Artikel 25-overleg: samen vooruit in een intensieve periode

CMC en SG in gesprek over inhoud, samenwerking en de opgaven voor Defensie

Op 4 februari jl. vond het tweejaarlijkse Artikel 25-overleg plaats tussen de Secretaris-Generaal (SG) en de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Dit overleg is een vast en belangrijk onderdeel van de overlegstructuur binnen Defensie. In het Artikel 25-overleg wordt niet alleen teruggekeken op de inhoudelijke opgaven en resultaten van het afgelopen jaar, maar wordt ook stilgestaan bij de samenwerking tussen bestuurder en medezeggenschap. Daarnaast wordt gezamenlijk vooruitgekeken: welke ontwikkelingen komen op Defensie af en wat vraagt dat van de organisatie én van de medezeggenschap?

Tijdens het overleg werd teruggekeken op een intensief jaar waarin op meerdere dossiers tegelijkertijd stappen zijn gezet. Zo is onder andere gewerkt aan de herziening van de SG-aanwijzingen en kwamen onderwerpen als de BRD, het zorgaanbiederschap, leefstijlcoaches en de arbeidsmarkttoelage aan bod. Zowel SG als CMC constateerden dat daarin gaandeweg een gezamenlijke koers is ontstaan, met meer samenhang en duidelijkheid. Daarnaast werd gesproken over de ingrijpende veranderingen waar Defensie voor staat, onder meer op het gebied van personeel, vastgoed, veiligheid en industrie, en wat dit vraagt van de organisatie en de samenwerking tussen bestuur en medezeggenschap.

Samenwerking: gegroeid en bewuster ingericht

Ook vanuit de CMC werd positief teruggeblikt op de samenwerking. In het afgelopen jaar zijn onder meer een convenant en een faciliteitenregeling gesloten en is de betrokkenheid van de CMC bij verschillende overleggen toegenomen. Dit heeft bijgedragen aan meer overzicht en betere ‘situational awareness’: de CMC heeft scherper zicht op wat er speelt en kan ontwikkelingen beter duiden in relatie tot signalen van de werkvloer. Daarnaast werd stilgestaan bij het 15-jarig lustrum van de CMC. Het jubileum onderstreepte de toegevoegde waarde van medezeggenschap op alle lagen van de organisatie, juist in een fase waarin Defensie sneller moet kunnen handelen en anders moet organiseren.

Urgentie en versnelling: draagvlak als randvoorwaarde

De SG benadrukte daarbij dat de toenemende urgentie en noodzaak tot versnellen vraagt om een manier van werken waarin samenwerking en draagvlak centraal staan.

Secretaris-Generaal Maarten Schurink: “De urgentie en de noodzaak tot versnellen nemen toe. Dat vraagt om vertrouwen, gedeelde verantwoordelijkheid en draagvlak. Die versnelling kun je niet over de organisatie uitrollen; die moet door de organisatie worden gedragen. Juist daarom is het belangrijk om de medezeggenschap te betrekken en signalen van de werkvloer mee te nemen.”

Tegelijkertijd werd duidelijk dat verdere versterking van de rol van de medezeggenschap nodig blijft. Met name de vraag waar en wanneer de CMC aan tafel zit en op welk niveau dat het meeste effect heeft, vraagt aandacht.

Voorzitter CMC, Dorine Bakker: “Onze opgave is om scherp te blijven op waar medezeggenschap het verschil kan maken. Door bewuste keuzes te maken in de dossiers waarop wij inzetten, vanuit onze verantwoordelijkheid voor bedrijfsvoering, veiligheid, gezondheid en welzijn van het personeel, kunnen we eerder bijdragen aan besluiten en beter recht doen aan wat er op de werkvloer leeft.”

Vooruitblik: planmatig werken

Voor de komende periode is afgesproken om planmatiger te werken: met een duidelijke jaarplanning, thematische werkgroepen en meer helderheid over het verloop van adviestrajecten. Voor de organisatie betekent dit dat beter zichtbaar wordt waar de CMC op inzet, waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en hoe medezeggenschap wordt ingevuld.

Het Artikel 25-overleg onderstreept daarmee het gezamenlijke belang: werken aan een wendbare organisatie, met een medezeggenschap die tijdig, inhoudelijk en herkenbaar betrokken is.

Word lid van een CMC-werkgroep en versterk medezeggenschap bij Defensie

Defensie is volop in beweging: van modernisering van personeelsbeleid tot vernieuwing van systemen en processen en het verbeteren van ketens zoals IT, personeel en financiën. Juist in deze periode is praktische expertise nodig om beleid uitvoerbaar, zorgvuldig en toekomstbestendig te maken. Wil jij vanuit jouw expertise bijdragen aan Defensiebrede beleidsvorming? Meld je dan aan voor een van de CMC-werkgroepen.

In een werkgroep van de CMC-Defensie denk je mee in een vroeg stadium over beleid en voorgenomen maatregelen. Je brengt praktijkkennis en deskundigheid in, weegt belangen vanuit een Defensiebreed perspectief en helpt om adviezen goed onderbouwd te formuleren.

De Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie (CMC) behartigt Defensiebreed de belangen van personeel én organisatie op het gebied van bedrijfsvoering, veiligheid en welzijn. De CMC werkt met inhoudelijke werkgroepen die haar ondersteunen en adviseren over thema’s die medewerkers raken en die Defensiebreed spelen.

Wat doet een CMC-werkgroep?

Een werkgroep van de CMC Defensie:

  • ondersteunt en adviseert de CMC (gevraagd en ongevraagd);
  • bespreekt dossiers inhoudelijk en bereidt standpunten voor;
  • voert vooroverleg met beleidsverantwoordelijken;
  • levert input voor adviezen van de CMC en brengt relevante ontwikkelingen in beeld.

