Nieuw integriteitskader: CMC kijkt naar uitvoering en samenhang

Integriteit raakt aan hoe er binnen Defensie met elkaar wordt samengewerkt. Het gaat over vertrouwen binnen teams en de manier waarop Defensie omgaat met macht en verantwoordelijkheid. Zonder integriteit komt samenwerking onder druk te staan. Dat raakt direct het dagelijks werk. Juist daarom zijn duidelijke afspraken nodig: wat verstaan we onder integriteit, wie is waarvoor verantwoordelijk en wat gebeurt er als het misgaat?

Om die duidelijkheid te creëren werkt Defensie aan een nieuw Beleidskader Integriteit, met als beoogde vaststelling in april 2026. In een gesprek met de CMC gaf Barry den Hollander, adviseur bij de Directie Veiligheid, op 11 februari een toelichting op het traject, de gemaakte keuzes en de verdere uitwerking. Voor de CMC stond daarbij één vraag centraal: werkt dit straks ook in de praktijk?

Van aanwijzingen naar samenhang

Het nieuwe beleidskader vloeit voort uit de opdracht om bestaande SG-aanwijzingen om te zetten naar passende beleidsdocumenten. Daarbij is gekeken naar de evaluatie van SG-984 (Uitvoering van het integriteitsbeleid) en naar de positie van de gedragscode.

Barry lichtte toe: “Vanuit SG-001 is de opdracht gegeven om bestaande aanwijzingen om te zetten naar een passend beleidsdocument. Met dit beleidskader willen we integriteit als onderwerp duidelijker positioneren en beter laten aansluiten op bestaande structuren.”

Het beleidskader beschrijft doelen op het gebied van cultuur en leiderschap, ondersteuning van medewerkers, risicomanagement en continu verbeteren. Integriteit moet geen onderwerp zijn dat alleen terugkomt bij incidenten, maar een vast onderdeel van leiderschap, opleiding en sturing.

Borging van de COID-adviesrol

Voor de CMC ligt de nadruk op de uitvoering. Met name de rol van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) kwam daarbij uitgebreid aan bod. De COID adviseert de lijn en speelt een centrale rol bij meldingen en onderzoek.

De CMC benadrukte dat juist hier de borging helder moet zijn. “Waar voor ons vooral de zorg zit, is in de borging van de advisering door de COID richting de lijn. We moeten zeker weten dat adviezen niet vrijblijvend zijn, maar daadwerkelijk worden opgevolgd.”

Het gesprek maakte duidelijk dat het beleidskader niet op zichzelf staat. Rollen, taken en verantwoordelijkheden worden ook vastgelegd in aanwijzingen, instructies en rolverdelingen, zoals RASCI-tabellen.

Volgens de CMC moeten deze documenten in samenhang worden beoordeeld.

“Het gaat ons niet alleen om dit beleidskader. Het hele samenstel van aanwijzingen, instructies en rolverdelingen moet in samenhang duidelijk maken hoe integriteit binnen Defensie wordt geborgd.”

De CMC gaf daarbij als aandachtspunt mee om bestaande regelingen niet in te trekken voordat opvolgende documenten gelijktijdig en voldoende stevig zijn vastgesteld.

Instructie, aanwijzing en handhaafbaarheid

Ook kwam het verschil tussen een beleidskader en interne regelgeving die daadwerkelijk handhaafbaar is aan de orde.

De CMC wees erop dat het niveau waarop afspraken worden vastgelegd bepalend is voor de werking in de praktijk én voor de vraag of er daadwerkelijk op kan worden gehandhaafd.

Barry: “Rollen, taken en verantwoordelijkheden moeten op het juiste niveau worden vastgelegd. Dat kan deels in het beleidskader, maar vraagt ook om nadere uitwerking in instructies en rolverdelingen.”

De CMC onderstreepte dat juist in de overgangsfase helder moet blijven wie waarvoor verantwoordelijk en aanspreekbaar is.

Leren en verbeteren: van registreren naar sturen

Een tweede belangrijk thema was het lerend vermogen van de organisatie. Er bestaan verschillende registratiesystemen en overlegstructuren rondom integriteit. De ambitie is om integriteit expliciet mee te nemen binnen het Integraal Risicomanagement (IRM) en via een PDCA-cyclus structureel te verbeteren. “Wat we nu vooral doen is registreren. De volgende stap is om die informatie structureel te gebruiken om te leren en te verbeteren.”

Integriteit versterken betekent niet alleen registreren wat er gebeurt, maar ook inzichtelijk maken wat er met meldingen, onderzoeken en signalen wordt gedaan. Welke lessen worden getrokken? En hoe krijgen die een plek in beleid, opleidingen en leiderschap?

Barry lichtte toe dat er mede daarom maandelijks een Defensie Integriteitsoverleg plaatsvindt met vertegenwoordigers van alle defensieonderdelen. De CMC heeft aangegeven hier graag bij aan te sluiten om zicht te krijgen op signalen en de opvolging van verbetermaatregelen. Dat past bij de rol van de medezeggenschap om vroegtijdig mee te denken over borging en uitvoering.

Vervolg

De CMC blijft het traject rond het integriteitskader nauwgezet volgen. Uiteindelijk gaat het erom dat integriteit niet alleen op papier goed is geregeld, maar zichtbaar is in hoe Defensie werkt en leiding geeft.