Het Dienjaar: een onorthodoxe manier om te bouwen binnen Defensie?

Geopolitieke instabiliteit, waaronder de Russische inval in Oekraïne, maakt de behoefte aan een sterke en flexibele krijgsmacht urgenter dan ooit. De introductie van het Dienjaar in 2022, een initiatief dat zich richt op het aantrekken van nieuwe talenten, lijkt met ruim 4.000 geïnteresseerden, bijna 3.000 sollicitanten en de aanstelling van zo’n 600 nieuwe militairen in 2025, hét antwoord om meer mensen naar de krijgsmacht toe te leiden. Hoe is het dienjaar eigenlijk ontstaan? Wat zijn de ambities? En zijn er ook knelpunten richting de toekomst?

Projectleider Erik Noordman en Patrick Choenni, die het Dienjaar binnen de verschillende operationele commando’s afstemt, lichtten de plannen toe aan de CMC.

Ontstaan van het Dienjaar

Het Dienjaar is een vrijwillig dienstjaar bij Defensie, geïnspireerd op Scandinavische modellen van dienstplicht. Erik Noordman legt uit: “Het initiatief Dienjaar heeft in 2022 een vliegende start gemaakt na de Russische inval in Oekraïne. Als commandant van het Defensity College was ik op dat moment verantwoordelijke voor een Gap Year pilot. In combinatie met het idee van Staatssecretaris Van der Maat om dienstplicht volgens Scandinavisch model in te gaan voeren, kwam het vrijwillige Dienjaar snel van de grond.”

Dienjaar als nieuw instroomspoor

Het Dienjaar richt zich op het aantrekken van mensen die anders misschien nooit voor een carrière bij Defensie zouden hebben gekozen. Denk aan jongeren die een tussenjaar overwegen en op zoek zijn naar zingeving en avontuur; studenten die in januari hun studie hebben afgebroken; personen die interesse hebben in een carrière bij Defensie, maar de verbintenis van een traditionele militaire loopbaan te groot vinden. Of young professionals met relevante werkervaring. Noordman benadrukt: “We hebben vanuit de defensieorganisatie een forse ambitie neergelegd. Vanaf 2025 willen we dat er jaarlijks 1.000 mensen instromen in het Dienjaar. Die ambitie dwingt ons om echt goed na te denken wat we met het dienjaar als nieuw instroomspoor willen, hoe het kan bijdragen de doorstroom binnen Defensie en het versterken van onze band met de samenleving.

“We hebben vanuit de defensieorganisatie een forse ambitie neergelegd. Vanaf 2025 willen we dat er jaarlijks 1.000 mensen instromen in het Dienjaar.”

Erik Noordman

Het Dienjaar bestaat uit twee hoofdprogramma’s: een regulier dienjaar: gericht op jongvolwassenen (18-28 jaar) die bijvoorbeeld als soldaten, matrozen of bij de marechaussee aan de slag willen. En een specialistisch dienjaar: voor mensen met specifieke kennis en vaardigheden. Aanvullende tracks op het gebied van bijvoorbeeld cyber security kunnen de opgedane kennis op termijn verbreden of verdiepen.

Strepen verdienen

Patrick Choenni: “De grootste uitdaging is om de deelnemers van het Dienjaar effectief bij te laten dragen aan de personele gereedheid van Defensie en dit op een goede manier af te stemmen en te borgen binnen de OPCO’s (operationele commando’s). Just enough – just in time; dat is het uitgangsprincipe van het Dienjaar. Met een relatief korte opleiding moeten deelnemers volledig onderdeel uit kunnen maken van de organisatie en mee kunnen doen; learning on the job dus. De snelheid waarmee de kandidaten worden opgeleid en bij moeten kunnen dragen aan de personele gereedheid strookt niet met de manier waarop we dat gewend zijn. Je moet je strepen immers eerst verdiend hebben. Het dienjaar is een onorthodoxe manier om te bouwen binnen Defensie. Dat levert naast succesverhalen ook knelpunten en discussies op.”

Het dienjaar als toegevoegde waarde op je cv

Communicatie speelt een cruciale rol in het uiteindelijke succes van dit project. Heldere en consistente communicatie over wat van deelnemers wordt verwacht, wat zij kunnen doen en hoe zij worden ingezet is essentieel. Dit geldt zowel voor de interne communicatie binnen Defensie-eenheden als voor de informatieverstrekking aan potentiële deelnemers en hun ouders.

