Categorieën
Interview Nieuws

Gert-Jan Rozeboom: Ga op zoek naar de gemeenschappelijke deler!

Twee jaar voor je pensioen je aanmelden voor de Centrale Medezeggenschapscommissie van de Krijgsmacht. Gert-Jan Rozeboom deed dat onlangs. Drie maanden geleden nam hij het stokje over van een vertrekkend CMC-Lid en vertegenwoordigt sindsdien de Bestuursstaf binnen de CMC.

“Collega’s verklaarden me voor gek dat ik deze nevenfunctie nog op me nam”, zegt Gert-Jan. “Maar na 43 dienstjaren voel ik me nog steeds nauw betrokken bij de Krijgsmacht en wil ik me inzetten voor de mensen die er werken. Wat dat betreft ben ik een echte kritische loyalist.”

Schengen-Akkoord

Gert-Jan kwam na het afronden van zijn middelbare school precies op zijn 18e verjaardag d.d. 3 november 1980 bij de Koninklijke Marechaussee (KMAR) terecht. Hij liep wacht bij het Koninklijk Huis, werkte als algemeen opsporingsambtenaar bij brigades, was actief als grenscontrole. In 1985 werden door het Akkoord van Schengen de controles aan de binnengrenzen afgeschaft, waardoor er een overtolligheid van personeel ontstond bij de KMAR en Gert-Jan overstapte naar de Verbindingsdienst van de landmacht. De Verbindingsdienst levert netwerken voor operationele eenheden. Denk aan telefonie, computernetwerken, kabelsystemen en radio en satellietverbindingen.

Na het afronden van de vakgerichte opleiding bij de School Verbindingsdienst, doorliep Gert-Jan in de daaropvolgende jaren alle verschillende niveaus van verbindingscompagnieën tot aan legerkorps staf. Na deze parate jaren werd hij Instructeur aan de Verbindingsschool waar hij naast les geven zich bezig gehouden heeft met het vormgeven van de Onderofficiersopleiding. Door zijn jarenlange ervaring, ging Gert-Jan mee op missies naar onder andere Irak en Bosnië. Deze ervaringen zorgden ervoor dat Gert-Jan bij terugkomst aan de slag kon als senior instructeur, en later als schooladjudant, bij de School voor Vredesmissies (SVV) die militairen voorbereid op missies.

Ruime ervaring in de medezeggenschap en als vertrouwenspersoon

Na een korte tussenstop bij de Militaire Post organisatie, werd Gert-Jan Kazerne Adjudant van de Kromhout kazerne. In 2019 maakt Gert-Jan de laatste switch van zijn carrière richting het bureau Buitenlandse Betrekkingen van de Directie Internationale Militaire Samenwerking. Een groot deel van zijn carrière, is Gert-Jan betrokken geweest bij zijn naaste collega’s of in de rol van vertrouwenspersoon of als lid van een medezeggenschapscommissie.

“Ten tijde van mijn functies bij de Verbindingsdienst ben ik altijd betrokken geweest bij Medezeggenschap. Gedurende mijn periode zijn 106 en 108 Verbindingsbataljon samengevoegd voor de duur van de missie in Joegoslavië en was ik voorzitter van de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie. Toen ik werd overgeplaatst naar de Command Support Brigade in Eibergen, ontstond er vanwege mijn nieuwe functie een conflict of interest en stapte ik uit de medezeggenschap. Omdat ik toch betrokken wilde blijven bij het wel en wee van mijn collega’s ben ik als vertrouwenspersoon begonnen. Het medezeggenschaps- of het vertrouwenspersoonswerk heb ik vanuit die betrokkenheid heel lang als nevenfuncties naast mijn reguliere job gedaan.”

Ga op zoek naar hetgeen bindt

De andere kant van medezeggenschap leerde Gert-Jan als Kazerne adjudant kennen waar hij samen met zijn toenmalige generaal de gesprekken voerde. “Ik vind het van meerwaarde dat ik beide kanten van medezeggenschap nu mee kan nemen in mijn huidige rol binnen de DMC en CMC. Het inzetten op een gezamenlijk doel moet het vertrekpunt zijn. Een goed draaiende organisatie waar mensen met plezier naar hun werk gaan en gehoord worden. Met elkaar en niet over elkaar praten en op zoek gaan naar hetgeen verbindt. Als je dat vanuit medezeggenschap geregeld krijgt, dan kun je een hoop winnen voor de organisatie en je collega’s.”