Wat kun je verwachten?

  • Overlegfrequentie: gemiddeld eens per 4 tot 6 weken (kan per werkgroep verschillen).
  • Werkvorm: combinatie van overleg, dossierlezing en voorbereiding in afstemming met de werkgroep.
  • Tijd: deelname en werkzaamheden vinden plaats tijdens werktijd.
  • Samenwerking met experts uit verschillende defensieonderdelen.

Voor welke CMC-werkgroepen zoeken we leden?

Er is ruimte voor nieuwe leden bij de volgende CMC-werkgroepen:

Aanmelden

Wil jij bijdragen aan Defensiebrede medezeggenschap? Meld je dan aan voor een CMC-werkgroep. Stuur vóór 1 april 2026 je aanmelding naar cmc@mindef.nl, met:

  • je naam, functie en defensieonderdeel;
  • voor welke werkgroep je belangstelling hebt;
  • een korte toelichting op je expertise en motivatie.

Bij meer aanmeldingen dan beschikbare plaatsen kan selectie plaatsvinden op basis van expertise en evenwichtige vertegenwoordiging.

Werk aan reorganisaties slimmer en zorgvuldiger met RPA

Tijdens de commissievergadering op 17 december 2025, liet Stephan Weijman, Product Owner Robotic Process Automation (RPA) bij de Koninklijke Luchtmacht de CMC zien hoe automatisering kan bijdragen aan het zorgvuldiger en efficiënter doorlopen van reorganisatietrajecten binnen Defensie. Niet de techniek stond daarbij centraal, maar de vraag hoe RPA ondersteunend kan zijn aan mensen en processen.

RPA staat voor Robotic Process Automation: een ‘virtuele medewerker’ die de handelingen nabootst die mensen uitvoeren tijdens het gebruik van software. Deze virtuele medewerkers werken in dezelfde systemen als medewerkers zelf, zoals MULAN. Ze nemen routinematig werk uit handen en doen dat op een voorspelbare en transparante manier. Daarmee vormen zij geen vervanging van mensen, maar een ondersteuning in administratieve processen.

Binnen Defensie worden RPA-oplossingen niet los van de praktijk ontwikkeld. Processen worden eerst samen met inhoudelijke experts stap voor stap doorlopen. Daarbij wordt gekeken wat er gebeurt, waarom stappen zo zijn ingericht en waar risico’s op fouten of vertraging ontstaan. Pas daarna wordt beoordeeld of automatisering een passende en verantwoorde stap is.

“We automatiseren niet omdat het kan, maar omdat het helpt om processen zuiverder, sneller en beter beheersbaar te maken. De inhoudelijke beoordeling blijft altijd mensenwerk,” aldus Stephan Weijman.

Waar kan RPA waarde toevoegen?

Reorganisatietrajecten volgens de richtlijnen van de URD (Uitvoering Reorganisatie Defensie) vragen om grote zorgvuldigheid, maar drukken tegelijkertijd zwaar op doorlooptijd en capaciteit. Handmatig werk vergroot de kans op fouten en kost veel tijd. Juist daar kan RPA waarde toevoegen. Door routinematige controles te automatiseren, wordt de foutmarge kleiner en wordt voorkomen dat documenten waar fouten in staan, verder het proces in gaan.

Een concreet voorbeeld is de controle van functievergelijkingstabellen. Waar deze controles normaal veel tijd kosten, kan een robot binnen korte tijd afwijkingen signaleren, waarna medewerkers de uitkomsten beoordelen en waar nodig corrigeren. Zo wordt vertraging in een later stadium voorkomen.

De inzet van RPA verschilt per fase van het reorganisatietraject. In de voorbereidingsfase ligt de nadruk op het controleren van gegevens en tabellen. In de implementatiefase kan RPA het informeren van medewerkers over hun transitiecode en het indelingsadvies uitvoeren, het publiceren de interne vacatures en het voorbereiden van selectiematrices. In alle gevallen geldt dat de robot enkel uitvoert wat de medewerker aangeeft, deze blijft ook verantwoordelijk.

Het belang van defensiebrede samenwerking

Weijman benadrukte daarnaast het belang van defensiebrede samenwerking. Elk defensieonderdeel heeft haar eigen RPA-team en kan zelf RPA-oplossingen bouwen en beheren. RPA-oplossingen die bij één onderdeel worden ontwikkeld, zijn vaak ook toepasbaar bij andere onderdelen. Door kennis en ervaringen te delen, kan Defensie uniformer werken en onnodig dubbel werk voorkomen. Dit borgen de RPA-teams middels de RPA-community.

Aandacht voor de menselijke maat

Voor de CMC is de inzet van RPA meer dan een technische ontwikkeling. De commissie ziet kansen om reorganisaties zorgvuldiger en beheersbaarder te laten verlopen, maar benadrukt het belang van duidelijke kaders en blijvende aandacht voor de menselijke maat. Voor medewerkers moet inzichtelijk zijn welke controles door een robot worden uitgevoerd en waar menselijke beoordeling en besluitvorming plaatsvinden.

“Automatisering kan bijdragen aan betere processen, mits deze transparant is ingericht en zorgvuldig wordt ingebed. Voor de CMC blijft de menselijke maat leidend.”

Daarnaast houdt de CMC aandacht voor de effecten van RPA op werk en werkdruk. Automatisering moet daadwerkelijk bijdragen aan vermindering van administratieve lasten, zonder ongewenste gevolgen voor medewerkers.