Choenni: “Onze ambitie richting de toekomst is het Dienjaar te kunnen vullen met een mooie brede doorsnede van onze maatschappij: man, vrouw, leeftijd, opleidingsniveau. Ook mensen met een beperking zouden toe moeten kunnen treden. Immers: ‘not every man is a rifle man’. Ons werkveld is inmiddels veel complexer. Het dienjaar moet een plus worden op je cv. Een periode waar je iets leert wat je nergens anders kunt leren.”

Wil jij meer weten over het dienjaar? Heb je een vraag of waardevolle feedback? Laat het weten aan jouw MC of DMC. Een mailtje sturen kan ook via: cmc@mindef.nl

‘Over 2 jaar Defensie fundamenteel beter voorbereid op hoofdtaak 1’

Tijdens de afgelopen overlegvergadering met de secretaris-generaal (SG) is het conceptplan van de Bestuursraad over de gereedstelling voor hoofdtaak 1 besproken. “We moeten over twee jaar fundamenteel beter gereed zijn voor hoofdtaak 1 dan dat we nu zijn”, begint SG Maarten Schurink zijn toelichting aan de CMC op het conceptplan. “Dit betekent dat prioritering op hoofdtaak 1 een integraal onderdeel zal worden van de dagelijkse werkzaamheden van alle medewerkers binnen Defensie. We gaan allemaal, elke dag, en in alles wat we doen prioriteren op hoofdtaak 1, zodat we sneller en soepeler kunnen reageren op toekomstige uitdagingen.”

Hoofdtaak 1 van Defensie: bescherming van eigen grondgebied en dat van bondgenoten.

“We hebben een inhaalslag te maken gezien vanuit waar we nu staan.”

SG Maarten Schurink

Het conceptplan, dat de komende weken verder wordt aangescherpt tot een definitieve versie en daarna de organisatie in gaat, beschrijft hoofdtaak 1 in relatie tot vijf thema’s:

– organisatie;
– samenleving;
– warrior mindset;
– gevecht van de toekomst;
– en een doorvertaling naar een operationeel plan.

De doorvertaling naar een operationeel plan moet medio januari 2025 gereed zijn. Schurink: “De belangrijkste pijler van het plan is de aanvliegroute waarbij de uitvoering niet programmatisch, maar via de lijnorganisatie zal plaatsvinden. Dit betekent dat iedereen binnen Defensie, van de bestuursraad tot aan de operationele eenheden, dagelijks zal prioriteren op hoofdtaak 1. De collectieve verantwoordelijkheid staat voorop. Eigenlijk zou ik aan iedereen de vraag willen stellen: Wat vraagt hoofdtaak 1 van jou? En wat heb je daarbij van de organisatie nodig?”

“Het kan niet anders dan dat dit een lijnopgave is.”

SG Maarten Schurink

Bewustwording binnen Defensie van prioriteit op hoofdtaak 1

Binnen twee weken zal er breed gecommuniceerd worden binnen de organisatie over de prioriteit op hoofdtaak 1. Het doel is om iedereen binnen Defensie bewust te maken van de urgentie en om deze prioriteit direct te vertalen naar hun dagelijkse werkprocessen. Belangrijk is daarbij ook de flexibiliteit te behouden die nodig is voor de gereedstelling voor hoofdtaak 1, zoals bijvoorbeeld reservisten verwelkomen.

“We verwachten dat iedereen hoofdtaak 1 in zijn dagelijks werk gaat vertalen, bespreken en vormgeven, want we hebben geen tijd te verliezen.”

SG Maarten Schurink

Warrior mindset

Een cultuur- en mind-shift dus? Dat er zo lang ‘krimp’ en vredesbedrijfsvoering is gevoerd, maakt het lastig om de warrior mindset door te laten dringen in iedere vezel van deze organisatie. “Het kiezen voor hoofdtaak 1 kan dus consequenties hebben voor hoofdtaak 2 en 3, maar ook voor de keuzes ten aanzien van onze bestedingen. Investeer je in verduurzaming van de bestaande infrastructuur zoals kazernes, of in munitie? Maar niet alleen ons departement moet doordrongen zijn van een warrior mindset; ook andere departementen, bedrijven, organisaties en de samenleving als geheel. Dit raakt ons allemaal!”

“Aan de voorkant ervoor zorgen dat hoofdtaak 1 bij iedereen tussen de oren komt; we moeten de hele samenleving wakker maken .”

