Hervorming van aanwijzingen moet Defensie soepeler en efficiënter maken

Om de wendbaarheid en flexibiliteit binnen het ministerie van Defensie te vergroten, wordt de huidige interne regelgeving (aanwijzingen) herzien en daar waar nodig opgeruimd. De focus ligt op het herschrijven van de SG-001, ‘de moeder’ van alle aanwijzingen binnen Defensie. Aansluitend worden alle overige SG-, maar ook aanwijzingen van de Hoofddirecteur Personeel (HDP) en het Directoraat –Generaal Beleid (DGB), onder de loep genomen met als doel de organisatie soepeler te laten werken.

Kolonel Martine Verhulst, trekker van dit project vertelt: “We beginnen met een overkoepelende systeemaanpak waarbij ‘de bedoeling’ van de aan te passen aanwijzing en de urgentie die nodig is om ons klaar te maken voor hoofdtaak 1 centraal staat. Het klinkt logisch om na te denken vanuit de bedoeling van een aanwijzing, maar we zien in veel huidige aanwijzingen dat ‘het waarom’ niet altijd helder is. Daarnaast loopt het hoe en het wat soms door elkaar, en dat kan voor verwarring zorgen. We hebben een team samengesteld dat zich per aanwijzing gaat buigen over de bedoeling, het kader en de doorvertaling naar de uitvoering. Ook willen we aanwijzingen die niet meer relevant zijn opruimen. Denk bijvoorbeeld aan de 1,5 meter-regels die zijn opgesteld tijdens de coronaperiode.”

In samenwerking met de gehele organisatie

Een van de belangrijkste doelen van het project is om de hervorming van aanwijzingen niet alleen een ‘Haags feestje’ te laten zijn. Met Defensieonderdelen wordt gesproken om te ontdekken waar versterking op kan treden. Op lokaal niveau zullen ongetwijfeld soortgelijke initiatieven plaats vinden. Het is mooi als je dat van elkaar weet. Veel aanwijzingen bevatten een gelaagdheid die via achterliggende voorschriften en instructies door de gehele organisatie sijpelt. Hiervoor dient oog te zijn als je interne regelgeving opruimt of herziet. Als onderdeel van het hervormingsproces wordt er een pilot gestart om met vijf tot tien verschillende aanwijzingen te experimenteren. Het doel van de pilot is om de aanwijzingen aan te laten sluiten bij het gedachtegoed zoals beschreven in het BBD. Hier wordt kritisch gekeken naar ‘toegevoegde waarde, noodzaak, eenvoud en uitvoerbaarheid’ om ruimte te kunnen geven aan de uitvoering (het ‘wat’ vanuit de bedoeling van de regelgeving; niet het ‘hoe’). De uitkomsten van deze pilot leiden tot ‘lessons learned’ die als input kunnen gelden voor de herziening van de SG-001.

Het belang van communicatie en gedrag

Naast het herzien van de aanwijzingen is er ook aandacht voor gedragsverandering. “Dit onderwerp heeft natuurlijk ook een sterk veranderingsproces in zich. Wij kunnen vanuit het projectteam wel zeggen: we doen dit niet meer, maar het gedrag van mensen en de gedachten erachter moeten daar ook in mee kunnen komen. Een organisatie veranderen en soepeler maken doe je niet door regels te veranderen, maar juist door gedrag,” aldus Martine Verhulst. Het projectteam werkt om die reden ook nauw samen met het DCO (Directoraat Communicatie en Organisatie) om de urgentie van de verandering en het waarom te communiceren. Zo gaat het ook echt leven in de organisatie.

Martine vervolgt: “Defensie staat van oudsher bekend als een ‘blauwe’ organisatie, een term die refereert aan onze hiërarchische manier van werken, ontstaan vanuit een periode van grote krimp binnen Defensie. En hoewel structuur en regels essentieel zijn voor een organisatie als de onze, kan een teveel aan interne regelgeving juist belemmerend of zelf verlammend werken. Bovendien zit het creativiteit in de weg. Dat kan niet nu hoofdtaak 1 de toetssteen is voor al ons denken en handelen.”

Planning hervorming aanwijzingen

De eerste grove schets voor de aangepaste SG-001 wordt vóór de zomervakantie verwacht, met een bredere uitrol gepland voor het einde van het derde kwartaal van 2024. Het doel is om eind 2024 een nieuwe SG-001 klaar te hebben, zodat de overige aanwijzingen hier in 2025 in lijn mee kunnen worden gebracht. De huidige SG-001, de basis van alle aanwijzingen, vervalt op 1 januari 2026. Voor die datum moeten alle aanwijzingen zijn herzien.

Een afvaardiging van de CMC sluit aan in het projectteam van Kolonel Verhulst.