Hans Berding: “Echte invloed begint vóórdat beleid vastligt”

Hans Berding is sinds november 2025 lid van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC) en afgevaardigde namens de Defensieonderdeel Medezeggenschapscommissie Bestuursstaf (DMC-BS). Hij brengt een lange loopbaan mee als reservist, met uiteenlopende leidinggevende functies binnen het Korps Nationale Reserve, tot begin 2025 als korpscommandant. Die dubbele blik, civiel én militair, zet hij nu in binnen de CMC. Hans vertelt over zijn loopbaan en wat hem drijft, en legt uit waarom medezeggenschap volgens hem vooral impact heeft als je er vroeg bij bent: aan de voorkant van het proces, waar keuzes worden gevormd en invloed daadwerkelijk telt.

Hans Berding zijn loopbaan begint in de ICT in het bedrijfsleven. “Ik heb altijd IV- en ICT-management gedaan. Niet zozeer de techniek, maar vooral vanuit de bedrijfskundige vraag: wat heeft de organisatie nodig om goed te kunnen werken?” Maar na verschillende specialistische rollen in de ICT en een aantal jaren leiding te hebben geven in het bedrijfsleven, besluit Hans definitief over te stappen naar de overheid.

“Goede inzet van IT middelen ten behoeve van een goed functionerend  informatievoorziening en informatiemanagement met randvoorwaardelijke duidelijke afspraken zijn cruciaal, juist als besluiten snel genomen moeten worden en partijen elkaar nodig hebben.”

Hans gaat werken bij de politie, onder meer bij het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC), waar politie, Defensie, veiligheidsregio’s en gemeenten samenwerken in grootschalige crisis- en rampsituaties. “In die omgeving heb ik gezien hoe cruciaal goede informatievoorziening en duidelijke afspraken zijn, juist als besluiten snel moeten worden genomen en partijen elkaar nodig hebben.” Daarna werkt hij bij de gemeente Den Haag, in het IV management binnen het sociaal domein. De complexiteit van dat werk, onder andere tijdens de coronaperiode, maakte opnieuw duidelijk hoe afhankelijk publieke dienstverlening is van goed ingerichte systemen. Na een rol als CIO bij de gemeente Westland maakt hij in augustus 2024 de overstap naar Defensie.

Leiderschap en draagvlak bij Defensie

Bij Defensie gaat Hans als burger binnen het programma ‘Defensie Open op Orde’ werken. Voor Hans draait dit programma om één kernvraag: hoe organiseer je de informatiehuishouding zo dat mensen hun werk beter, veiliger en sneller kunnen doen? Parallel aan zijn burgerloopbaan is hij sinds 1990 actief als reservist bij de Landmacht. In die rol vervult hij uiteenlopende functies, staffuncties tot op bataljons en Korpsniveau en lijnfuncties tot en met bataljonscommandant en vanaf 2016 Korpscommandant met 2015 – 2016 een uitstapje als reservist stafofficier bij de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht. Tot begin 2025 is hij korpscommandant van het Korps Nationale Reserve.

“Die combinatie van een meer dan fulltime civiele baan en een intensieve reservistenfunctie, met een belasting van meer dan 20 uur in de week, leerde me veel over leiderschap. In veel van deze functies was er geen sprake van directe lijnmacht. Ik heb hierdoor het organiseren van draagvlak en het omgaan met tegengestelde belangen geleerd, en ik ben gaan inzien, dat je met overtuigen en verbinden vaak verder komt dan met hiërarchie.”

“De combinatie van een meer dan fulltime civiele baan en een intensieve reservistenfunctie leerde me veel over leiderschap.”

Die ervaring neemt hij nadrukkelijk mee in zijn werk binnen de medezeggenschap. Hans benadrukt dat hij niet alleen spreekt vanuit medewerkersperspectief, maar ook vanuit zijn ervaring als commandant, werkgever en hoofd diensteenheid (HDE) “Ik heb ook de andere kant van de medaille gekend. Juist de spanning tussen sturing en draagvlak, en tussen tempo en zorgvuldigheid, onderstreept volgens hem het belang van vroege betrokkenheid van de medezeggenschap.”

Medezeggenschap aan de voorkant

“Als je op de werkvloer zit, voelt medezeggenschap soms heel ver weg. Ik vind het belangrijk om daar juist wél een rol in te spelen.” Hans ziet medezeggenschap niet alleen als belangenbehartiging, maar als een plek waar organisatiebrede kennis samenkomt. “Medezeggenschap wordt nu nog te vaak gezien als meepraten. Terwijl het juist moet gaan over richting, keuzes en samenhang.”

Die insteek past bij hoe de CMC zich wil positioneren: als partner in verandering, niet als sluitstuk. In eerdere functies werkte Hans met adviesraden die daadwerkelijk invloed hadden op benoemingen en koersbepaling. Ook bij organisaties als de politie zag hij hoe landelijke medezeggenschap juist bij grote veranderingen meer invloed kreeg. Die ervaringen hebben zijn beeld van krachtige medezeggenschap verder aangescherpt.

“Medezeggenschap moet gaan over richting, keuzes en samenhang.”

IT, IV en IM: fundament onder de organisatie

Binnen de CMC wil Hans zich met name inzetten op informatievoorziening in de breedste zin: IT, IV en IM. Niet als technisch dossier, maar als fundament onder de hele organisatie. “We zijn voor de bedrijfsvoering én voor de operationele inzet volledig afhankelijk van IT, IV en IM.” Niets voor niets is de CIO lid van de bestuursraad van Defensie. Volgens Hans hoort dit onderwerp daarom structureel op CMC-niveau thuis. “Het bepaalt hoe soepel het werk loopt, hoeveel druk mensen ervaren en hoeveel vertrouwen er is in systemen en besluiten.”

Richten vóórdat het beleid vastligt

Hans gebruikt een drieslag die hij uit zijn vakgebied kent: richten, inrichten en verrichten. “Ik denk altijd vanuit richten, inrichten en verrichten. Mijn overtuiging is dat de CMC vooral in het eerste deel sterker moet staan: eerder betrokken worden bij toekomstige keuzes, voordat beleid is vertaald naar vaste aanwijzingen.” Dat vraagt volgens hem ook iets van de organisatie: de bereidheid om de CMC tijdig en expliciet te betrekken.