SG Maarten Schurink

Medezeggenschap Defensie en de prioriteit op hoofdtaak 1

De CMC zal tijdens de heidagen in juni met de secretaris-generaal van gedachten wisselen wat de eerste hoofdtaak en ‘organise as you fight’ betekenen voor de medezeggenschap binnen de krijgsmacht.

Hervorming van aanwijzingen moet Defensie soepeler en efficiënter maken

Om de wendbaarheid en flexibiliteit binnen het ministerie van Defensie te vergroten, wordt de huidige interne regelgeving (aanwijzingen) herzien en daar waar nodig opgeruimd. De focus ligt op het herschrijven van de SG-001, ‘de moeder’ van alle aanwijzingen binnen Defensie. Aansluitend worden alle overige SG-, maar ook aanwijzingen van de Hoofddirecteur Personeel (HDP) en het Directoraat –Generaal Beleid (DGB), onder de loep genomen met als doel de organisatie soepeler te laten werken.

Kolonel Martine Verhulst, trekker van dit project vertelt: “We beginnen met een overkoepelende systeemaanpak waarbij ‘de bedoeling’ van de aan te passen aanwijzing en de urgentie die nodig is om ons klaar te maken voor hoofdtaak 1 centraal staat. Het klinkt logisch om na te denken vanuit de bedoeling van een aanwijzing, maar we zien in veel huidige aanwijzingen dat ‘het waarom’ niet altijd helder is. Daarnaast loopt het hoe en het wat soms door elkaar, en dat kan voor verwarring zorgen. We hebben een team samengesteld dat zich per aanwijzing gaat buigen over de bedoeling, het kader en de doorvertaling naar de uitvoering. Ook willen we aanwijzingen die niet meer relevant zijn opruimen. Denk bijvoorbeeld aan de 1,5 meter-regels die zijn opgesteld tijdens de coronaperiode.”

In samenwerking met de gehele organisatie

Een van de belangrijkste doelen van het project is om de hervorming van aanwijzingen niet alleen een ‘Haags feestje’ te laten zijn. Met Defensieonderdelen wordt gesproken om te ontdekken waar versterking op kan treden. Op lokaal niveau zullen ongetwijfeld soortgelijke initiatieven plaats vinden. Het is mooi als je dat van elkaar weet. Veel aanwijzingen bevatten een gelaagdheid die via achterliggende voorschriften en instructies door de gehele organisatie sijpelt. Hiervoor dient oog te zijn als je interne regelgeving opruimt of herziet. Als onderdeel van het hervormingsproces wordt er een pilot gestart om met vijf tot tien verschillende aanwijzingen te experimenteren. Het doel van de pilot is om de aanwijzingen aan te laten sluiten bij het gedachtegoed zoals beschreven in het BBD. Hier wordt kritisch gekeken naar ‘toegevoegde waarde, noodzaak, eenvoud en uitvoerbaarheid’ om ruimte te kunnen geven aan de uitvoering (het ‘wat’ vanuit de bedoeling van de regelgeving; niet het ‘hoe’). De uitkomsten van deze pilot leiden tot ‘lessons learned’ die als input kunnen gelden voor de herziening van de SG-001.

Het belang van communicatie en gedrag

Naast het herzien van de aanwijzingen is er ook aandacht voor gedragsverandering. “Dit onderwerp heeft natuurlijk ook een sterk veranderingsproces in zich. Wij kunnen vanuit het projectteam wel zeggen: we doen dit niet meer, maar het gedrag van mensen en de gedachten erachter moeten daar ook in mee kunnen komen. Een organisatie veranderen en soepeler maken doe je niet door regels te veranderen, maar juist door gedrag,” aldus Martine Verhulst. Het projectteam werkt om die reden ook nauw samen met het DCO (Directoraat Communicatie en Organisatie) om de urgentie van de verandering en het waarom te communiceren. Zo gaat het ook echt leven in de organisatie.

Martine vervolgt: “Defensie staat van oudsher bekend als een ‘blauwe’ organisatie, een term die refereert aan onze hiërarchische manier van werken, ontstaan vanuit een periode van grote krimp binnen Defensie. En hoewel structuur en regels essentieel zijn voor een organisatie als de onze, kan een teveel aan interne regelgeving juist belemmerend of zelf verlammend werken. Bovendien zit het creativiteit in de weg. Dat kan niet nu hoofdtaak 1 de toetssteen is voor al ons denken en handelen.”