Maandelijks CMC overleg met de SG: een soepel defensie begint bij verantwoordelijkheidsbesef

Hoe loopt de weg richting een soepel functionerend defensie? Daarover spraken secretaris-generaal Maarten Schurink en de Centrale Medezeggenschapscommissie van defensie elkaar afgelopen week. Iedere maand komen de secretaris-generaal (SG) en de CMC bij elkaar. Enkele weken geleden gaf SG Maarten Schurink bij de CMC aan dat hij graag zou zien dat defensie soepeler functioneert: “Ik zou er naar toe willen dat medewerkers meer eigen verantwoordelijkheid durven nemen en de ruimte voelen om zelf meer achter het stuur te gaan zitten.” Hierop voortbordurend gaf de SG tijdens het afgelopen overleg toelichting op de vervolgstappen richting een soepel functionerend defensie.

SG Maarten Schurink benadrukte: “De intent voor de toekomst van de Krijgsmacht is verankerd in de leiderschaps- en samenwerkingsstijl Mission Command: het gezamenlijke doel om defensie tot een slimme, sterke krijgsmacht en een soepel ministerie dat klaar is voor hoofdtaak 1 te transformeren.” Nu deze visie binnen alle lagen van de organisatie is geland, maakt hij een nieuwe backbrief-ronde. Daarbij worden alle bedrijfsonderdelen gevraagd om na te denken over hoe zij hun werk kunnen uitvoeren met hoofdtaak 1 (bescherming van eigen land en NAVO-bondgenoten) in gedachten.

Verantwoordingsdruk verminderen

“Het doel van deze vervolgstap is om op een doortastende manier te interveniëren, zodat we kunnen toewerken naar een slimme en soepel werkende defensieorganisatie die is afgestemd op hoofdtaak 1. Ter illustratie: het aantal parafen op bestellingen moet omlaag en de Planning & Control-cyclus moet vereenvoudigd worden. Anders gezegd: standaardisatie nastreven waar mogelijk, maar maatwerk en snelheid wanneer nodig”, vervolgt de SG. “Ik wil de verantwoordingsdruk verminderen. Iedereen binnen het ministerie moet de ruimte voelen en beseffen dat ze eigen beslissingen kunnen maken waar nodig en in actie kunnen komen. Daar ligt de kern!”

“Ik wil de verantwoordingsdruk verminderen. Iedereen binnen het ministerie moet de ruimte voelen en beseffen dat ze eigen beslissingen kunnen maken waar nodig en in actie kunnen komen.”

Secretaris-generaal Maarten Schurink

Soepel afgestemd op hoofdtaak 1

In het licht van de huidige ontwikkelingen realiseert SG Maarten Schurink zich steeds meer dat oorlogsbedrijfsvoering de standaard moet worden. De manier waarop onze organisatie is georganiseerd moet daar in zijn ogen aan bijdragen. Waarom? “Omdat we het met de 70.000 mensen die de Krijgsmacht rijk is, hoofdtaak 1 aan moeten kunnen gaan. Elk onderdeel moet hier klaar voor staan, en als dat nog niet is gebeurd, daarover gaan nadenken”, aldus de SG.

Wat betekent hoofdtaak 1 voor de medezeggenschap binnen defensie? Dat zal de CMC ook onderzoeken tijdens de heidagen in juni.

Gert-Jan Rozeboom: Ga op zoek naar de gemeenschappelijke deler!

Twee jaar voor je pensioen je aanmelden voor de Centrale Medezeggenschapscommissie van de Krijgsmacht. Gert-Jan Rozeboom deed dat onlangs. Drie maanden geleden nam hij het stokje over van een vertrekkend CMC-Lid en vertegenwoordigt sindsdien de Bestuursstaf binnen de CMC.

“Collega’s verklaarden me voor gek dat ik deze nevenfunctie nog op me nam”, zegt Gert-Jan. “Maar na 43 dienstjaren voel ik me nog steeds nauw betrokken bij de Krijgsmacht en wil ik me inzetten voor de mensen die er werken. Wat dat betreft ben ik een echte kritische loyalist.”

Schengen-Akkoord

Gert-Jan kwam na het afronden van zijn middelbare school precies op zijn 18e verjaardag d.d. 3 november 1980 bij de Koninklijke Marechaussee (KMAR) terecht. Hij liep wacht bij het Koninklijk Huis, werkte als algemeen opsporingsambtenaar bij brigades, was actief als grenscontrole. In 1985 werden door het Akkoord van Schengen de controles aan de binnengrenzen afgeschaft, waardoor er een overtolligheid van personeel ontstond bij de KMAR en Gert-Jan overstapte naar de Verbindingsdienst van de landmacht. De Verbindingsdienst levert netwerken voor operationele eenheden. Denk aan telefonie, computernetwerken, kabelsystemen en radio en satellietverbindingen.