De CMC is er en doet ertoe; daar ga ik voor

Zijn gewenste rol binnen de CMC omschrijft Hans als ‘influencer’ / beïnvloeder, niet alleen formeel sturen. “Je bereikt met beïnvloeden vaak meer dan met heel formeel meepraten.” Over een jaar hoopt hij dat informatievoorziening steviger staat, herkenbaar is binnen de CIO-keten en dat de CMC zichtbaarder is binnen de organisatie. “Dat mensen weten: de CMC is er en doet ertoe; daar ga ik voor!”

Meer weten over Hans Berding? Bekijk zijn LinkedInpagina.

Lees meer over Hans Berding zijn professionele achtergrond

Cv

Na zijn studie technische informatica werkt Hans Berding in het bedrijfsleven, onder meer bij IBM en later bij AT&T (beide zijn vanuit Amerika werkende tech bedrijven). Daar ontwikkelt hij zich van technisch en technisch-commercieel specialist, naar management- en beleidsrollen. Met een jong gezin maakt hij vervolgens bewust de eerste overstap naar de overheid. Bij de gemeente Zoetermeer werkt hij in IT- en IV-management, met steeds meer nadruk op de functionele kant van automatisering.

Na zijn rol bij de gemeente Zoetermeer is Hans weer voor IBM gaan werken. Bij IBM trof hij een heel ander bedrijf aan dan in zijn eerste toer. IBM had een groot deel van zijn capaciteit inmiddels overgebracht naar Azië, daar waar medewerkers goed zijn opgeleid, maar een veel lager tarief hebben dan in het westen. Na een aantal jaren leiding te hebben geven aan vanuit India werkende teams besluit Hans definitief over te stappen naar de overheid. Hierop volgt dan ook een overstap naar de politie. Hans werkt onder meer bij het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC), waar politie, Defensie, veiligheidsregio’s en gemeenten samenwerken in grootschalige crisis- en rampsituaties.

Daarna werkt hij bij de gemeente Den Haag, in het IV management binnen het sociaal domein. De complexiteit van dat werk, onder andere tijdens de coronaperiode, maakte opnieuw duidelijk hoe afhankelijk publieke dienstverlening is van goed ingerichte systemen. Vervolgens vervult Hans de rol van CIO bij de gemeente Westland (+100.000 inwoners). Hans is de gemeente nog steeds dankbaar dat hij het programma ‘Erasmus Executive Program The New CIO – CTO – CDO’ mocht volgen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Na zijn vertrek bij de gemeente heeft hij dit programma dankzij Defensie kunnen afronden.

In augustus 2024 maakt hij de overstap naar Defensie als burger, binnen het programma Defensie Open op Orde. Parallel aan zijn burgerloopbaan is hij sinds 1988 actief bij de Landmacht, eerst als dienstplichtig officier en aansluitend als reservist. In die rol vervult hij uiteenlopende functies, staffuncties tot op bataljons en Korpsniveau en lijnfuncties tot en met bataljonscommandant en vanaf 2016 Korpscommandant met 2015 – 2016 een uitstapje als reservist stafofficier bij de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht. Tot begin 2025 is hij korpscommandant van het Korps Nationale Reserve. Nu zet hij zich in voor de Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie.

Defensie werkt aan snelle invoering Arbeidsmarkttoelage

Tijdens de overlegvergadering van 10 december 2025 spraken de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC) en de secretaris-generaal Maarten Schurink wederom over de invoering van de Arbeidsmarkttoelage (AMT). De CMC wees daarbij op het belang van een tijdige én duidelijke invoering van de regeling voor alle defensiemedewerkers. De commissie benadrukte dat medewerkers al langere tijd uitkijken naar helderheid hierover.

De AMT is bedoeld om schaarste op de arbeidsmarkt of binnen Defensie te kunnen signaleren en dit op een eenduidige manier te vertalen naar een passende toelage. De AMT moet als volwaardig alternatief voor de huidige categorale bindingspremies gaan fungeren. Eerder dit jaar, op 25 september 2025, gaf Esther Poldner-de Vries de CMC een toelichting op de kaders die aan de AMT ten grondslag liggen. Via één objectief toetsingskader wordt beoordeeld of er sprake is van schaarste, welke maatregelen al zijn getroffen om die schaarste te verminderen en wat de impact daarvan is op de operationele gereedheid. De totaalscore bepaalt vervolgens in welke AMT-categorie een functie of functiegroep terechtkomt, met een bijbehorend toelagepercentage. Zo wordt gewerkt aan rechtsgelijkheid en transparantie.

Invoering van de AMT

Schurink onderschreef tijdens de vergadering het belang van duidelijkheid en gaf aan dat Defensie toewerkt naar een concreet tijdpad. Dit gebeurt parallel aan de gesprekken met defensieonderdelen, sociale partners en bonden. Ambitie hierbij is om de AMT eerder te kunnen invoeren dan 2027, zoals in eerdere communicatie als realistisch scenario werd genoemd.

Schurink: “We streven ernaar om dit in de eerste maanden van 2026 voor elkaar te krijgen. Daar zetten we echt op in, samen met jullie en de bonden.” Volgens hem is versnelling gewenst: “Het heeft haast. De toezegging is gedaan, medewerkers kijken hiernaar uit. Daarom willen we dat dit niet in 2027, maar eerder vorm krijgt.”

Modernisering personeelsbeleid

Zodra er meer duidelijkheid is over de indeling van functies, de categorieën en de bijbehorende percentages, wordt dit breed gecommuniceerd binnen de organisatie. Met de arbeidsmarkttoelage zet Defensie een volgende stap in de modernisering van het personeelsbeleid. De CMC blijft hierbij actief aangehaakt, met blijvende aandacht voor een zorgvuldige en uitvoerbare invoering.