Planning hervorming aanwijzingen

De eerste grove schets voor de aangepaste SG-001 wordt vóór de zomervakantie verwacht, met een bredere uitrol gepland voor het einde van het derde kwartaal van 2024. Het doel is om eind 2024 een nieuwe SG-001 klaar te hebben, zodat de overige aanwijzingen hier in 2025 in lijn mee kunnen worden gebracht. De huidige SG-001, de basis van alle aanwijzingen, vervalt op 1 januari 2026. Voor die datum moeten alle aanwijzingen zijn herzien.

Een afvaardiging van de CMC sluit aan in het projectteam van Kolonel Verhulst.

Maandelijks CMC overleg met de SG: een soepel defensie begint bij verantwoordelijkheidsbesef

Hoe loopt de weg richting een soepel functionerend defensie? Daarover spraken secretaris-generaal Maarten Schurink en de Centrale Medezeggenschapscommissie van defensie elkaar afgelopen week. Iedere maand komen de secretaris-generaal (SG) en de CMC bij elkaar. Enkele weken geleden gaf SG Maarten Schurink bij de CMC aan dat hij graag zou zien dat defensie soepeler functioneert: “Ik zou er naar toe willen dat medewerkers meer eigen verantwoordelijkheid durven nemen en de ruimte voelen om zelf meer achter het stuur te gaan zitten.” Hierop voortbordurend gaf de SG tijdens het afgelopen overleg toelichting op de vervolgstappen richting een soepel functionerend defensie.

SG Maarten Schurink benadrukte: “De intent voor de toekomst van de Krijgsmacht is verankerd in de leiderschaps- en samenwerkingsstijl Mission Command: het gezamenlijke doel om defensie tot een slimme, sterke krijgsmacht en een soepel ministerie dat klaar is voor hoofdtaak 1 te transformeren.” Nu deze visie binnen alle lagen van de organisatie is geland, maakt hij een nieuwe backbrief-ronde. Daarbij worden alle bedrijfsonderdelen gevraagd om na te denken over hoe zij hun werk kunnen uitvoeren met hoofdtaak 1 (bescherming van eigen land en NAVO-bondgenoten) in gedachten.

Verantwoordingsdruk verminderen

“Het doel van deze vervolgstap is om op een doortastende manier te interveniëren, zodat we kunnen toewerken naar een slimme en soepel werkende defensieorganisatie die is afgestemd op hoofdtaak 1. Ter illustratie: het aantal parafen op bestellingen moet omlaag en de Planning & Control-cyclus moet vereenvoudigd worden. Anders gezegd: standaardisatie nastreven waar mogelijk, maar maatwerk en snelheid wanneer nodig”, vervolgt de SG. “Ik wil de verantwoordingsdruk verminderen. Iedereen binnen het ministerie moet de ruimte voelen en beseffen dat ze eigen beslissingen kunnen maken waar nodig en in actie kunnen komen. Daar ligt de kern!”

“Ik wil de verantwoordingsdruk verminderen. Iedereen binnen het ministerie moet de ruimte voelen en beseffen dat ze eigen beslissingen kunnen maken waar nodig en in actie kunnen komen.”

Secretaris-generaal Maarten Schurink

Soepel afgestemd op hoofdtaak 1

In het licht van de huidige ontwikkelingen realiseert SG Maarten Schurink zich steeds meer dat oorlogsbedrijfsvoering de standaard moet worden. De manier waarop onze organisatie is georganiseerd moet daar in zijn ogen aan bijdragen. Waarom? “Omdat we het met de 70.000 mensen die de Krijgsmacht rijk is, hoofdtaak 1 aan moeten kunnen gaan. Elk onderdeel moet hier klaar voor staan, en als dat nog niet is gebeurd, daarover gaan nadenken”, aldus de SG.

Wat betekent hoofdtaak 1 voor de medezeggenschap binnen defensie? Dat zal de CMC ook onderzoeken tijdens de heidagen in juni.

Flexibele inzet van reservist vereist maatwerk

Defensie wil het aantal reservisten flink uitbreiden als een van de oplossingen voor het personeelstekort. In 2035 moeten het aantal van 6.500 naar 20.000 zijn gegroeid. Reservisten moeten zorgen voor een krijgsmacht die flexibeler en adequaat kan reageren op uiteenlopende dreigingen. Wat betekent deze ambitie voor de (rechts)positie van de reservist?

Onlangs schoven reservisten Dave Aben, Fred van Zelm en Freddy Haan namens de CMC Werkgroep Reservisten aan bij het CMC-overleg om de opbrengst van hun brainstorm hierover te delen.