Na het afronden van de vakgerichte opleiding bij de School Verbindingsdienst, doorliep Gert-Jan in de daaropvolgende jaren alle verschillende niveaus van verbindingscompagnieën tot aan legerkorps staf. Na deze parate jaren werd hij Instructeur aan de Verbindingsschool waar hij naast les geven zich bezig gehouden heeft met het vormgeven van de Onderofficiersopleiding. Door zijn jarenlange ervaring, ging Gert-Jan mee op missies naar onder andere Irak en Bosnië. Deze ervaringen zorgden ervoor dat Gert-Jan bij terugkomst aan de slag kon als senior instructeur, en later als schooladjudant, bij de School voor Vredesmissies (SVV) die militairen voorbereid op missies.

Ruime ervaring in de medezeggenschap en als vertrouwenspersoon

Na een korte tussenstop bij de Militaire Post organisatie, werd Gert-Jan Kazerne Adjudant van de Kromhout kazerne. In 2019 maakt Gert-Jan de laatste switch van zijn carrière richting het bureau Buitenlandse Betrekkingen van de Directie Internationale Militaire Samenwerking. Een groot deel van zijn carrière, is Gert-Jan betrokken geweest bij zijn naaste collega’s of in de rol van vertrouwenspersoon of als lid van een medezeggenschapscommissie.

“Ten tijde van mijn functies bij de Verbindingsdienst ben ik altijd betrokken geweest bij Medezeggenschap. Gedurende mijn periode zijn 106 en 108 Verbindingsbataljon samengevoegd voor de duur van de missie in Joegoslavië en was ik voorzitter van de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie. Toen ik werd overgeplaatst naar de Command Support Brigade in Eibergen, ontstond er vanwege mijn nieuwe functie een conflict of interest en stapte ik uit de medezeggenschap. Omdat ik toch betrokken wilde blijven bij het wel en wee van mijn collega’s ben ik als vertrouwenspersoon begonnen. Het medezeggenschaps- of het vertrouwenspersoonswerk heb ik vanuit die betrokkenheid heel lang als nevenfuncties naast mijn reguliere job gedaan.”

Ga op zoek naar hetgeen bindt

De andere kant van medezeggenschap leerde Gert-Jan als Kazerne adjudant kennen waar hij samen met zijn toenmalige generaal de gesprekken voerde. “Ik vind het van meerwaarde dat ik beide kanten van medezeggenschap nu mee kan nemen in mijn huidige rol binnen de DMC en CMC. Het inzetten op een gezamenlijk doel moet het vertrekpunt zijn. Een goed draaiende organisatie waar mensen met plezier naar hun werk gaan en gehoord worden. Met elkaar en niet over elkaar praten en op zoek gaan naar hetgeen verbindt. Als je dat vanuit medezeggenschap geregeld krijgt, dan kun je een hoop winnen voor de organisatie en je collega’s.”

Zelfde cycli andere verpakking

“Hoe ik de toekomst voor Defensie zie? Zonder te veel te willen klinken als ouwe rot, zie ik met mijn 43 dienstjaren dezelfde cycli – weliswaar iets anders verpakt – weer voorbij komen. Wij gaan nu vol inzetten op instroom van personeel, vernieuwen en innoveren, maar moeten naar mijn mening oppassen dat we niet te veel gaan tornen aan de opgebouwde basis en de kennis die in huis is. Kortom, vernieuwen van de Krijgsmacht moet, maar kijk ook met een gezonde kritische blik naar de ervaring die je in huis hebt. Ik zie nog zoveel kansen voor onze organisatie. Ik vind het mooi om daar de komende 2 jaar op mijn eigen(wijze) manier vanuit de CMC aan bij te kunnen dragen. Collega’s helpen en ondersteunen en laten weten waar zij terecht kunnen. En in 2025? Ach dan heb ik 45 dienstjaren er op zitten – maar de deur zo maar achter me dichttrekken? Nee! Defensie en haar medewerkers draag ik een te warm hart toe. Eens een loyalist, altijd een loyalist.”

Michiel Bussink nieuwe voorzitter Centrale Medezeggenschapscommissie

Op 10 januari 2024 is kolonel-arts Michiel Bussink MSc MBA unaniem verkozen tot nieuwe voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Hij neemt daarmee het stokje over van Majoor Dennis Oldenburg die het voorzitterschap tussen mei 2020 en december 2023 invulde. Bussink, die ruim 25 jaar werkzaam is als arts – waarvan 16 jaar als medisch specialist Anesthesioloog-Intensivist – binnen het Ministerie van Defensie, heeft zijn loopbaan binnen de Krijgsmacht zo goed als altijd gecombineerd met zitting in verschillende medezeggenschapsgremia, waarvan de laatste 6 jaar als plaatsvervangend voorzitter van de CMC.