Dorine Bakker nieuwe voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie (CMC)

Met ingang van 9 december 2025 is Dorine Bakker MSc benoemd tot voorzitter van de Centrale Medezeggenschapscommissie Defensie (CMC). Zij volgt daarmee kolonel-arts Michiel Bussink MSc MBA op, die de afgelopen twee jaar het CMC voorzitterschap heeft ingevuld.

Dorine is al langere tijd actief op alle lagen van medezeggenschap binnen Defensie. Zij combineerde dit met haar functie als Hoofd Onderwijs & Vorming bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA). Vanuit haar achtergrond, onder meer als universitair docent Organisatiekunde & Management brengt zij een brede blik op organisatieontwikkeling, leiderschap en medewerkersbetrokkenheid mee.

Het is een eer om op dit niveau onze mensen te mogen vertegenwoordigen.”

Dorine Bakker

Dorine staat bekend om haar verbindende stijl. Zij wil zorgen dat de stem van de mensen bij Defensie op álle niveaus gehoord blijft worden én dat medezeggenschap zichtbaar blijft bijdragen aan de slagkracht van Defensie. “Het is een eer om op dit niveau onze mensen te mogen vertegenwoordigen. Een sterke krijgsmacht vraagt om betrokkenheid, goede samenwerking en ruimte voor het perspectief van de medewerker. Daar wil ik mij met volle energie voor inzetten.”

Michiel Bussink blijft als lid actief binnen de CMC, waarmee hij ook voldoende tijd kan besteden aan het behouden van zijn registratie als medisch specialist anesthesioloog-intensivist. De CMC is blij dat zijn 8 jaar bestuurlijke CMC-ervaring voor de CMC behouden blijft. Door tevens aan te blijven als voorzitter van de CMC-werkgroep Gezondheid Defensie is bovendien de continuïteit en kennis op het gebied van Defensiebrede gezondheid en gezondheidszorg gewaarborgd.

De CMC spreekt haar grote waardering uit voor de inzet van Michiel in een complexe periode waarin Defensie volop in ontwikkeling is. Onder zijn voorzitterschap heeft de CMC – middels o.a. het tekenen van het convenant tussen de Secretaris-generaal en de CMC – de stevige basis voor centrale medezeggenschap uitgebouwd. Dit met behoud van aandacht voor veiligheid, gezondheid en welzijn van de mensen bij Defensie.

Met de komst van Dorine als voorzitter wordt het Dagelijks Bestuur van de CMC opnieuw samengesteld. Zo zal Richard van Toor de rol van plaatsvervangend voorzitter innemen. Hij vervangt daarmee Timo Ligthart die deze rol ad interim over had genomen van Jeffrey de Freitas, die in oktober afscheid nam van de CMC. Jan van Dam blijft de secretaris. Gerard de Graaff wordt de nieuwe plaatsvervangend secretaris. Hij neemt het stokje over van Johan Bruinsma die als lid bij de CMC betrokken blijft. De CMC bedankt ook hen voor hun jarenlange inzet binnen het dagelijks bestuur van de CMC.

Foto van Dorine Bakker en Michiel Bussink door: Peter Roek – ORnet

Dienjaar Defensie: van experiment naar vaste pijler in de personeelsketen

In juni 2024 sprak de CMC al met projectleider Erik Noordam over het Dienjaar. Bijna 1,5 jaar later is het programma stevig verankerd in de personeelsketen. Het aantal aanmeldingen groeit, deelnemers zijn positief en de lessen uit het Dienjaar vormen de basis voor nieuwe concepten zoals de Nationale Weerbaarheidstraining. Tijdens het overleg van 19 november praatte Erik de CMC opnieuw bij: wat levert het Dienjaar op, waar zitten de grenzen van het systeem en welke rol kan de medezeggenschap spelen?

Het aantal aanmeldingen richting het Dienjaar neemt gestaag toe. Dit jaar gaat het naar verwachting om zo’n vijfduizend sollicitanten, mede doordat het programma steeds bekender wordt. Steeds meer mensen kennen iemand die het doet: “een neefje, nichtje of buurjongen”, aldus Erik. Ook de ervaringen van deelnemers zijn opvallend positief. Uit telefonische navraag blijkt dat oud-Dienjaarmilitairen blij zijn dat ze het hebben gedaan. Ze noemen het jaar intensief en soms “even op de tanden bijten”, maar vooral leerzaam en waardevol. Een deel kiest bewust niet voor een vervolg binnen Defensie, vaak vanwege studie- of levenskeuzes. Binnen het project wordt dat gezien als een logische en gezonde uitkomst, geen tekortkoming van het concept. “Op die manier creëren we ambassadeurs en mensen die toch de Defensie ervaring hebben gehad.”

Instroom, doorstroom en reservisten

Het Dienjaar vormt inmiddels een belangrijk nieuwe route naar Defensie. Uit enquêtes blijkt dat meer dan de helft van de deelnemers anders nooit zou hebben gesolliciteerd. De uitval tijdens de opleiding is relatief laag (ongeveer 10 procent). Van de groep die afrondt, blijft naar schatting 70–80 procent verbonden aan Defensie, waarvan ongeveer de helft als beroepsmilitair en de rest als reservist.

De doorstroom naar het reservistenbestand vraagt wel extra aandacht. Erik gaf aan dat de afgelopen periode vooral is gefocust op beroepsinstroom, waardoor reservisten “even niet de aandacht hebben gehad die ze verdienen”. Daarom worden oud-Dienjaarmilitairen nu opnieuw benaderd om hen alsnog te interesseren voor een reservistenpositie, met betere uitleg van voorwaarden en mogelijkheden. “Het is een kans om verbonden te blijven aan de krijgsmacht en daarbij ook nog wat te verdienen.”