“De waarde van de reservist voor de toekomst van de Krijgsmacht wordt erkend; daar zijn we hartstikke blij mee. Die positieve ontwikkeling zetten we graag meer kracht bij door onze ideeën over de toekomst van de reservisten te delen met de organisatie. Want om tot een echt goede toekomstbestendige flexibele schil van reservisten te kunnen komen, is het belangrijk onze rol goed en stevig te verankeren”, aldus Dave Aben.

Dave Aben, CMC Werkgroep Reservisten

Reservist zijn: vrijwillig maar niet vrijblijvend

Het creëren van een stabiele basis voor reservisten is complexer dan je op het eerste gezicht zou denken. Zo zijn er verschillen tussen de Defensieonderdelen wat betreft de inzet en bedrijfsvoering rond reservisten. Dat maakt het moeilijk om te komen tot passende afspraken. Daarnaast maakt de huidige focus op groei van de Krijgsmacht dat de vrijblijvendheid van hun functie er mogelijk af gaat. Vanuit de gedachte dat de reservist net als een ‘reguliere’ militair een opkomstverplichting heeft. Wat betekent die eventuele opkomstverplichting voor de bereidheid van reservisten om bij te willen blijven dragen aan de Krijgsmacht? En wat is de impact hiervan op de afspraken met andere werkgevers?

Freddy Haan: “Het twee ‘heren’ dienen maakt onze rol er niet per se gemakkelijker op. En is ook nog eens sterk afhankelijk van de fase waarin je gezin zich bevindt en de sector waarin je als reservist werkzaam bent. Een MKB-er die wordt opgeroepen, kijkt hier anders naar dan een reservist in dienst van een multinational of de Rijksoverheid. Hoe lang kan je als werknemer gemist worden? En wat betekent dit voor je eigen inkomsten en de omzet van het bedrijf waarvoor je werkzaam bent? Daarnaast is er nu een groep reservisten met een klein contract voor minder dan 500 uur per jaar,” vervolgt Freddy. “En reservisten die alleen tijdens crisissituaties worden ingezet, waaronder bijvoorbeeld watersnoden. Daar past het dwingende karakter van de oproepplicht naar onze mening niet bij.”

Maatwerk voor reservisten

Om de ambities van onze krijgsmacht mede in te kunnen invullen ziet de CMC Werkgroep Reservisten verschillende mogelijkheden. “Denk bijvoorbeeld aan het uitwisselen en ontwikkelen van talent, loopbaanmanagement, verschillende type contracten en passende bedrijfsvoering. Maatwerk vormt hierbij het sleutelwoord; ‘de reservist’ bestaat immers niet.”

De CMC agendeert de bevindingen van de CMC Werkgroep Reservisten tijdens verschillende overleggen met de diverse besluitvormers.

Smeermiddel WD-40 als metafoor op weg naar een soepel Defensie

‘Doen jullie mee om van Defensie een sterke, slimme en soepele organisatie te maken?’ Met die vraag eindigde Maarten Schurink Secretaris-Generaal zijn reflectie op zijn eerste 4 maanden binnen Defensie. De presentatie aan de CMC eind februari was de laatste in de ronde die Schurink langs de verschillende krijgsmacht- en bedrijfsonderdelen maakte om zijn intent voor de toekomst van het ministerie van Defensie toe te lichten.

Den Haag, 05-10-2022 Maarten Schurink, secretaris-generaal BZK FotoMartijn Beekman / BZK

“Als symbool voor mijn intent gebruik ik WD-40; een smeermiddel dat ooit werd ingezet om Atlasrakketten roestvrij te maken. Inmiddels is het blauwe busje in ieder huishouden te vinden om, zoals op het etiket staat, ‘piepen en kraken te voorkomen, los te maken wat vast zit en stroef lopende delen weer gangbaar te maken.’ Dat is naar mijn mening precies wat we nodig hebben om beter te kunnen acteren op wat er in de wereld om ons heen gebeurt en om daar beter op te sturen.”

“Ik zou er naar toe willen dat medewerkers meer eigen verantwoordelijkheid durven nemen en de ruimte voelen om zelf meer achter het stuur te gaan zitten.”

Maarten Schurink, Secretaris-Generaal

Van controle naar vertrouwen

Volgens Maarten Schurink Secretaris-Generaal zit de krijgsmacht op allerlei fronten vast. “We denken in krimp – niet in groei. In de decennia waarin we moesten krimpen, was dat ook logisch. Maar wat in krimp werkt, werkt niet in groei. Zo opereren wij nog vanuit strikte regels en een risicoregelreflex. Ik zou er naar toe willen dat medewerkers meer eigen verantwoordelijkheid durven nemen. En de ruimte voelen om zelf meer achter het stuur te kunnen gaan zitten en te handelen naar de bedoeling achter het beleid.”