1 + 1 = 3

Michiel ziet het als een eer het voorzitterschap van de CMC in te mogen gaan vullen. “Als CMC hebben wij Defensiebrede ‘méde-zeggenschap’ over o.a. Veiligheid, Gezondheid, Welzijn & Bedrijfsvoering. Mijn drijfveer als kersverse voorzitter is om, waar mogelijk, middels synergie ofwel ‘1 +1 = 3’ deze beleidsterreinen in het belang van de Defensiemedewerker en daarmee van de Defensieorganisatie (nog) beter te maken.”

Zelfde kant van het touw

Michiel wil zich daarbij inzetten om de positionering van de CMC Defensiebreed verder te bekrachtigen en medezeggenschap op alle overlegniveaus zo goed mogelijk te (laten) faciliteren. “Aangesloten worden en blijven op daar waar de besluiten binnen de Krijgsmacht voorbereid en genomen worden. Daarnaast is en blijft de CMC natúúrlijk gesprekspartner van de Defensietop waarbij de CMC en de SG een strategisch partnerschap vormen. Werken vanuit de gezamenlijke bedoeling, elkaar versterken en elkaar vroegtijdig op de hoogte brengen, daar streef ik naar. We hoeven het daarbij niet altijd eens te zijn met elkaar, als we maar aan dezelfde kant van het touw trekken”, aldus Michiel.

Mutaties Dagelijks Bestuur CMC

De overstap van Michiel betekende dat de plaatsvervangend voorzitter ook opnieuw gekozen moest worden. LTZ 2 OC Jeffrey de Freitas, voorheen secretaris, is verkozen tot nieuwe plaatsvervangend voorzitter van de CMC. SMJR (TD) Timo Ligthart, voorheen plaatsvervangend secretaris, schuift door naar de rol van secretaris. Jovanka van de Pol BBA, is benoemd als nieuwe plaatsvervangend secretaris. Met haar benoeming bestaat het Dagelijks Bestuur van de CMC uit 3 militairen en 1 ‘burger’ en is het DB CMC een evenwichtiger afspiegeling van de Defensieorganisatie.

Jacco Willems: Samenwerken en gelijkwaardigheid als kern

Sinds augustus 2023 vertegenwoordigt Jacco Willems de Koninklijke Marechaussee (KMAR) binnen de Centrale Medezeggenschapscommissie. Maar zijn betrokkenheid bij de Krijgsmacht begon al veel eerder, toen hij in 2000 zijn loopbaan startte.

“Eind jaren ’90 bracht ik als postbode een folder van de Marechaussee rond. De inhoud ervan sprak mij zo aan dat ik de post verruilde voor het bos”, zegt Jacco gekscherend. Inmiddels is het 23 jaar geleden dat hij de stap naar de defensieorganisatie maakte. Jacco startte zijn loopbaan bij de Brigade Oost, stapte over naar de Grenscontrole bij Schiphol, belandde aansluitend in Apeldoorn bij het opleidingscentrum en maakte in zijn volgende job bij de Facilitaire Dienst kennis met het vakgebied ICT. Vanuit de rol van ICT-coördinator ontwikkelde Jacco zich door naar zijn huidige functie Informatiemanager bij de KMAR. “Doordat ik 10 jaar als militair actief ben geweest en daarna burger medewerker bij defensie ben geworden, ken ik beide kanten van de medewerkers goed. Dit zie ik als een echte meerwaarde.”

Inzet voor beter en veiliger werken

Deze zomer verwelkomde de CMC Jacco als nieuw lid. Gevraagd om te solliciteren voor de vrijgekomen positie, zag Jacco dit als een kans om zijn mening en kennis van de defensieorganisatie te laten gelden. “Ik ben nog wel zoekende hoe ik mijn kennis en ervaring het beste kan inbrengen. Een topic waar ik me bijvoorbeeld graag tegen aan zou willen bemoeien is de inzet van persoonlijke data om medewerkers beter en veiliger te laten werken. Door AVG-regelgeving is het lastig om op persoonlijk niveau interventies te plegen, terwijl dat wel van toegevoegde waarde zou kunnen zijn.” Als voorbeeld noemt Jacco de door veel militairen gedragen sporthorloges, waaruit gezondheidsgegevens en prestatie indicatoren kunnen worden afgelezen, en benadrukt het potentieel van dergelijke gegevens.

Unieke omslagperiode

Nu, na enkele maanden in de CMC, begint Jacco de dynamiek van de commissie en de interacties met haar achterban steeds beter te begrijpen. “Ik vind het razend interessant om te zien hoe de overleggen en de gesprekken verlopen. Door mijn observerende aard, pik ik non-verbale signalen des te beter op.” Daarnaast benadrukt Jacco de unieke periode waarin de organisatie zich momenteel bevindt. “Uiteraard door wat er aan dreigingen om ons heen speelt, maar zeker ook doordat er na jaren van krimp, op groei en verandering wordt ingezet. Dat zorgt voor een omslag in dynamiek op de werkvloer, een hang naar een nieuwe werkcultuur. Er is momenteel zo veel mogelijk en dat betekent dat de organisatie zich daar opnieuw naar moet gaan zetten.”