Zelfde cycli andere verpakking

“Hoe ik de toekomst voor Defensie zie? Zonder te veel te willen klinken als ouwe rot, zie ik met mijn 43 dienstjaren dezelfde cycli – weliswaar iets anders verpakt – weer voorbij komen. Wij gaan nu vol inzetten op instroom van personeel, vernieuwen en innoveren, maar moeten naar mijn mening oppassen dat we niet te veel gaan tornen aan de opgebouwde basis en de kennis die in huis is. Kortom, vernieuwen van de Krijgsmacht moet, maar kijk ook met een gezonde kritische blik naar de ervaring die je in huis hebt. Ik zie nog zoveel kansen voor onze organisatie. Ik vind het mooi om daar de komende 2 jaar op mijn eigen(wijze) manier vanuit de CMC aan bij te kunnen dragen. Collega’s helpen en ondersteunen en laten weten waar zij terecht kunnen. En in 2025? Ach dan heb ik 45 dienstjaren er op zitten – maar de deur zo maar achter me dichttrekken? Nee! Defensie en haar medewerkers draag ik een te warm hart toe. Eens een loyalist, altijd een loyalist.”

Categorieën
Nieuws

Kwartiermakers gezocht

Om de verdere professionalisering van de medezeggenschap binnen Defensie te ondersteunen is de Centrale Medezeggenschapcommissie Defensie (CMC) momenteel bezig met de oprichting van een Centraal Bureau Medezeggenschap Defensie.

Het Centraal Bureau Medezeggenschap Defensie zal de centrale regie en coördinatie op het gebied van o.a. expertise, facilitering, communicatie en medezeggenschapsopleidingen op zich gaan nemen.

Heb jij een warm hart voor Defensie en de mensen die er werken? Ben je geïnteresseerd in en bekend met medezeggenschap en haar medezeggenschapsleden? En zou je een belangrijke rol willen spelen om het nieuwe Bureau verder vorm te gaan geven?

Houd onze website https://www.cmc-defensie.nl/ in de gaten. Binnenkort worden er 2 functies voor Kwartiermaker gepubliceerd.

Categorieën
Interview Nieuws

Michiel Bussink nieuwe voorzitter Centrale Medezeggenschapscommissie

Op 10 januari 2024 is kolonel-arts Michiel Bussink MSc MBA unaniem verkozen tot nieuwe voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Hij neemt daarmee het stokje over van Majoor Dennis Oldenburg die het voorzitterschap tussen mei 2020 en december 2023 invulde. Bussink, die ruim 25 jaar werkzaam is als arts – waarvan 16 jaar als medisch specialist Anesthesioloog-Intensivist – binnen het Ministerie van Defensie, heeft zijn loopbaan binnen de Krijgsmacht zo goed als altijd gecombineerd met zitting in verschillende medezeggenschapsgremia, waarvan de laatste 6 jaar als plaatsvervangend voorzitter van de CMC.

1 + 1 = 3

Michiel ziet het als een eer het voorzitterschap van de CMC in te mogen gaan vullen. “Als CMC hebben wij Defensiebrede ‘méde-zeggenschap’ over o.a. Veiligheid, Gezondheid, Welzijn & Bedrijfsvoering. Mijn drijfveer als kersverse voorzitter is om, waar mogelijk, middels synergie ofwel ‘1 +1 = 3’ deze beleidsterreinen in het belang van de Defensiemedewerker en daarmee van de Defensieorganisatie (nog) beter te maken.”

Zelfde kant van het touw

Michiel wil zich daarbij inzetten om de positionering van de CMC Defensiebreed verder te bekrachtigen en medezeggenschap op alle overlegniveaus zo goed mogelijk te (laten) faciliteren. “Aangesloten worden en blijven op daar waar de besluiten binnen de Krijgsmacht voorbereid en genomen worden. Daarnaast is en blijft de CMC natúúrlijk gesprekspartner van de Defensietop waarbij de CMC en de SG een strategisch partnerschap vormen. Werken vanuit de gezamenlijke bedoeling, elkaar versterken en elkaar vroegtijdig op de hoogte brengen, daar streef ik naar. We hoeven het daarbij niet altijd eens te zijn met elkaar, als we maar aan dezelfde kant van het touw trekken”, aldus Michiel.