Doet de CMC ook mee?

“Dat is een vraag waar wij uiteraard geen nee tegen zeggen,” aldus CMC-Voorzitter Michiel Bussink, “maar realiseer je dat de geschetste vernieuwingen het nodige vragen van de organisatie. Het werken vanuit ruimte, eigen regie en groei zijn fundamenteel anders dan de manier waarop wij gewend zijn. We hebben immers hele generaties laten opgroeien met krimp; ook mentaal. Het vergt een gedrags- en cultuurverandering om dat eruit te halen.”

“Ik schets daarbij nadrukkelijk alleen contouren om ruimte te geven aan eigen regie en initiatief. We doen het samen!”

Maarten Schurink, Secretaris-Generaal

Maarten Schurink Secretaris-Generaal: “Geef het goede voorbeeld. Waar lukt het wel om ruimte te pakken en vanuit de intent te werken. Ik heb met deze reflectie een eerste aanzet gegeven van de richting die ik op wil. Ik schets daarbij nadrukkelijk alleen contouren om ruimte te geven aan eigen regie en initiatief. We doen het samen!”

Nieuwe beleidslijn en uitvoeringsplan Diversiteit en Inclusie Defensie

De kracht van wij: allemaal anders en toch één

Defensie streeft ernaar een diverse organisatie te zijn met een inclusieve cultuur waarin iedereen zich thuis kan voelen en zichzelf kan zijn. Dit is geen vanzelfsprekendheid en vereist continu aandacht op alle niveaus. De afgelopen periode heeft de CMC-werkgroep HR Transitie samen met de Hoofddirectie Personeel en de Directie Aansturing Operationele Gereedheid gewerkt aan de nieuwe beleidslijn Diversiteit en Inclusie (D&I) en het bijbehorende uitvoeringsplan. Tijdens de overlegvergadering 28 februari werden beide stukken bekrachtigd.

Inclusie-ervaringen verbeteren

Om te beschermen wat ons dierbaar is, hebben we diversiteit in denken, doen en achtergrond nodig. We zetten met het D&I-beleid daarom in op het vergroten van de diversiteit van ons personeelsbestand. Het doel is niet alleen meer mensen aan Defensie te kunnen verbinden, maar ook om de inclusie-ervaringen bij huidige collega’s te verbeteren en beter gebruik te maken van de diverse achtergronden en talenten van ons personeel.

Diversiteit en inclusie zijn een gedeelde verantwoordelijkheid: het vraagt wat van ons allemaal. Daarbij gaat het zowel om het erkennen van verschillen, als het kijken naar wat verbindt. Het gaat er uiteindelijk om dat ieders talenten zo goed mogelijk ingezet kunnen worden. De kern van het D&I-beleid is dan ook: ‘Leave no one behind’.

‘Hoe meer diversiteit in de organisatie, hoe slimmer we worden. Cultureel, leeftijd, gender, talent, arbeidsbeperking, neurodiversiteit. Laten we onze verschillen benutten om samen een krachtige krijgsmacht te zijn’.

Maarten Schurink, Secretaris-Generaal

“De nieuwe D&I-beleidslijn beschrijft het strategisch beleidskader dat voor deze verandering de basis is,” aldus Tessa Huisman-de Kort, Directeur Personeelsbeleid & Management. “Ik ben blij met de lijn die er nu ligt en de wijze waarop deze in nauwe samenwerking met de CMC tot stand is gekomen.” Jovanka van de Pol, Plaatsvervangend Secretaris CMC vult aan: “Deze dossieraanpak is naar mijn mening dé manier waarop medezeggenschap en de organisatie elkaar kunnen versterken en samenwerken.”

Werk je bij Defensie en wil je meer weten over de nieuwe D&I-beleidslijn? Lees meer over het beleid op het intranet.

Gert-Jan Rozeboom: Ga op zoek naar de gemeenschappelijke deler!

Twee jaar voor je pensioen je aanmelden voor de Centrale Medezeggenschapscommissie van de Krijgsmacht. Gert-Jan Rozeboom deed dat onlangs. Drie maanden geleden nam hij het stokje over van een vertrekkend CMC-Lid en vertegenwoordigt sindsdien de Bestuursstaf binnen de CMC.

