikter dan de Wor, maar met een grote ’tenzij’: staken mag niet en de wet geldt niet tijdens een oefening of inzet. Maar bijna alles moet ter instemming worden voorgelegd aan de eenheids-, onderdeels- of locatiemedezeggenschap.
Medezeggenschap bij Defensie in het kort
De feiten op een rij: • Medezeggenschap bij Defensie kent een eigen Besluit Medezeggenschap Defensie (Wor is niet van toepassing). • Deze geeft enerzijds meer bevoegdheden: elk gevraagd advies vergt overeenstemming, advies- en instemmingsrecht lopen in elkaar over (in een breder scala aan onderwerpen). • Er zijn ook situaties, eigen aan het doel van de organisatie, waarin de medezeggenschap niet geldt. • Er is een strikte getrapte structuur. • Medezeggenschap bij Defensie beschikt over een externe geschillencommissie en een interne bezwaar-adviescommissie, wat bij beroep automatisch leidt tot een zaak binnen het bestuursrecht.
In de reeks ‘medezeggenschap in verschillende organisaties’ neemt OR net je mee in de vormen van medezeggenschap bij diverse organisaties, waaronder nu ook het Ministerie van Defensie. Het volledige interview met Michiel en Dorine is te lezen op OR net.
Op 21 mei jl. hebben de Secretaris-generaal Maarten Schurink en de voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC) Defensie, Michiel Bussink MD MSc MBA een convenant ondertekend dat de samenwerking tussen CMC en SG verder versterkt.
De situatie in de wereld verslechtert. Internationale verhoudingen staan op scherp en jarenlang gekoesterde vanzelfsprekendheden staan onder druk. De urgentie om te focussen op de gereedstelling voor hoofdtaak 1 is daarom toegenomen. Defensie werkt aan een slimme, sterke krijgsmacht en een soepele organisatie.
De afgelopen maanden is duidelijk geworden dat dit nog sneller bereikt moet worden. De Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC) onderschrijft deze doelstelling en werkt daar actief aan mee. Om dit te bereiken, hebben secretaris-generaal (SG) Maarten Schurink en de CMC een convenant ondertekend dat transparantie, vertrouwen en strategisch partnerschap centraal stelt.
De CMC is verheugd met de uitgesproken intenties en afspraken:
“Dit convenant onderstreept het gedeelde commitment aan transparantie, vertrouwen en het strategisch partnerschap tussen de CMC en de bestuurstop van Defensie. Voor ons als Centrale Medezeggenschap is het cruciaal dat de stem van het personeel wordt meegenomen in de strategische besluitvorming. Dit convenant biedt het fundament en een kader voor een open en constructieve dialoog. Door op deze basis van gelijkwaardigheid samen te werken, kunnen CMC en Defensietop verder bouwen aan een krachtig toekomstbestendig Defensie,” aldus Michiel Bussink.
Het convenant bevat praktische afspraken rondom uitgangspunten, informatiepositie en benodigde faciliteiten om de samenwerking tussen de CMC en de SG goed te ondersteunen.
De SG benadrukt dat dit convenant een goede basis legt voor de samenwerking tussen de leidinggevenden en de medezeggenschap. “Medezeggenschap is de verbindende schakel tussen bestuurder en personeel van een eenheid en vervult daarmee een belangrijke functie in onze organisatie en het gereedstellen voor hoofdtaak 1.”
SG en CMC gaan er vanuit dat dit convenant ook anderen binnen Defensie inspireert om het gesprek aan te gaan en de samenwerking tussen leiderschap en hun medezeggenschapsorgaan te verdiepen.
Op de foto: Timo Ligthart, Jan van Dam, Jeffrey de Freitas, Eddy Onink, Tessa Huisman – de Kort, Dorothy Pillen – Warmerdam, Anneloes van de Pavert, Gert-Jan Rozeboom, Rachid Choua, Maarten Schurink, Michiel Bussink, Ernst (EM) van der Hoek, Bert Bessembinders
Werk je bij Defensie en wil je meer weten? Ga naar Sharepoint voor meer informatie over het convenant.
Den Haag, 22 maart 2016,.De Hoog Risico Brigade van de Kmar draagt na de aanslagen in Brussel een lang wapen op verschillende plekken in den haag..Het Plein, Binnenhof, Hazeldonk en tweede kamer is voorzien van extra hoge beveiliging.
Sinds een paar maanden vertegenwoordigt Johan Bruinsma de Koninklijke Marechaussee (KMar) binnen de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Als plaatsvervangend secretaris, afgevaardigde van de DMC KMar en voorzitter van de MC Landelijk Tactisch Commando, zet hij zich dagelijks in voor de belangen van zowel militairen als burgermedewerkers. Zijn loopbaan bij Defensie begon in 1997 als jonge Marechaussee beveiliger en groeide uit tot een carrière waarin medezeggenschap en belangenbehartiging een steeds grotere rol zijn gaan spelen.
Johan begon als 21-jarige jongen zijn loopbaan als Marechaussee beveiliger en werkte toen onder andere op het ministerie van Defensie. “Ik had altijd al interesse in uniformberoepen. Na het lezen van een personeelsadvertentie van de Koninklijke Marechaussee in de Veronicagids, besloot ik ervoor te gaan. Ik kreeg al snel de kans om door te groeien binnen de Marechaussee en bewaakte onder andere Huis ten Bosch ten tijde van onze toenmalige Koningin Beatrix.”