Mutaties Dagelijks Bestuur CMC

De overstap van Michiel betekende dat de plaatsvervangend voorzitter ook opnieuw gekozen moest worden. LTZ 2 OC Jeffrey de Freitas, voorheen secretaris, is verkozen tot nieuwe plaatsvervangend voorzitter van de CMC. SMJR (TD) Timo Ligthart, voorheen plaatsvervangend secretaris, schuift door naar de rol van secretaris. Jovanka van de Pol BBA, is benoemd als nieuwe plaatsvervangend secretaris. Met haar benoeming bestaat het Dagelijks Bestuur van de CMC uit 3 militairen en 1 ‘burger’ en is het DB CMC een evenwichtiger afspiegeling van de Defensieorganisatie.

Categorieën
Nieuws

Inspectie Militaire Gezondheidszorg: onafhankelijk en toch in verbinding

De onafhankelijke Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG) houdt toezicht op de kwaliteit van de militaire gezondheidszorg in Nederland en tijdens operationele inzet. De IMG onderzoekt personen en instellingen binnen de militaire gezondheidszorg. Daarnaast wordt, voor de gezondheidsbescherming van militairen, toezicht gehouden op de stralingsbescherming nucleaire veiligheid en voedselveiligheid bij Defensie. De inspectie onderzoekt of Defensie als werkgever voldoende de zorg voor gezondheid van haar medewerkers borgt. De CMC kreeg een update van de IMG werkzaamheden.

Twee keer per jaar sluiten brigade-generaal-arts Manon Molenaar, inspecteur Militaire Gezondheidszorg, en Liesbeth de Stoppelaar, strategisch adviseur Inspectie Militaire Gezondheidszorg, aan om de CMC een update te geven van haar werkzaamheden. We lichten hieronder de vier domeinen uit waar de IMG toezicht op houdt: Reguliere Militaire Gezondheidszorg, Operationele Militaire Gezondheidszorg, Voedselveiligheid en Opmars gezondheidsinnovaties.

Reguliere Militaire Gezondheidszorg

“Binnen het domein Reguliere Militaire Gezondheidszorg houden we ons nu vooral bezig met het Eerstelijns Gezondheidsbedrijf. Wij zijn gestart met een systeemonderzoek en onderzoek naar de bereikbaarheid en beschikbaarheid van onze eerstelijns gezondheidszorg. Overeenkomstig de civiele landelijke gezondheidszorginspectie zijn bereik- en beschikbaarheid vanwege de krapte op de arbeidsmarkt ook binnen Defensie belangrijke aandachtsgebieden. Zo is er een enorm tekort aan bedrijfsartsen en baliepersoneel. We hebben verschillende gezondheidscentra van de Krijgsmacht onderzocht om de problematiek voor Defensie in kaart te brengen en gaan hierover binnenkort met de commandant EGB (Eerstelijns Gezondheidszorgbedrijf) in gesprek.”

Operationele Militaire Gezondheidszorg

Op het operationele domein heeft de IMG ervaring opgedaan met het uitvoeren van een ‘lean and mean’ onderzoek naar aanleiding van een oefening van het Commando Landstrijdkrachten in Afrika. “Het was heel duidelijk dat de normen rond planning van de geneeskundige ondersteuning bij deze inzet niet gehaald konden worden. Wij hebben onderzoek gedaan naar hoe die processen gelopen zijn en onze bevindingen en analyses na het opstellen van het concept rapport direct al gedeeld en getoetst. Deze aanpak is voor de toezichtswereld vrij uniek. Toch hebben we hiervoor gekozen omdat je zo blinde vlekken snel kunt afvangen en direct draagvlak kunt creëren voor de aanbevelingen. Zo haal je de leerwinst, voordat het onderzoeksrapport definitief op papier staat. Alleen dan wel gedragen en sneller. Wij blijven als IMG uiteraard onafhankelijk en op deze manier toch beter in verbinding.”

Voedselveiligheid

Binnen het domein voedselveiligheid gaan twee nieuwe IMG-medewerkers komende periode de verdere samenwerking met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vormgeven. Op het gebied van governance sluit de IMG binnen de organisatie onder meer aan bij de regiegroep Voedselveiligheid.

Opmars gezondheidsinnovaties

Binnen het domein Gezondheidsbescherming besteedt de IMG aandacht aan de opmars van de ontwikkelingen rond het proactief bezig zijn met gezondheid en gezondheidsinnovaties. “Er zijn steeds meer initiatieven op dit gebied binnen de Krijgsmacht. Goede, maar ook risicovolle. Denk aan coaching op het gebied van een gezonde leefstijl of brainspotting therapie voor het verwerken van trauma’s. De IMG heeft er aandacht voor hoe Defensie deze initiatieven in goede banen leidt. Wat zijn hiervoor de geldende randvoorwaarden? En hoe borgt Defensie de veiligheid ervan voor de medewerker en de organisatie.