Daarnaast is het specialistische Dienjaar in opkomst: een route voor mensen met bestaande expertise, bijvoorbeeld uit politie, onderwijs, maritieme sector of techniek. Zij kunnen snel worden ingezet in functies waar tekorten groot zijn. “We zien mensen binnenkomen die gewoon echt wat kunnen doen.” Het specialistisch Dienjaar is voor mensen met meer dan drie jaar relevante werkervaring en de leeftijdsgrens ligt, anders dan bij het reguliere Dienjaar, hoger.

Naar een structureel programma

De komende jaren wordt het Dienjaar structureel ingebed in de organisatie. Per 1 januari wordt een nieuwe aanstellingsvorm ingevoerd die beter past bij het programma en de afspraken met sociale partners. Waar in het begin nog scepsis bestond, is de waardering inmiddels groot. De Souschef Personeel en de CDS gelden nu als belangrijke sponsoren van het concept.

Tegelijkertijd kraakt de keten zichtbaar. De keuringscapaciteit is beperkt, opleidingen worden waar mogelijk verkort en opleidingsplaatsen zijn schaars. Erik: “Iedere opgeloste bottleneck duwt automatisch een volgende naar boven”. Zijn waarschuwing was helder: “Het is funest als je mensen binnenhaalt en ze vervolgens niet kunt bieden wat je ze hebt beloofd.” Een integrale ketenbenadering blijft daarom noodzakelijk.

Dienjaar als strategische talentpool

Een belangrijke les uit de afgelopen periode is dat het Dienjaar niet gezien moet worden als een individuele loopbaanstap, maar als een strategische talentpool voor de hele organisatie. Binnen het Dienjaar lopen jongeren met uiteenlopende achtergronden, van vmbo tot academisch en die diversiteit wordt nog onvoldoende benut. Talent, ervaring en ambitie moet beter in kaart worden gebracht en loopbaanpaden moeten beter aansluiten op de grootste tekorten, zoals instructeurs, opleiders en technische functies. Leidinggevenden moeten bovendien meer ruimte krijgen om talent gericht te plaatsen. Strategisch talentmanagement staat al in beleidsdocumenten, maar volgens Erik moet het vooral landen op de werkvloer: “Pelotonscommandanten en OVW/OVS zien als eersten wat iemand echt kan.”

Nationale Weerbaarheidstraining: kort en flexibel

De lessen uit het Dienjaar vormen de basis voor de Nationale Weerbaarheidstraining (NWT). Dit kortere traject van 10 weken gebruikt dezelfde basisopleiding als het Dienjaar en de reguliere beroepsinstroom van de Landmacht (BOKL), zodat deelnemers later eenvoudig kunnen doorstromen. Die keuze is bewust gemaakt: “Mobiliteit moet makkelijker worden, niet moeilijker.”

De NWT sluit aan op logische levensfasen, zoals minors of keuzedelen in mbo/hbo/wo, een vrij moment tussen twee studies, seizoenswerk of wachttijd op co-schappen. Door intensief samen te werken met onderwijsinstellingen en werkgevers ontstaat een robuust model dat zowel bijdraagt aan Defensies personeelsopgave voor de uitbreiding van het reservistenbestand, als aan de nationale weerbaarheid.

Rol voor medezeggenschap

Aan het einde van zijn toelichting kreeg Erik de vraag: “Wat kunnen wij vanuit medezeggenschap voor jou betekenen?” De CMC kan helpen het denken binnen Defensie te verschuiven: niet alleen focussen op instroom, maar vooral op doorstroom, benutting en behoud. “We halen nu niet het maximale uit het systeem dat we aan het bouwen zijn,” aldus Erik. Ook kunnen CMC en DMC’s knelpunten in de keten zichtbaar maken en die gericht bespreken met de commandanten. En kunnen zij stimuleren dat talentmanagement daadwerkelijk wordt toegepast op de werkvloer, door leidinggevenden te ondersteunen in het voeren van talentgesprekken en het delen van goede voorbeelden.

Meldlandschap bij Defensie: duidelijker, eenvoudiger en mensgerichter

CMC in gesprek met D-COID over vertrouwen en leren van meldingen

Bij Defensie willen we dat iedereen weet waar je terecht kunt als er iets misgaat. Maar in de praktijk blijkt dat niet altijd duidelijk. Er zijn meerdere loketten en procedures en dat maakt melden soms ingewikkeld. Daarom sprak de CMC dit jaar twee keer met Roger Bos, directeur van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID). Voor de zomer en opnieuw op 29 oktober 2025 ging het gesprek over één centrale vraag: Hoe maken we het meldlandschap eenvoudiger, eerlijker en menselijker?

Minder loketten, meer duidelijkheid

Veel medewerkers weten niet goed waar ze moeten zijn: bij de vertrouwenspersoon, COID, de Commissie Ongewenst Gedrag of ergens anders. Dat moet beter. COID en CMC zijn het erover eens dat het aantal routes omlaag moet. Medewerkers moeten niet hoeven kiezen tussen verschillende procedures, maar vanaf het begin begeleid worden naar de juiste plek.

“Als we het systeem eenvoudiger maken, helpt dat iedereen: melders, leidinggevenden én onderzoekers.”

Defensie kijkt bij het vernieuwen van het meldlandschap ook naar andere ministeries, waaronder Justitie en Veiligheid die vooral een juridische aanpak hanteert en Financiën die juist kiest voor een pragmatische en luisterende aanpak. De oplossing voor Defensie zal ergens in het midden liggen: zorgvuldig én menselijk. Mensen willen vooral dat hun verhaal gehoord wordt en dat de organisatie er iets van leert.