Onderdeel-overstijgend werken

“Ik hoop bijvoorbeeld van harte dat we onderdeel-overstijgend kunnen gaan werken. En niet langer alleen denken vanuit de KMAR, Luchtmacht of Marine. Binnen de CMC zie ik dat het kan. Zo vind ik het mooi dat wij van de werkvloer tot aan de Secretaris Generaal reguliere overleggen en afstemmingsmomenten hebben. Elkaar vinden op basis van samenwerking en gelijkwaardigheid als kern van de CMC en de organisatie.”

Een breder perspectief door medezeggenschap

Jovanka van de Pol wilde eigenlijk militair worden. Door een ernstige knieblessure kon die ambitie niet worden waargemaakt. Wél geeft Jovanka invulling aan een mooie carrière binnen Defensie op het snijvlak van Human resources en medezeggenschap.

“Ruim twintig jaar geleden kwam ik binnen bij de Krijgsmacht via een tijdelijke baan bij onze cateraar Paresto. Toen zich na een paar maanden een kans voordeed om als HR-adviseur bij Paresto te beginnen, greep ik die met beide handen aan. Zo kon ik mijn hbo-diploma HRM-Management gaan verzilveren.”

Eenmaal in vaste dienst maakte Jovanka de stap naar het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie (DCIOD), dat voor collega’s zorgt die in het buitenland werken voor het Ministerie van Defensie. “Ik was verantwoordelijk voor de P&O–zaken van onze collega’s in Zuid-Europa; een mooie periode waarin ik veel landen als Spanje, Frankrijk, België, Portugal en Italië heb mogen bezoeken en de nodige uren heb doorgebracht op Schiphol.”

Verreikende ambities

Eenmaal moeder van 3 jonge kinderen, kon Jovanka de vele dienstreizen niet meer combineren met het gezinsleven en stapte in 2014 over naar de Marechausseestaf als PO- adviseur. Dat was inmiddels haar derde PO-adviseursfunctie, weliswaar binnen een ander defensieonderdeel, maar de inhoud van de job bleef hetzelfde en de ambities van Jovanka reikten verder.

In de daaropvolgende functie bij de Hoofd Directie Personeel (HDP) maakte Jovanka kennis met strategie en beleid. “Ik was o.a. overlegcoördinator CMC van Erik Akerboom, de toenmalige Secretaris – Generaal (SG) van het Ministerie van Defensie. Hoewel ik het interessant vond om meer met beleid en strategie te mogen doen en aan de andere kant van de tafel te mogen zitten als adviseur van de SG, zocht ik na een paar jaar toch weer naar een HR-functie.” Jovanka ging terug naar het stafbureau van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) en was daar o.a. verantwoordelijk voor het Management en Developmentprogramma van de stafadjudanten. Daarnaast was zij voorzitter van de Medezeggenschapscommissie binnen de Staf van de KMAR.

Belangrijkste dossier: HR-Vernieuwing

“Ik combineerde een gezin met een pittige functie èn medezeggenschap. Dat was best een uitdagende combinatie. Sinds begin 2022 ben ik volledig vrijgesteld voor de medezeggenschap binnen de MC van Staf-KMar, de DMC van de KMAR en de CMC – dat geeft iets meer lucht.’’

Van alle dossiers waar de CMC zich mee bezighoudt heeft Jovanka de meeste affiniteit met HR. “Human resource management blijft toch het vakgebied waar ik de meeste kennis en ervaring in heb opgedaan. Ook de masteropleiding die ik nu volg op het gebied van HR-management kan ik mooi toetsen aan misschien wel het belangrijkste CMC-dossier van dit moment: HR- Vernieuwing.”

Jovanka benadrukt de belangrijke rol van medezeggenschap bij het vormgeven van HR-beleid, vooral in een tijd waarin het werven van nieuwe mensen en het behouden van goede mensen van cruciaal belang is. “Personeel is ons belangrijkste ‘middel’ als Krijgsmacht; onze key-asset. Wat gebeurt er als we niet kunnen leveren? Welke impact heeft onderbezetting op de veiligheid van onze collega’s en ons land? Het kiezen voor een baan bij de Krijgsmacht heeft nu een andere connotatie dan 20 jaar geleden. Ik vind het belangrijk dat daar vanuit de CMC oog voor is en ruimte krijgt binnen het nieuwe HR-beleid van Defensie. “