Heb jij een vraag of wil je een melding doen over de kwaliteit van de militaire gezondheidszorg? Telefoon: (0889) 56 63 22, E-mail: img@mindef.nl

Categorieën
Interview Nieuws

Een breder perspectief door medezeggenschap

Jovanka van de Pol wilde eigenlijk militair worden. Door een ernstige knieblessure kon die ambitie niet worden waargemaakt. Wél geeft Jovanka invulling aan een mooie carrière binnen Defensie op het snijvlak van Human resources en medezeggenschap.

“Ruim twintig jaar geleden kwam ik binnen bij de Krijgsmacht via een tijdelijke baan bij onze cateraar Paresto. Toen zich na een paar maanden een kans voordeed om als HR-adviseur bij Paresto te beginnen, greep ik die met beide handen aan. Zo kon ik mijn hbo-diploma HRM-Management gaan verzilveren.”

Eenmaal in vaste dienst maakte Jovanka de stap naar het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning Defensie (DCIOD), dat voor collega’s zorgt die in het buitenland werken voor het Ministerie van Defensie. “Ik was verantwoordelijk voor de P&O–zaken van onze collega’s in Zuid-Europa; een mooie periode waarin ik veel landen als Spanje, Frankrijk, België, Portugal en Italië heb mogen bezoeken en de nodige uren heb doorgebracht op Schiphol.”

Verreikende ambities

Eenmaal moeder van 3 jonge kinderen, kon Jovanka de vele dienstreizen niet meer combineren met het gezinsleven en stapte in 2014 over naar de Marechausseestaf als PO- adviseur. Dat was inmiddels haar derde PO-adviseursfunctie, weliswaar binnen een ander defensieonderdeel, maar de inhoud van de job bleef hetzelfde en de ambities van Jovanka reikten verder.

In de daaropvolgende functie bij de Hoofd Directie Personeel (HDP) maakte Jovanka kennis met strategie en beleid. “Ik was o.a. overlegcoördinator CMC van Erik Akerboom, de toenmalige Secretaris – Generaal (SG) van het Ministerie van Defensie. Hoewel ik het interessant vond om meer met beleid en strategie te mogen doen en aan de andere kant van de tafel te mogen zitten als adviseur van de SG, zocht ik na een paar jaar toch weer naar een HR-functie.” Jovanka ging terug naar het stafbureau van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) en was daar o.a. verantwoordelijk voor het Management en Developmentprogramma van de stafadjudanten. Daarnaast was zij voorzitter van de Medezeggenschapscommissie binnen de Staf van de KMAR.

Belangrijkste dossier: HR-Vernieuwing

“Ik combineerde een gezin met een pittige functie èn medezeggenschap. Dat was best een uitdagende combinatie. Sinds begin 2022 ben ik volledig vrijgesteld voor de medezeggenschap binnen de MC van Staf-KMar, de DMC van de KMAR en de CMC – dat geeft iets meer lucht.’’

Van alle dossiers waar de CMC zich mee bezighoudt heeft Jovanka de meeste affiniteit met HR. “Human resource management blijft toch het vakgebied waar ik de meeste kennis en ervaring in heb opgedaan. Ook de masteropleiding die ik nu volg op het gebied van HR-management kan ik mooi toetsen aan misschien wel het belangrijkste CMC-dossier van dit moment: HR- Vernieuwing.”

Jovanka benadrukt de belangrijke rol van medezeggenschap bij het vormgeven van HR-beleid, vooral in een tijd waarin het werven van nieuwe mensen en het behouden van goede mensen van cruciaal belang is. “Personeel is ons belangrijkste ‘middel’ als Krijgsmacht; onze key-asset. Wat gebeurt er als we niet kunnen leveren? Welke impact heeft onderbezetting op de veiligheid van onze collega’s en ons land? Het kiezen voor een baan bij de Krijgsmacht heeft nu een andere connotatie dan 20 jaar geleden. Ik vind het belangrijk dat daar vanuit de CMC oog voor is en ruimte krijgt binnen het nieuwe HR-beleid van Defensie. “