“Integriteit kun je niet overdragen aan een organisatie. Het begint bij leiderschap.”

Wat betekent dit voor jou?

Voor medewerkers betekent dit dat melden eenvoudiger en beter begeleid wordt. Door te luisteren, terug te koppelen en ervan te leren, groeit Defensie stap voor stap naar een organisatie waarin integriteit vanzelfsprekend is en melden vertrouwen oproept in plaats van spanning.

Samen werken aan vertrouwen

COID en CMC blijven met elkaar in gesprek over de vervolgstappen. Het doel is helder: een betrouwbaar, onafhankelijk en lerend meldlandschap dat werkt voor iedereen binnen Defensie. De CMC denkt graag mee over hoe we dat zo duidelijk en toegankelijk mogelijk kunnen maken voor burgers én militairen, op alle niveaus van onze organisatie.

15 jaar centrale medezeggenschap bij defensie: een krachtig partnerschap tussen zeggenschap en medezeggenschap

Centrale medezeggenschap bij het ministerie van Defensie bestaat 15 jaar, en dat vierden we op 30 oktober met een lustrumcongres in het Nationaal Militair Museum Soesterberg. Onder leiding van dagvoorzitter CMC-lid Dorine Bakker en in aanwezigheid van Staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman, Generaal Onno Eichelsheim, Commandant der Strijdkrachten, Secretaris-generaal Maarten Schurink, Luitenant-generaal Jan-Willem Maas, Commandant DOSCO, Tessa Huisman – de Kort, directeur Personeelsbeleid en Management, Michiel Bussink, voorzitter van de CMC, en de vele andere bij medezeggenschap betrokken deelnemers werd het een dag vol reflectie, verbinding en inspiratie.

Het lustrumcongres was hét moment waar beleidsmakers, medezeggenschappers en leidinggevenden bijeen kwamen om te leren, inspireren en verbinden. Er werd gekeken naar medezeggenschap binnen de defensieorganisatie onder het thema ‘Medezeggenschap in een veranderende wereld.’ Een zeer belangrijk thema, passend bij de huidige tijd, waarin de nadruk steeds meer ligt op hoofdtaak 1. En dat zag je zeker terug in de waardevolle inbreng en betrokkenheid van alle aanwezigen.

Door de dag heen, tijdens panelgesprekken en de workshops, werd benadrukt hoe belangrijk het is dat zeggenschap en medezeggenschap elkaar écht vinden. Want in een organisatie die sneller moet bewegen, is vertrouwen het anker. Medezeggenschap blijft de spiegel, het klankbord en de gezamenlijke kracht op de werkvloer. Zoals Gijs Tuinman het verwoord: “Juist nu Defensie volop in beweging is, is die professionele medezeggenschap onmisbaar. We kunnen niet zonder die kritische blik en betrokkenheid van onze mensen. In de groei naar een slimme, sterke krijgsmacht helpt het ons scherp te blijven op de inhoud en keuzes te maken die passen bij de toekomst.”

Werkgeluk als motor voor een aantrekkelijke Defensieorganisatie

Lucas Swennen, HappinessBureau, liet in zijn inspirerende keynote ‘Werkgeluk als motor voor een aantrekkelijke Defensieorganisatie’ zien hoe werkgeluk bijdraagt aan duurzame inzetbaarheid, eigenaarschap en wendbaarheid. “Even aandacht hebben voor iets, doet ongelofelijk veel,” aldus Swennen. “Hoe laat je die waardering zien? Door aandacht te geven aan elkaar, goed werk te erkennen, écht te luisteren, feedforward te geven, goede gesprekken te voeren en iedereen zichzelf te laten zijn.” Zijn boodschap: werkgeluk is geen luxe, maar een voorwaarde voor een gezonde en aantrekkelijke organisatie. En medezeggenschap kan daarin een krachtige partner zijn.

Medezeggenschap en hoofdtaak 1

Nu de nadruk steeds meer ligt op hoofdtaak 1, kon dit onderwerp van gesprek zeker niet ontbreken.

Onder leiding van Dorine Bakker gingen CDS Onno Eichelsheim, luitenant-generaal DOSCO Jan-Willem Maas en CMC-voorzitter Michiel Bussink op het podium met elkaar in gesprek over de rol van medezeggenschap binnen de versnelling richting hoofdtaak 1.

Tijdens de dialoog over medezeggenschap en hoofdtaak 1 benadrukte Generaal Eichelsheim dat medezeggenschap een onmisbare factor is binnen een modern Defensie: “De basis is goed, maar we willen het gesprek met de medezeggenschap verder verbeteren. Dat kan alleen door vertrouwen in elkaar te hebben, eerlijk te zijn en muren te doorbreken als dat nodig is.”

Luitenant-generaal Maas riep op tot ambitie en lef, en om successen van medezeggenschap te delen: “Trek die grote broek aan, houd ambitie en blijf pushen. (…) Laten we structureel samen communiceren over onze gedeelde successen, binnen én buiten Defensie.” En CMC-Voorzitter Bussink vulde aan: “Behoud wat goed is, bestendig dat en optimaliseer het.” De gezamenlijke conclusie: medezeggenschap en zeggenschap kunnen alleen succesvol zijn als ze elkaar blijven opzoeken, juist in een organisatie in transitie.

In gesprek over de toekomst van medezeggenschap

In het tweede plenaire gesprek keken Secretaris-generaal Maarten Schurink, Staatssecretaris Gijs Tuinman, Tessa Huisman-de Kort en Michiel Bussink vooruit. Er werd deze dag 15 jaar centrale medezeggenschap gevierd, maar net zo belangrijk is het om na te denken over medezeggenschap in de toekomst. Hoe moeten de komende 15 jaar medezeggenschap bij Defensie eruit zien?