In 2001 groeide Johan door tot Wachtmeester Algemeen Opsporingsambtenaar, wat zijn horizon verder verbreedde. Zijn betrokkenheid bij de organisatie bleek al vroeg, toen hij zich aansloot bij de leerlingenraad van de KMar in Vught. “Ik merkte dat er dingen niet helemaal klopten en wilde daar iets aan doen,” vertelt Johan.
Drive om mee te praten
Naast zijn operationele werkzaamheden bij de KMar bleef Johan actief binnen de medezeggenschap en doorliep alle mogelijke functies en treden: vanuit de klankbordgroep op brigadeniveau groeide zijn rol verder door naar de medezeggenschapswerkgroep tot MC, TRMC, DMC en sinds oktober 2024 plaatsvervangend secretaris CMC.
“Tijdens de eerste officiële medezeggenschapsverkiezingen, wist ik nog niet precies wat me te wachten stond. Maar ik voelde de drive om mee te praten over beleid dat direct invloed heeft op de werkvloer.”
Medezeggenschap: lange ademwerk, maar broodnodig
Volgens Johan is medezeggenschap een kwestie van volhouden en geduld. “Het is vaak een ondankbare taak, maar uiteindelijk doe je het voor de organisatie en de mensen die iedere dag het beste uit zichzelf halen. Zij verdienen een stem die wordt gehoord. (Sociale) veiligheid en goede werkomstandigheden moeten naar mijn mening altijdprioriteit krijgen.“
“Als medezeggenschappers vertegenwoordigen wij duizenden collega’s. In die zin vind ik het jammer dat er weinig draagvlak is voor medezeggenschap binnen onze organisatie. Tijdens verkiezingen brengt slechts een fractie van onze medewerkers hun stem uit, terwijl we ons juist inzetten voor hun belangen.”
Solide structuur
Als plaatsvervangend secretaris binnen de CMC zet Johan zich in voor een solide medezeggenschapsstructuur. “Het wiel wordt nog te vaak opnieuw uitgevonden binnen verschillende medezeggenschapsgremia,” merkt hij op. “Daarom pleit ik voor een Centraal Bureau Medezeggenschap, zodat we de aanwezige kennis en best practices kunnen bundelen en een sterke basis kunnen neerzetten die onafhankelijk is van personen of wisselende bestuursleden. Bouwen aan een stevige fundering, zodat medezeggenschap niet afhankelijk is van toevallige initiatieven, maar structureel verankerd is in de organisatie. Ook moeten medezeggenschapsopleidingen meer aandacht krijgen, zodat medewerkers beter voorbereid en gemotiveerd zijn om aan de medezeggenschap deel te nemen. Hoe beter mensen zijn opgeleid, hoe sterker we als geheel kunnen opereren.”
Persoonlijke drijfveren en balans
Johan is 49 jaar, een rustige Fries en vader van een dochter van 12 jaar. Hij combineert zijn werk binnen de CMC met zijn passie voor sport en persoonlijke ontwikkeling. Als fanatiek triatleet bereidt hij zich momenteel voor op zijn tweede volledige triatlon, de Frysman. Dit betekent 3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en 42 km hardlopen.
“Het vergt discipline, doorzettingsvermogen en een hele lange adem,” lacht hij. “Net als medezeggenschap.” Daarnaast heeft Johan zich verdiept in holistische therapie en zo is hij vorig jaar holistisch therapeut geworden. “Balans is cruciaal, zowel in het werk als privé. Waar onbalans is, zoek ik naar balans. Of het nu gaat om fysieke, mentale of emotionele uitdagingen, het draait allemaal om evenwicht.”
We gebruiken cookies op onze website om ons websiteverkeer te analyseren. Door op ‘Zelf instellen’ te klikken, kun je meer lezen over onze cookies en je voorkeuren aanpassen. Door op ‘Accepteren en doorgaan’ te klikken, ga je akkoord met het gebruik van alle cookies zoals omschreven in onze cookieverklaring.
Deze website maakt gebruik van cookies om jouw ervaring te verbeteren terwijl je door de website navigeert. Hiervan worden de cookies die als noodzakelijk zijn gecategoriseerd in je browser opgeslagen, omdat ze essentieel zijn voor de werking van basisfunctionaliteiten van de website. We gebruiken ook cookies van derden die ons helpen analyseren en begrijpen hoe je deze website gebruikt. Deze cookies worden alleen in je browser opgeslagen met jouw toestemming. Je hebt ook de mogelijkheid om je af te melden voor deze cookies. Als je je afmeldt voor sommige van deze cookies, dan kan dit je browse-ervaring beïnvloeden.
Deze cookies zijn noodzakelijk om de website goed te laten functioneren. Dit gaat alleen om cookies die zorgen voor basisfunctionaliteiten en beveiligingsfuncties van de website. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.
Alle cookies die niet noodzakelijk zijn voor het functioneren van de website en die specifiek worden gebruikt om persoonlijke gegevens van gebruikers te verzamelen via analyses en andere ingesloten inhoud, worden niet-noodzakelijke cookies genoemd. Het is verplicht om toestemming van de gebruiker te verkrijgen voordat deze cookies op uw website worden geplaatst.