Niet fancy – wel razend interessant

“Mijn werk voor de medezeggenschap schuurt dicht tegen mijn vakgebied HR aan. Ik vind het razend interessant om in deze job de andere kant van personeelsbeleid te leren kennen. Voor mijzelf, omdat ik mee mag denken en praten over topics die de hele organisatie raken, maar ook eervol om als vertegenwoordiger van mijn collega’s op te mogen treden. Medezeggenschap is misschien niet ʽfancy’, maar ik hoop dat mijn enthousiasme aanstekelijk kan werken zodat meer collega’s zien dat het niet alleen een belangrijke, maar ook een heel leuke en leerzame kant heeft. Doordat we als CMC bij veel overleg fora betrokken zijn, weten we wat er organisatie breed speelt en kijken we over de schutting van de afzonderlijke krijgsmachtonderdelen heen. Dat maakt ons inhoudelijk een goede gesprekspartner die het verschil kan maken voor personeel en organisatie op het vlak van veiligheid, welzijn en bedrijfsvoering. Kortom: waardevol en super interessant!

Categorieën
Nieuws

Verbeter de positie van vertrouwenspersonen binnen de Krijgsmacht

“Het is bijzonder dat we in een hiërarchische organisatie als Defensie een stelsel van vertrouwenspersonen hebben. Vertrouwenspersonen houden zich bezig met gevoelige onderwerpen en omgangsvormen waar mensen op de werkvloer mee geconfronteerd kunnen worden,” aldus Plaatsvervangend Secretaris-Generaal (PSG) mr. Marc Gazenbeek tijdens de CMC-vergadering van 6 december jl.

Gezien de toenemende aandacht voor een veilige werkomgeving, heeft Defensie in 2021 besloten onderzoek door Nyenrode te laten uitvoeren naar het stelsel vertrouwenspersonen. De hoofdvraag hierbij was: Doen de vertrouwenspersonen de goede dingen? En doen zij dit goed?

Uit de conclusies en aanbevelingen, gebaseerd op 135 interviews, blijkt dat de vertrouwenspersonen zeker de goede dingen doen, en dat bijstelling, fine-tuning en her-focus van het werkgebied, taken en rollen wel nodig zijn om de krijgsmacht goed te kunnen blijven bedienen met het stelsel vertrouwenspersonen.

Tevens dient aan de vertrouwenspersonen voldoende houvast te worden geboden om hun functie goed uit te kunnen voeren. Wat mogen zij qua ondersteuning vanuit Defensie verwachten? Hoe communiceer je helder en eenduidig over hun rol en taken? En hoe rust je de staande organisatie vervolgens toe om op een goede manier aandacht te besteden aan ongewenst gedrag en sociale veiligheid? 

De antwoorden op deze vragen worden opgepakt door een projectgroep die handen en voeten moet gaan geven aan de uitkomsten van het Nyenrode-rapport. De CMC wordt, in tegenstelling tot het verrichte onderzoek, hier nadrukkelijk wel in betrokken.

Categorieën
Nieuws

Deskundigen gezocht voor CMC Werkgroep Gezondheidszorg

Heb jij expertise op het gebied van de gezondheidszorg? Wil je vanuit jouw deskundigheid bijdragen aan CMC adviezen omtrent aangelegenheden die de gezondheidszorg binnen Defensie betreffen? Dan nodigt de CMC (Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie) je van harte uit om de Werkgroep Gezondheidszorg te versterken.

De Werkgroep Gezondheidszorg ondersteunt en adviseert de CMC in haar werkzaamheden. De werkgroep stelt conceptadviezen op over gezondheidszorg gerelateerde onderwerpen die op het overlegniveau van de CMC liggen, en ondersteunt met haar deskundigheid de CMC in het overleg met de Secretaris-Generaal van Defensie.

De werkgroep komt gemiddeld eens per twee maanden bijeen voor overleg, en is ingesteld voor onbepaalde tijd. De tijd die wordt besteed aan actieve deelname aan de werkgroepbijeenkomsten en aan werkzaamheden in het kader van de werkgroep betreft werktijd (artikel 20 lid 1 BMD). Tevens krijgen leden van de werkgroep de gelegenheid scholing en vorming te ontvangen die in verband met de vervulling van de taak nodig worden geacht (artikel 20 lid 2 BMD).

Meld je aan voor de Werkgroep Gezondheidszorg

Heb je interesse om met jouw kennis en kunde bij te dragen aan het behartigen van de Defensiebrede belangen op het gebied van de gezondheidszorg? Neem dan voor eind januari 2024 contact op met de CMC via cmc@mindef.nl.