Niet fancy – wel razend interessant

“Mijn werk voor de medezeggenschap schuurt dicht tegen mijn vakgebied HR aan. Ik vind het razend interessant om in deze job de andere kant van personeelsbeleid te leren kennen. Voor mijzelf, omdat ik mee mag denken en praten over topics die de hele organisatie raken, maar ook eervol om als vertegenwoordiger van mijn collega’s op te mogen treden. Medezeggenschap is misschien niet ʽfancy’, maar ik hoop dat mijn enthousiasme aanstekelijk kan werken zodat meer collega’s zien dat het niet alleen een belangrijke, maar ook een heel leuke en leerzame kant heeft. Doordat we als CMC bij veel overleg fora betrokken zijn, weten we wat er organisatie breed speelt en kijken we over de schutting van de afzonderlijke krijgsmachtonderdelen heen. Dat maakt ons inhoudelijk een goede gesprekspartner die het verschil kan maken voor personeel en organisatie op het vlak van veiligheid, welzijn en bedrijfsvoering. Kortom: waardevol en super interessant!

Verbeter de positie van vertrouwenspersonen binnen de Krijgsmacht

“Het is bijzonder dat we in een hiërarchische organisatie als Defensie een stelsel van vertrouwenspersonen hebben. Vertrouwenspersonen houden zich bezig met gevoelige onderwerpen en omgangsvormen waar mensen op de werkvloer mee geconfronteerd kunnen worden,” aldus Plaatsvervangend Secretaris-Generaal (PSG) mr. Marc Gazenbeek tijdens de CMC-vergadering van 6 december jl.

Gezien de toenemende aandacht voor een veilige werkomgeving, heeft Defensie in 2021 besloten onderzoek door Nyenrode te laten uitvoeren naar het stelsel vertrouwenspersonen. De hoofdvraag hierbij was: Doen de vertrouwenspersonen de goede dingen? En doen zij dit goed?

Uit de conclusies en aanbevelingen, gebaseerd op 135 interviews, blijkt dat de vertrouwenspersonen zeker de goede dingen doen, en dat bijstelling, fine-tuning en her-focus van het werkgebied, taken en rollen wel nodig zijn om de krijgsmacht goed te kunnen blijven bedienen met het stelsel vertrouwenspersonen.

Tevens dient aan de vertrouwenspersonen voldoende houvast te worden geboden om hun functie goed uit te kunnen voeren. Wat mogen zij qua ondersteuning vanuit Defensie verwachten? Hoe communiceer je helder en eenduidig over hun rol en taken? En hoe rust je de staande organisatie vervolgens toe om op een goede manier aandacht te besteden aan ongewenst gedrag en sociale veiligheid? 

De antwoorden op deze vragen worden opgepakt door een projectgroep die handen en voeten moet gaan geven aan de uitkomsten van het Nyenrode-rapport. De CMC wordt, in tegenstelling tot het verrichte onderzoek, hier nadrukkelijk wel in betrokken.

Deskundigen gezocht voor CMC Werkgroep Gezondheidszorg

Heb jij expertise op het gebied van de gezondheidszorg? Wil je vanuit jouw deskundigheid bijdragen aan CMC adviezen omtrent aangelegenheden die de gezondheidszorg binnen Defensie betreffen? Dan nodigt de CMC (Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie) je van harte uit om de Werkgroep Gezondheidszorg te versterken.

De Werkgroep Gezondheidszorg ondersteunt en adviseert de CMC in haar werkzaamheden. De werkgroep stelt conceptadviezen op over gezondheidszorg gerelateerde onderwerpen die op het overlegniveau van de CMC liggen, en ondersteunt met haar deskundigheid de CMC in het overleg met de Secretaris-Generaal van Defensie.

De werkgroep komt gemiddeld eens per twee maanden bijeen voor overleg, en is ingesteld voor onbepaalde tijd. De tijd die wordt besteed aan actieve deelname aan de werkgroepbijeenkomsten en aan werkzaamheden in het kader van de werkgroep betreft werktijd (artikel 20 lid 1 BMD). Tevens krijgen leden van de werkgroep de gelegenheid scholing en vorming te ontvangen die in verband met de vervulling van de taak nodig worden geacht (artikel 20 lid 2 BMD).

Meld je aan voor de Werkgroep Gezondheidszorg

Heb je interesse om met jouw kennis en kunde bij te dragen aan het behartigen van de Defensiebrede belangen op het gebied van de gezondheidszorg? Neem dan voor eind januari 2024 contact op met de CMC via cmc@mindef.nl.

Maak kennis met CMC-lid Egbert Boot: “CMC? Oprecht een mooie club!”

Egbert Boot is afgevaardigde van de CLSK (Koninklijke Luchtmacht) binnen de CMC. Zo’n 20 jaar geleden startte Egbert met zijn carrière bij de Krijgsmacht. Na het afronden van zijn middelbare school lokte het avontuur en begon Egbert met de opleiding Maritiem Officier. Na 1 jaar stapte hij echter over naar de Landmacht. “Mijn keuze voor de Landmacht was aanvankelijk praktisch ingestoken door de combinatie van leren en werken. Een keuze waar ik 20 jaar en vele functies, rollen en rangen later, geen spijt van heb. Defensie heeft mij opgevoed en gevormd; ik ben verknocht aan het ‘bedrijf’.”