“Collega’s verklaarden me voor gek dat ik deze nevenfunctie nog op me nam”, zegt Gert-Jan. “Maar na 43 dienstjaren voel ik me nog steeds nauw betrokken bij de Krijgsmacht en wil ik me inzetten voor de mensen die er werken. Wat dat betreft ben ik een echte kritische loyalist.”

Schengen-Akkoord

Gert-Jan kwam na het afronden van zijn middelbare school precies op zijn 18e verjaardag d.d. 3 november 1980 bij de Koninklijke Marechaussee (KMAR) terecht. Hij liep wacht bij het Koninklijk Huis, werkte als algemeen opsporingsambtenaar bij brigades, was actief als grenscontrole. In 1985 werden door het Akkoord van Schengen de controles aan de binnengrenzen afgeschaft, waardoor er een overtolligheid van personeel ontstond bij de KMAR en Gert-Jan overstapte naar de Verbindingsdienst van de landmacht. De Verbindingsdienst levert netwerken voor operationele eenheden. Denk aan telefonie, computernetwerken, kabelsystemen en radio en satellietverbindingen.

Na het afronden van de vakgerichte opleiding bij de School Verbindingsdienst, doorliep Gert-Jan in de daaropvolgende jaren alle verschillende niveaus van verbindingscompagnieën tot aan legerkorps staf. Na deze parate jaren werd hij Instructeur aan de Verbindingsschool waar hij naast les geven zich bezig gehouden heeft met het vormgeven van de Onderofficiersopleiding. Door zijn jarenlange ervaring, ging Gert-Jan mee op missies naar onder andere Irak en Bosnië. Deze ervaringen zorgden ervoor dat Gert-Jan bij terugkomst aan de slag kon als senior instructeur, en later als schooladjudant, bij de School voor Vredesmissies (SVV) die militairen voorbereid op missies.

Ruime ervaring in de medezeggenschap en als vertrouwenspersoon

Na een korte tussenstop bij de Militaire Post organisatie, werd Gert-Jan Kazerne Adjudant van de Kromhout kazerne. In 2019 maakt Gert-Jan de laatste switch van zijn carrière richting het bureau Buitenlandse Betrekkingen van de Directie Internationale Militaire Samenwerking. Een groot deel van zijn carrière, is Gert-Jan betrokken geweest bij zijn naaste collega’s of in de rol van vertrouwenspersoon of als lid van een medezeggenschapscommissie.

“Ten tijde van mijn functies bij de Verbindingsdienst ben ik altijd betrokken geweest bij Medezeggenschap. Gedurende mijn periode zijn 106 en 108 Verbindingsbataljon samengevoegd voor de duur van de missie in Joegoslavië en was ik voorzitter van de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie. Toen ik werd overgeplaatst naar de Command Support Brigade in Eibergen, ontstond er vanwege mijn nieuwe functie een conflict of interest en stapte ik uit de medezeggenschap. Omdat ik toch betrokken wilde blijven bij het wel en wee van mijn collega’s ben ik als vertrouwenspersoon begonnen. Het medezeggenschaps- of het vertrouwenspersoonswerk heb ik vanuit die betrokkenheid heel lang als nevenfuncties naast mijn reguliere job gedaan.”

Ga op zoek naar hetgeen bindt

De andere kant van medezeggenschap leerde Gert-Jan als Kazerne adjudant kennen waar hij samen met zijn toenmalige generaal de gesprekken voerde. “Ik vind het van meerwaarde dat ik beide kanten van medezeggenschap nu mee kan nemen in mijn huidige rol binnen de DMC en CMC. Het inzetten op een gezamenlijk doel moet het vertrekpunt zijn. Een goed draaiende organisatie waar mensen met plezier naar hun werk gaan en gehoord worden. Met elkaar en niet over elkaar praten en op zoek gaan naar hetgeen verbindt. Als je dat vanuit medezeggenschap geregeld krijgt, dan kun je een hoop winnen voor de organisatie en je collega’s.”