Categorieën
Interview Nieuws

Interview met Erikjan Bor: ‘regel- en controledrang de kop indrukken’

Met bijna 40 dienstjaren op de teller bij de Krijgsmacht en ruime ervaring op het gebied van medezeggenschap, is Erikjan Bor een van de nestors binnen de CMC. In 2019 trad Erikjan toe als voorzitter van de GMC JIVC, aansluitend in 2021 trad hij toe als plaatsvervangend voorzitter in de DMC DMO en sinds 2022 is hij afgevaardigde van het Commando Materieel en IT (COMMIT) in de CMC. Tot maart 2023 combineerde hij zijn medezeggenschapswerk met zijn reguliere functie van Sr. Informatie manager Lucht & Joint. Sinds een paar maanden houdt Erikjan zich 80% van zijn werkweek bezig met medezeggenschap en 20% met de beleidsmatige kant van Informatie management. Hoe maakte Erikjan Bor kennis met de CMC en waar ziet hij de actuele uitdagingen en kansen?

Erikjan Bor

De eerste kennismaking tussen Erikjan en Defensie dateert uit midden jaren ‘80. Erikjan had zijn zinnen erop gezet om in Militaire dienst te gaan, maar werd uitgeloot. Of zoals dat destijds verwoord werd: ‘Hij mocht zich aan zijn maatschappelijke carrière gaan wijden’. Na het afronden van de MTS-opleiding Elektronica schreef Erikjan op de vacature 4e documentatie medewerker bij de Landmacht en kon zo alsnog aan de slag binnen het Defensiebedrijf. “Ik hield me in die tijd vooral bezig met het opstellen van handleidingen en onderhoudswerk aan de ‘PRTL’ (PantserRups Tegen Luchtdoelen).” In 1991 maakt hij de overstap naar Geavanceerde Onderwijsleermiddelen; het bureau voor opleidings- en trainingssystemen en werkte onder meer aan een grote aanbestedingstrajecten voor trainingssimulatoren waaronder een waarnemingstrainer voor de artillerie.

Reorganisatie als gamechanger

“In 1997 werd ik aangesteld als senior technicus, dat heb ik ruim 15 jaar gedaan, tot de zoveelste reorganisatie van mijn carrière zich aandiende. Achteraf gezien is de aanloop naar deze reorganisatie de ‘gamechanger’ geworden van loopbaan. Ik volgde in de avonduren een hbo-studie Bedrijfskunde en aansluitend een universitaire masterstudie. Dit zorgde ervoor dat ik binnen no-time stappen op de carrièreladder kon zetten.”

Kilometers maken

“Ook besefte ik door deze reorganisatie nog beter het nut en de noodzaak van medezeggenschap voor een organisatie. Hoewel ik privé al de nodige bestuurlijke ervaring had opgedaan in patiëntenverenigingen en verschillende clubs, zette ik deze ervaring pas in 2019 in voor de medezeggenschap binnen Defensie. Ik ben van mening dat je de nodige kilometers gemaakt moet hebben, wil je een dergelijke functie goed kunnen bekleden. In de medezeggenschap krijg je namelijk met andere soorten problemen en dossiers te maken dan in je reguliere job. Doordat ik lang meeloop ken ik de organisatie erg goed; dat maakt dat ik situaties snel kan doorgronden. De ervaring als projectleider op grote en kostbare aanbestedingstrajecten rond de aanschaf van simulatoren, leerde me daarnaast snel denken en goed onderhandelen. Die eigenschappen komen nu goed van pas.”

Cultuuromslag grootste uitdaging

Op de vraag welke grote uitdaging Erikjan op zich af ziet komen op het gebied van medezeggenschap, benoemt hij de cultuuromslag. “Door de dreigingen en gebeurtenissen om ons heen, zie je Defensie omvormen van een krimp naar een groei-organisatie. Dat vergt ondernemerschap en innovatie. Dat is qua cultuur vreselijk aanpassen. Snel goede mensen vinden, hen begeleiden en ruimte bieden om zich binnen de Krijgsmacht te ontplooien. Dat doe je door mensen verantwoordelijkheid te geven en niet te ontnemen. Door de controledrang die van oudsher in deze organisatie is ingebakken, zal het lastig zijn om deze regel- en controlereflex de kop in te drukken, maar ik heb goede hoop dat de nieuwe SG hier werk van wil maken.”

Kussen voor betonnen muur

“Vanuit de CMC hoop ik dat we voor nieuwe medewerkers als stootkussen tussen hen en de betonnen muur kunnen blijven fungeren, totdat deze is afgebrokkeld. Het goed laten landen en gemotiveerd houden van je medewerkers is essentieel voor de toekomstbestendigheid van de Krijgsmacht. Zij zijn namelijk ons grootste kapitaal”, aldus Erikjan.