“Defensie heeft mij opgevoed en gevormd; ik ben verknocht aan het ‘bedrijf’.”

Egbert Boot

Egbert maakte een rondgang langs onder meer de landmacht en de luchtmobiele brigade. Ging op uitzending naar Irak en twee keer naar Afghanistan. In 2010 maakte hij de overstap naar het Mobile Air Operations Team (MAOT) binnen het Defensie Helikopter Commando (DHC) en werd in 2014 vervolgens onderofficier. Aansluitend maakte hij in 2016 de overstap naar instructeur aan de mbo-opleiding Veiligheid en Vakmanschap (VeVa) en de Algemene Militaire Opleiding (AMO). Na een aantal jaar instructie te hebben gegeven, is hij sinds 2021 weer werkzaam op het DHC. Allereerst binnen het domein safety & compliance en sinds een jaar vervult hij het voorzitterschap van de medezeggenschapscommissie (MC) DHC als huidige functie.

Medezeggenschap is niet nieuw voor Egbert. In een groot deel van zijn carrière is hij betrokken geweest bij werkgroepen en projecten. “Vanuit die eerdere ervaringen met ‘medezeggenschap’ kwam ik erachter dat het niet perse om rangen gaat, maar om het juiste idee aan de juiste tafel te bespreken. Dat is het voordeel van medezeggenschap: het besef en vervolgens de daadkracht dat met echt goede ideeën of aanvullingen iets moet en ook kan gebeuren.”

Gelaagdheid

“Het invloed uit kunnen oefenen op de organisatie vind ik heel waardevol”, vervolgt Egbert. “Niet dat dat zonder slag of stoot gaat. Medezeggenschap vergt veel voorbereiding. Je moet jezelf de ruimte gunnen om een gefundeerde mening te vormen om vervolgens het goede gesprek aan te kunnen gaan op de verschillende niveaus. Die gelaagdheid van medezeggenschap vind ik heel fijn. Verschillende rangen en entiteiten zitten bij elkaar. Dat maakt besluiten beter en de toekomstvisie van Defensie breder gedragen.”

Operationele gereedheid

Op de vraag welke uitdagingen de CMC echt het hoofd moet bieden de komende periode, antwoordt Egbert zonder enige twijfel als eerste de uitdaging op personeelsgebied. “Aan de ‘onderkant’ zit het probleem. Gezien de dreigingen in de wereld moeten we terug naar onze basis en dat is operationele gereedheid. De tweede uitdaging waar we oog voor moeten houden zijn de ‘muurtjes’. Deze zijn inherent aan een hiërarchische organisatie, maar leiden ook tot uitstroom van goede mensen. Die gelaagdheid en regeldruk zorgt ervoor dat planvorming niet tot volledige bloei kan komen. Dat frustreert.”

“Een persoonlijke uitdaging is een betere balans tussen mijn werk- en privé leven krijgen. Doordat ik zoveel om defensie geef en de mensen daarin, stop ik mijn hele ziel en zaligheid in deze functie. Ik streef ernaar om positieve veranderingen in processen en/of beleid teweeg te brengen voor mijn collega’s en de organisatie. Echter, door de verschillende (sub)culturen, het hiërarchische, regeldruk enz. is het soms ook een lastige klus. Je balanceert tussen de werkvloer en de organisatietop, wat simpelweg niet altijd makkelijk is. Maar wel heel gaaf!”

“Want in potentie is dit oprecht de mooiste functie waar je invulling aan kunt geven. Het takenpakket is breed en de dossiers zijn soms complex. Ik durf wel te beweren dat ik als CMC-lid in een paar jaar tijd net zoveel ga leren als in die 20 jaar ervoor. Al met al is de CMC een veilige, inhoudelijke en betrokken club waarin ik vooral veel positieve energie van mijn medezeggenschapswerk krijg. CMC? Oprecht een mooie club!”

Intercollegiaal samenwerken aan een betere Krijgsmacht

Dorine Bakker

Dorine Bakker is ruim drie jaar werkzaam bij Defensie. Zij combineert haar medezeggenschapswerk voor DOSCO en de CMC met haar functie als Hoofd van de Sectie Onderwijs en Vorming van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). Daarnaast verzorgt zij als Universitair docent colleges Organisatiekunde & Management bij NLDA. In combinatie met het voorzitterschap van zowel de GMC NLDA als de DMC DOSCO en betrokkenheid bij de CMC een vol palet aan werkzaamheden.