Zelfde cycli andere verpakking

“Hoe ik de toekomst voor Defensie zie? Zonder te veel te willen klinken als ouwe rot, zie ik met mijn 43 dienstjaren dezelfde cycli – weliswaar iets anders verpakt – weer voorbij komen. Wij gaan nu vol inzetten op instroom van personeel, vernieuwen en innoveren, maar moeten naar mijn mening oppassen dat we niet te veel gaan tornen aan de opgebouwde basis en de kennis die in huis is. Kortom, vernieuwen van de Krijgsmacht moet, maar kijk ook met een gezonde kritische blik naar de ervaring die je in huis hebt. Ik zie nog zoveel kansen voor onze organisatie. Ik vind het mooi om daar de komende 2 jaar op mijn eigen(wijze) manier vanuit de CMC aan bij te kunnen dragen. Collega’s helpen en ondersteunen en laten weten waar zij terecht kunnen. En in 2025? Ach dan heb ik 45 dienstjaren er op zitten – maar de deur zo maar achter me dichttrekken? Nee! Defensie en haar medewerkers draag ik een te warm hart toe. Eens een loyalist, altijd een loyalist.”

Kwartiermakers gezocht

Om de verdere professionalisering van de medezeggenschap binnen Defensie te ondersteunen is de Centrale Medezeggenschapcommissie Defensie (CMC) momenteel bezig met de oprichting van een Centraal Bureau Medezeggenschap Defensie.

Het Centraal Bureau Medezeggenschap Defensie zal de centrale regie en coördinatie op het gebied van o.a. expertise, facilitering, communicatie en medezeggenschapsopleidingen op zich gaan nemen.

Heb jij een warm hart voor Defensie en de mensen die er werken? Ben je geïnteresseerd in en bekend met medezeggenschap en haar medezeggenschapsleden? En zou je een belangrijke rol willen spelen om het nieuwe Bureau verder vorm te gaan geven?

Houd onze website https://www.cmc-defensie.nl/ in de gaten. Binnenkort worden er 2 functies voor Kwartiermaker gepubliceerd.

Michiel Bussink nieuwe voorzitter Centrale Medezeggenschapscommissie

Op 10 januari 2024 is kolonel-arts Michiel Bussink MSc MBA unaniem verkozen tot nieuwe voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Hij neemt daarmee het stokje over van Majoor Dennis Oldenburg die het voorzitterschap tussen mei 2020 en december 2023 invulde. Bussink, die ruim 25 jaar werkzaam is als arts – waarvan 16 jaar als medisch specialist Anesthesioloog-Intensivist – binnen het Ministerie van Defensie, heeft zijn loopbaan binnen de Krijgsmacht zo goed als altijd gecombineerd met zitting in verschillende medezeggenschapsgremia, waarvan de laatste 6 jaar als plaatsvervangend voorzitter van de CMC.

1 + 1 = 3

Michiel ziet het als een eer het voorzitterschap van de CMC in te mogen gaan vullen. “Als CMC hebben wij Defensiebrede ‘méde-zeggenschap’ over o.a. Veiligheid, Gezondheid, Welzijn & Bedrijfsvoering. Mijn drijfveer als kersverse voorzitter is om, waar mogelijk, middels synergie ofwel ‘1 +1 = 3’ deze beleidsterreinen in het belang van de Defensiemedewerker en daarmee van de Defensieorganisatie (nog) beter te maken.”

Zelfde kant van het touw

Michiel wil zich daarbij inzetten om de positionering van de CMC Defensiebreed verder te bekrachtigen en medezeggenschap op alle overlegniveaus zo goed mogelijk te (laten) faciliteren. “Aangesloten worden en blijven op daar waar de besluiten binnen de Krijgsmacht voorbereid en genomen worden. Daarnaast is en blijft de CMC natúúrlijk gesprekspartner van de Defensietop waarbij de CMC en de SG een strategisch partnerschap vormen. Werken vanuit de gezamenlijke bedoeling, elkaar versterken en elkaar vroegtijdig op de hoogte brengen, daar streef ik naar. We hoeven het daarbij niet altijd eens te zijn met elkaar, als we maar aan dezelfde kant van het touw trekken”, aldus Michiel.

Mutaties Dagelijks Bestuur CMC

De overstap van Michiel betekende dat de plaatsvervangend voorzitter ook opnieuw gekozen moest worden. LTZ 2 OC Jeffrey de Freitas, voorheen secretaris, is verkozen tot nieuwe plaatsvervangend voorzitter van de CMC. SMJR (TD) Timo Ligthart, voorheen plaatsvervangend secretaris, schuift door naar de rol van secretaris. Jovanka van de Pol BBA, is benoemd als nieuwe plaatsvervangend secretaris. Met haar benoeming bestaat het Dagelijks Bestuur van de CMC uit 3 militairen en 1 ‘burger’ en is het DB CMC een evenwichtiger afspiegeling van de Defensieorganisatie.