Hij vervolgt: “Doordat je als CMC de belangenbehartiger bent van zowel personeel als de organisatie, is het een interessante maar ook best een pittige job. Je bemoeit je tegen verschillende lastige dossiers aan. Kies je voor de CMC, weet dan dat je een prachtige inkijk krijgt in de organisatie, maar ook dat je moet kunnen doorzetten, weerstand moet durven bieden en af en toe een elleboogstootje uit moet durven delen.”

Categorieën
Nieuws

Personele Gereedheid draait om Boeien, Binden en Inspireren

Door de verslechterde veiligheidssituatie is het nodig dat de inzetbaarheid, en dus ook de gereedheid, van onze eenheden fors verbetert gaat worden. Het kunnen beschikken over voldoende en gemotiveerd gekwalificeerd personeel is een voorwaarde voor Defensie om haar hoofdtaken goed uit te kunnen voeren. Maar, hoe zorg je ervoor dat je binnen deze krappe arbeidsmarkt goede mensen binnenhaalt en je bestaande mensen zolang mogelijk kunt behouden? Sous-Chef Personele Gereedheid Paul v.d. Touw praatte de CMC bij aan de hand van drie pijlers van de uitvoeringsagenda: Boeien – Binden – Inspireren.

“In 2023 hebben we ongeveer 3600 nieuwe militairen aangesteld – exclusief de reservisten, de dienjaar militairen en de burgers. Ik verwacht dat we in totaal zo’n 5.700 nieuwe mensen hebben aangesteld. In een krappe markt als deze is dat zeker geen sinecure. Om het instroomproces een verdere push te geven, willen we komende periode in de keten en met de Krijgsmachtraad doorpraten over mogelijke vernieuwingen in onze recruitment aanpak.”

Groene vinkjes aantikken

Paul doelt hiermee op het vraag-gestuurd rekruteren, waarbij vacatures opengesteld worden aan de hand van functieprofielen. “Als een sollicitant niet voldoet aan een functieprofiel op WerkenBijDefensie.nl komt er een einde aan het proces; dat is zonde, want het is goed mogelijk dat deze persoon voor andere functies wel in aanmerking zou kunnen komen. Wij willen onze systemen achter de website daarop aanpassen. Daarnaast willen we nadrukkelijker de mogelijkheid bieden om open sollicitaties te sturen.

Referral recruitment

“Wat ‘onconventioneler’, is het experimenteren met referral recruitment”, vervolgt Paul. “Hiermee doen we een beroep op onze eigen mensen om kandidaten uit hun eigen sociale omgeving aan te dragen. Komt deze kandidaat vervolgens door tot een aanstellingsgesprek, dan staat daar een financiële vergoeding tegenover.” Alle ins en outs zijn nog niet rond, maar deze ‘member-gets-member’ aanpak is een bewezen effectieve manier om te rekruteren.

Verwacht effect BBI-maatregelen

Voor wat betreft het behouden van onze mensen, verwijst Paul naar het zojuist afgesloten onderhandelingsresultaat voor 2024, waar naast een loonsverhoging van 7% ook een eenmalige uitkering van 1500 bruto is toegekend. En de BBI-Maatregelen (Boeien, Binden en Inspireren) die uitstroom moeten verlagen, instroom verhogen en Defensie een zichtbaarder onderdeel van de maatschappij moeten laten worden.

“Ik denk dat het effect van de vaste aanstelling van manschappen en korporaals op behoud groot zal zijn. Nu zie je dat mensen gaan voorschakelen op het aflopen van hun tijdelijke aanstelling. Op het moment dat die tijdelijkheid niet aan de orde is zullen medewerkers hun vertrek uitstellen. Ook het vroegtijdig interveniëren bij medewerkers die uitdiensttredingsintenties vertonen kan helpen om off-boarden te voorkomen. Ik verwacht dat we medio 2024 de effecten van deze maatregelen gaan zien.”