“Ik kom uit een echte onderwijsfamilie en hoewel ik mijzelf na het afronden van mijn vwo-opleiding stellig had voorgenomen om niet voor het onderwijs te kiezen, maar juist voor het bedrijfsleven, heb ik inmiddels een lange carrière achter de rug in en voor het onderwijs. Ach, het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan!” Na haar studie Bedrijfskunde aan de Nyenrode Business University werkte Dorine een kleine 10 jaar in de commerciële dienstverlening waarna ze in 2002 de overstap maakte naar de publieke sector, in eerste instantie bij de Hogeschool Utrecht. De 20 jaar daarna lag haar focus vanuit verschillende rollen als docent, (strategisch) adviseur of leidinggevende altijd op de thema’s organisatieontwikkeling, leiderschap en innovatie.

“Kijkend naar mijn carrièrepad is het gezamenlijk betekenisvolle impact maken voor de maatschappij de rode draad. Je maakt de maatschappij immers met elkaar!”

Dorine Bakker

Betekenisvolle impact

“Hoewel veel aspecten binnen de bestuurlijke omgeving van zowel de commerciële- als publieke sector hetzelfde zijn, zie je in het publieke domein dat er een grote invloed is vanuit de politieke context. Dat zorgt voor een extra complexiteit, die mij intrigeert en ertoe leidde dat ik naast mijn werk nog een Master Bestuurskunde heb behaald. Wat mij ook erg aanspreekt in publieke organisaties, is de grote mate van betrokkenheid van medewerkers bij hun job. Het van betekenis willen zijn voor de maatschappij, is in de publieke sector voor velen een grote drijfveer; ook voor mij. Kijkend naar mijn carrièrepad is het gezamenlijk betekenisvolle impact maken voor de maatschappij de rode draad. Je maakt de maatschappij immers met elkaar!”

Dé organisatie bestaat niet

“Zie daar het bruggetje naar medezeggenschap. Want wat voor de maatschappij geldt, geldt ook voor organisaties. Een organisatie bestaat dankzij de mensen, je vormt de organisatie met elkaar. Je kunt aan de zijlijn gaan staan, en met het vingertje wijzen naar de organisatie en wat daar allemaal mis gaat, maar dé organisatie bestaat niet. Het zijn jij en ik die daar invulling aan geven. Daar heb je dus zelf invloed op. Maak daar dan ook gebruik van!”

“Als er één orgaan is waarbij je intercollegiaal en onderdeel-overstijgend kunt werken om onze organisatie te verbeteren, is het wel de medezeggenschap!”

Dorine Bakker

In 4 stappen van werkvloer naar het hoogste niveau

Van alle dossiers die de CMC oppakt is HR-vernieuwing een topic waar Dorine zich graag tegen aan bemoeit. “Het al dan niet slagen van de HR-vernieuwing valt of staat met gedragsverandering. Door de verschillende ‘verkokerde’ bedrijfsonderdelen met eigen hun sub-cultuurtjes wordt de doorvoering van de gewenste verandering een hele kluif. Vanuit de CMC kunnen we hier een waardevolle bijdrage leveren, omdat wij een dergelijk dossier integraal kunnen benaderen. De CMC heeft haar tentakels van laag tot hoog in de organisatie. In 4 stappen kan de medezeggenschap van de werkvloer tot het hoogste bestuurlijke niveau van de organisatie komen. Dat is voor een grote en complexe organisatie als Defensie echt uitzonderlijk. De ambtelijke top kan daar zijn voordeel mee doen, maar de werkvloer ook.”

“Medezeggenschap heeft in mijn optiek onterecht een associatie met een traag, log, tegendenkend apparaat, vervolgt Dorine. “Als wij aan de voorkant betrokken worden, kan de medezeggenschap toegevoegde waarde bieden als sparringpartner en dan kunnen we ook heel snel handelen op het moment dat er een adviesaanvraag komt. Dat betekent niet dat we dan niet meer kritisch kijken, maar wel dat we de achtergrond, context en overwegingen al kennen en dus sneller kunnen adviseren. En juist omdat we in iedere laag vertegenwoordigd zijn kunnen we het personeelsperspectief heel goed inbrengen op al die lagen én de verbinding leggen op CMC-niveau.”

Intercollegiaal en onderdeel overstijgend

“Breed het net kunnen ophalen valt of staat overigens wel met een goed vertegenwoordigde achterban”, aldus Bakker. “Goed toegeruste en enthousiaste medewerkers in de hele medezeggenschapsketen zijn een voorwaarde om op deze manier als CMC te kunnen blijven werken. Doordat je het OR-werk veelal naast je reguliere baan er ‘bij moet doen’ is er niet overal veel animo voor. Jammer, want als er één orgaan is waarbij je intercollegiaal en onderdeel-overstijgend kunt werken om onze organisatie te verbeteren, is het wel de medezeggenschap!”