Tuinman benadrukte het belang van leiderschap en luisteren: “De mensen maken het verschil. En dat verschil maken we sámen – bestuurders, commandanten én medezeggenschap.”

Schurink sloot af met een scherpe observatie: “Als commandanten medewerkers niet direct betrekken, kan medezeggenschap dat nooit meer compenseren.”

“We moeten blijven investeren in een professioneel georganiseerde medezeggenschap, op alle lagen van Defensie. Die professionaliteit en gelijkwaardigheid zijn de basis om samen te kunnen schakelen als het echt nodig is.” voegde Huisman-de Kort toe.

Het gesprek tussen Schurink, Tuinman, Huisman – de Kort en Bussink zorgde voor interessante vragen en inzichten vanuit de zaal en op het podium. En de deelnemers waren het over een ding zeker eens: dat professionaliteit, transparantie en vertrouwen de sleutelwoorden blijven voor de komende jaren.

Volop ruimte voor verbinding, ontmoeting en verdieping

Tijdens het lustrumcongres was er volop gelegenheid voor ontmoeting bij de stands van vakbonden, SBI Formaat, ASD en in het museum. Het gesprek over partnerschap, vertrouwen en invloed ging daar tijdens de lunch informeel verder. Daarna werd in workshops dieper ingegaan op drie actuele thema’s: Participatie, Medezeggenschap & hoofdtaak 1, en Beleid. Dat leverde veel praktische inzichten op en liet op verschillende manieren zien wat samenwerking tussen beleid, uitvoering en medezeggenschap cruciaal maakt om tot gedragen besluiten te komen.

Participatiemodel ABN AMRO

Paul Zellenrath en Jeanne van der Linden vertelden hoe hun model collega’s actief betrekt bij adviestrajecten. Het leidde bij ABN AMRO tot meer betrokkenheid en diversiteit in de medezeggenschap.

Medezeggenschap & hoofdtaak 1

Jeffrey de Freitas en Dirk-Jan Goedee verkenden hoe snelheid en zorgvuldigheid hand in hand kunnen gaan in besluitvorming.

Samen beleid maken met het Beleidsatelier

Elianne Koch, David-Paul Boender, Melanie van Schaik en Alana Hofstede lieten deelnemers ervaren hoe beleid wordt ontwikkeld en hoe medezeggenschap daar vroegtijdig invloed op kan uitoefenen.

Medezeggenschap als essentieel onderdeel van een goed functionerende krijgsmacht

De viering van 15 jaar centrale medezeggenschap was een mooie gelegenheid om met zeggenschap en medezeggenschap samen stil te staan bij het belang van medezeggenschap bij Defensie. Een goed functionerende krijgsmacht valt of staat met betrokkenheid en vertegenwoordiging van medewerkers. Dagvoorzitter Dorine Bakker: “Medezeggenschap is geen formele bijzaak, maar een essentieel onderdeel van goed bestuur.”

Dank aan Staatssecretaris Gijs Tuinman, Secretaris-generaal Maarten Schurink, Generaal Onno Eichelsheim, Commandant der Strijdkrachten, Luitenant-generaal Jan-Willem Maas, Commandant DOSCO en Tessa Huisman-de Kort, Directeur Personeelsbeleid en Management, voor hun openheid, reflectie en betrokkenheid. Hun gezamenlijke boodschap was helder: “De vorm moet de functie volgen: minder papier, meer oplossingen – en medezeggenschap hoort daar vanzelfsprekend bij.”

Jeffrey de Freitas neemt afscheid van de CMC

Dinsdag 14 oktober nam vicevoorzitter Jeffrey de Freitas tijdens de overlegvergadering afscheid van de Centrale Medezeggenschapscommissie (CMC). Daarmee sluit hij een periode af waarin hij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) vertegenwoordigde en uitgroeide tot een inhoudelijk sterke en verbindende kracht binnen de commissie.

Tijdens de vergadering stond Secretaris-Generaal Maarten Schurink stil bij Jeffrey’s jarenlange inzet voor de medezeggenschap en zijn kenmerkende manier van werken: zorgvuldig, analytisch en altijd gericht op samenwerking.

“Jeffrey, jij staat bekend als iemand die mensen weet te verbinden en complexe vraagstukken weet terug te brengen tot de essentie. Je zoekt liever naar gezamenlijke oplossingen dan naar procedures, maar zorgt er vervolgens wel voor dat dingen zorgvuldig en volgens de regels verlopen,” aldus Schurink.

Jeffrey begon zijn loopbaan bij Defensie in 2002, direct na zijn officiersopleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. Na verschillende functies binnen de Koninklijke Marine combineerde hij zijn operationele ervaring met een groeiende interesse voor medezeggenschap. Wat begon als interesse in hoe besluitvorming binnen Defensie tot stand komt, groeide uit tot de overtuiging dat medezeggenschap juist een drijvende kracht achter goed beleid kan zijn.

“Het vermogen om knelpunten in beleid te herkennen en bespreekbaar te maken is de toegevoegde waarde van medezeggenschap,” zei Jeffrey daar eerder over. “Ik zie medezeggenschap als partner in compliance. Samen werken aan integrale oplossingen en cultuurverandering.”

Schurink vervolgde: “Jeffrey heeft zich de afgelopen jaren onderscheiden door zijn scherpe blik en verbindende houding. Hij brengt rust, structuur en analytische diepgang in elk gesprek. Hij kijkt verder dan het hier en nu, stelt vragen die ertoe doen en weet mensen bij elkaar te brengen, juist ook als belangen botsen. Daarmee heeft hij de medezeggenschap binnen Defensie versterkt en verder geprofessionaliseerd. Daarvoor wil ik hem van harte bedanken.”

Jeffrey blijft binnen Defensie actief in een andere rol bij de Hoofddirectie personeel.