Bindingspremie

Als laatste instrument om mensen te behouden voor de Krijgsmacht stipt Paul de veelbesproken bindingspremies aan. De bindingspremie kan voor de duur van één tot maximaal vijf jaar toegekend worden aan medewerkers die behoren tot een aangewezen categorie schaars personeel. De CMC beschouwt het beleid rond bindingspremies als beperkt effectief en is geen voorstander van dit instrument. “Door de criteria per onderdeel/eenheid en de beoordelingsvrijheid vanuit de leidinggevenden, zijn de huidige bindingspremiemaatregelen multi-interpretabel en werken ze willekeur, ongelijkheid en onwenselijke onderlinge concurrentie in de hand. Dit komt de aanvankelijke doelstelling van de premies, boeien en binden aan de Krijgsmacht, niet ten goede”, aldus de CMC.

De CMC is bezig met het voorbereiden van een nota om deze kwestie met de SG te bespreken. Onze insteek is om centraal uniform beleid en criteria op te stellen voor de bindingspremies, zodat er een helder, transparant en rechtvaardig systeem ontstaat.

Categorieën
Interview Nieuws

Transitieprogramma Vastgoed uit de startblokken

Om te komen tot een toekomstbestendige en betaalbare Defensie-vastgoedportefeuille is een duurzame transitie noodzakelijk, hiertoe is in 2022 het programma ‘Concentreren, Verduurzamen en Vernieuwen’ (CVV) opgezet. Directeur Transformatieprogramma Vastgoed Defensiestaf, brigadegeneraal Ard Goedhart, praatte de CMC bij over de status van het CVV programma. Goedhart, die thuis ook volop aan het verbouwen is, ziet de parallellen tussen het programma en zijn eigen verbouwing; zij het uiteraard op zeer kleine schaal.

“Verbouwen vergt een zeer strakke planning en ordening”, begint Goedhart. “Zo ook bij een complex programma als het CVV dat de komende 15 jaar inzet op het doorvoeren van een efficiencyslag en het revitaliseren van bijna 400 Defensieobjecten in Nederland en het Caribisch gebied.” Het CVV programma is ontstaan omdat het huidige Defensievastgoed versnipperd, verouderd en niet duurzaam is. “Daar komt bij dat we tot nog toe jaarlijks ongeveer 150 miljoen extra aan het onderhoud van het huidige vastgoed en storingen moeten besteden. Door de onderhoudsachterstanden zullen die kosten alleen maar toenemen.”

Moderne en veilige werk- en leefomgeving op de juiste plek

“2,5 jaar geleden is het urgentiebesef gekomen dat het jaarlijks investeren in het onderhoud en storingen van ons vastgoed inderdaad ‘not the way to go’ was. Er moest een andere routing gekozen worden, waarbij we zo efficiënt mogelijk met onze locaties omgaan. Hoe richt je je vastgoed in waarbij de eenheden en de operationele inzetbaarheid centraal staan en je tevens een moderne en veilige werk- en leefomgeving op de juiste plek kunt bieden, met oog voor het privéleven van de medewerkers? Dat is de kern van het CVV programma. Daarnaast hebben we bewuster de verduurzaming van het vastgoed meegenomen in onze plannen waarbij wij zelf ook financieel de trekker zijn. Dat maakt het voor planningsdoeleinden ook gemakkelijk om een en ander in de 15-jarige looptijd van het programma weg te zetten.”

Toetsstenen projecten

De toetsstenen van het programma zijn de vier doelstellingen: verhogen operationele inzetbaarheid van de Krijgsmacht, het willen zijn van een aantrekkelijk werkgever, verduurzaming van vastgoed en het vastgoed financieel op orde brengen. Tevens is van alle projecten, verdeeld over vier werkpakketten, opgeschreven wat daarvan de bedoeling is, ook voor wat betreft de eenheden. “Dat is het startpunt dat we gebruiken om elke beslissing te kunnen onderbouwen en het ankerpunt om de voortgang van de projecten te toetsen.”

“Grote complexe projecten hebben te maken met het vaststellen van ruimtelijke ordening procedures. Daarnaast vergen ze extra personele capaciteit om deze projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen. Dat kost tijd en werkt soms frustrerend. Door deze complexe projecten af te kunnen wisselen met projectjes waar we wel snel meters kunnen maken en vlaggetjes kunnen plaatsen, zorgen we ervoor dat de energie en spirit in het programma hoog blijft.”

Op de vraag over hoe de organisatie geïnformeerd gaat worden over het programma, zegt Goedhart het volgende: “Communicatie en engagement is erg belangrijk in de fase waarin het CVV programma nu is aangekomen. Zeker nu we net uit de startblokken zijn, willen we dat kunnen gaan uitventen. Uiteraard informeren we getrapt: eerst onze eigen mensen, dan het parlement en dan de regio.” We gaan nu los!